Einde inhoudsopgave
De quasi-bestuurder in het rechtspersonenrecht (VDHI nr. 174) 2022/1.3
1.3 Afbakening
mr. K. Frielink, datum 01-11-2021
- Datum
01-11-2021
- Auteur
mr. K. Frielink
- JCDI
JCDI:ADS631784:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Meijers (1948), p. 171 merkt het volgende op: “Al datgene, wat in de verschillende rechtsstelsels als rechtspersoon wordt aangemerkt, als verenigingen van personen, de staat en zijn onderdelen, de stichtingen, instellingen als de kerk, of zelfstandige onderdelen van overheidszorg gelijk een Rijkspostspaarbank, een Staatsverzekeringsbank, enz., heeft ongetwijfeld in die zin een bestaan, dat hun realiteit evenmin betwijfeld kan worden als die van andere begrippen, die niet aan één bepaald stoffelijk substraat gebonden zijn. Hun realiteit is geen andere dan die van de marktprijs van een artikel, de tachtigjarige oorlog, het verbond der edelen, de Dordtse synode, de heldenmoed der verdedigers der Thermopilae, een gepleegd bedrog, ja men kan daaraan toevoegen als die van een concreet subjectief recht of van een concrete rechtsplicht.”
Zie daarover onder andere Dewey (1926); Kempin (1960); Lipton (2012); De Jongh (2014); Van der Heijden/Van der Grinten/Dortmond (2013), nr. 1-39; Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIa (2013) nr. 1; Asser/Kroeze 2-I (2021), nr. 2-3; en Westenberg (2017).
In 1982 sprak Van der Grinten nog over de mythe van aansprakelijkheid. Bestuurders en commissarissen werden maar uiterst zelden door een vennootschap aangesproken op de grond dat zij tekortgeschoten zouden zijn in hun taakvervulling. Hij kan uit de rechtspraak slechts één voorbeeld noemen, en die vordering werd afgewezen. Hij noemt één geval waarin commissarissen door derden werden aangesproken, en waarin de vordering uiteindelijk werd afgewezen. Aan de praktijk ontleende voorbeelden van door een curator aansprakelijk gestelde bestuurders en commissarissen zijn volgens Van der Grinten nauwelijks te geven. Zie Van der Grinten (1982). Wie nu zoekt op rechtspraak.nl vindt een keur aan uitspraken. Die groei is ook te zien als naar de literatuur wordt gekeken.
Frielink (2017b).
Uitgangspunt is dat er rechtspersonen zijn, en dat die als zodanig als zelfstandige dragers van rechten en verplichtingen worden erkend. In zoverre verschillen rechtspersonen niet van natuurlijke personen: ook zij ontlenen het zijn van rechtssubject aan het recht.1 Het recht bepaalt, om maar een voorbeeld te noemen, wie zich in de echt mogen laten verbinden en wie partij kunnen zijn bij een juridische fusie. Een rechtspersoon als rechtssubject is dan ook niet meer of minder ‘fictief’ dan een natuurlijke persoon als rechtssubject. Een belangrijk verschil tussen beide rechtssubjecten is uiteraard, dat een rechtspersoon zich per definitie van natuurlijke personen moet bedienen om aan het rechtsverkeer te kunnen deelnemen. Aan verdere beschouwingen over het concept rechtspersoonlijkheid, de vraag of daaraan beperkte aansprakelijkheid moet worden gekoppeld, en zijn historie wordt hier verder voorbij gegaan.2 Er is ook afgezien van een diepgaande beschrijving van de leerstukken bestuurders- en commissarissenaansprakelijkheid.3 Deze leerstukken worden wel, zij het relatief kort, beschreven, omdat ze relevant zijn voor deze studie. Wat betreft Curaçao wordt verder verwezen naar mijn in 2017 verschenen monografie4 en wat Nederland betreft naar de bekende handboeken, zoals opgenomen in de literatuurlijst. Deze afbakening heeft tot gevolg dat de omvang van deze publicatie beperkt is.
Rechtspersoonlijkheid waaraan beperkte aansprakelijkheid (voor bestuurders, commissarissen, leden en aandeelhouders) is gekoppeld heeft een prijs. Die beperkte aansprakelijkheid – in zekere zin een privilege – is een sterk argument om (enigszins of potentieel) risicovolle activiteiten niet zelf, maar door middel van een rechtspersoon te ontplooien. Maar het aan die activiteiten verbonden risico zelf is daarmee niet verdwenen. Dat risico wordt (deels) verschoven naar de crediteuren: als de rechtspersoon zijn verplichtingen niet langer kan nakomen dan kunnen de crediteuren zich slechts verhalen op de bezittingen van de rechtspersoon en niet op de privébezittingen van degenen die van de rechtspersoonsvorm gebruik maken. Deze risicoverschuiving, een keuze van de wetgever, wordt alleen aanvaardbaar geacht zolang aan bepaalde voorschriften wordt voldaan, zoals de eis van een behoorlijke taakvervulling, voorwaarden die worden gesteld aan dividenduitkeringen en het naleven van de administratie- en jaarrekeningplicht. In geval van onder andere misbruik of grove verwaarlozing van een wettelijke en/of statutaire taak zal het schild van de rechtspersoonlijkheid geen bescherming bieden.
De persoonlijke aansprakelijkheid van een bestuurder, commissaris, lid of aandeelhouder voor de verbintenissen van de rechtspersoon veronderstelt een relatie, een rechtsverhouding met de rechtspersoon, waaruit rechten en verplichtingen voortvloeien. Het geval dat een van deze personen, gelijk een willekeurige derde, en dus los van een dergelijke relatie, uit hoofde van een onrechtmatige daad schade aan de rechtspersoon toebrengt, wordt hier buiten beschouwing gelaten. Het voorwerp van mijn onderzoek, het fenomeen quasi-bestuurder, is immers onderdeel van het leerstuk bestuurdersaansprakelijkheid.
In het kader van dit onderzoek staat het (orgaan) bestuur centraal, zij het dat ook het toezichtsorgaan (RvC of RvT) zijdelings aan de orde komt. De statutaire bestuurder is belast met het besturen van de rechtspersoon en de commissaris is (primair) belast met het uitoefenen van toezicht op het bestuur. Een commissaris kan zich, net als een aandeelhouder of buiten de organisatie van de rechtspersoon staande (rechts-)persoon, zodanig gedragen dat hij als quasi-bestuurder moet worden aangemerkt.
Het onderwerp ‘bestuur’ wordt bestudeerd vanuit het perspectief van de potentieel daaruit voortvloeiende aansprakelijkheid en de verplichtingen die op een quasi-bestuurder zouden kunnen rusten. Aansprakelijkheid treedt in wanneer het toepasselijke wettelijke – en door de rechtspraak ingekleurde – normenkader wordt overschreden. Hetzelfde geldt indien wordt geoordeeld dat op een quasi-bestuurder bepaalde verplichtingen rusten.