Einde inhoudsopgave
Publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen (IVOR nr. 74) 2010/14.2
14.2 De economische onderbouwing van prijsvorming op effectenmarkten
mr. J.B.S. Hijink, datum 16-09-2010
- Datum
16-09-2010
- Auteur
mr. J.B.S. Hijink
- JCDI
JCDI:ADS576678:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie Fama (1970), p. 383 en, met een verwijzing naar Fama, Gilson/Kraakman (1984), p. 554. Voor een toegankelijke beschrijving van de ECMH: Beinhocker (2006), p. 385-387. Zie verder Sappideen (2008) en, in de Nederlandse juridische literatuur, Kristen (2004), p. 850-853 en Nelemans (2007), p. 20-30.
Malkiel (2003), p. 59.
Fama (1970). Exemplarisch hiervoor is de uitspraak van de econoom Michael Jensen in 1978 dat 'there is no other proposition in economics which has more solid empirical evidence supporting it than the Efficient Market Hypothesis', vgl. Jensen (1978), p. 95.
Over het belang dat door juristen aan de ECMH werd gehecht bijvb. Gilson/Kraakman (1984), p. 549-554 en Stout (2003), p. 3-7. Zie ook Langevoort (1992), p. 1-2 en zijn opmerking (p. 1-2), naar aanleiding van het in de vorige voetnoot aangehaalde citaat van Jensen, dat '[alt roughly this point, the hypothesis began its remarkably quick transition from theory into doctrine.'
Gilson/Kraakman (1984), p. 550.
In de werking van effectenmarkten en de prijsvorming die daarop plaatsvindt, kan de ECMH als de verbinding tussen "informatie" en "prijsvorming" worden gezien. De ECMH vormt de belangrijke (theoretisch) economische onderbouwing voor de aanname dat effectenmarkten adequaat functioneren. Bedoeld wordt daarmee dat accurate prijsvorming op dergelijke effectenmarkten plaatsvindt. Dat wil zeggen dat in de beurskoersen van effecten die zijn toegelaten op efficiënt functionerende effectenmarkten, op ieder moment alle over deze effecten beschikbare informatie volledig is verwerkt.1 Het gaat dan zowel om informatie over het individuele effect zelf, waaronder informatie over de instelling die het effect heeft uitgegeven, als om informatie over de effectenmarkt als geheel.2
De ECMH is sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw, waarin een befaamd geworden artikel van de econoom Fama over de ECMH verscheen, omarmd door (financieel) economen.3 Ook onder juristen verwierf de ECMH veel aanhangers.4 Zo merkten de juristen Gilson en Kraakman in 1984 bijvoorbeeld op dat "the ECMH is now the context in which serious discussion of the regulation of financial markets takes place."5 Sinds die opmerking heeft echter nog veel — serieuze — discussie over de regulering van effectenmarkten plaatsgevonden. Ook de ECMH zelf en de uit de ECMH voortvloeiende gevolgen zijn onderwerp van discussie geworden.