Prg. 2024/101
Maatstaf van duidelijke en ondubbelzinnige verklaring geldt niet in het geval moet worden beoordeeld of een verklaring van werkgever een opzegging van de arbeidsovereenkomst inhoudt.
HR 26-01-2024, ECLI:NL:HR:2024:111
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
26 januari 2024
- Magistraten
Mrs. M.V. Polak, C.H. Sieburgh, F.J.P. Lock, A.E.B. ter Heide, S.J. Schaafsma
- Zaaknummer
22/03165
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Rechtshandelingen
Arbeidsrecht / Einde arbeidsovereenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:111, Uitspraak, Hoge Raad, 26‑01‑2024
ECLI:NL:PHR:2023:776, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 08‑09‑2023
Beroepschrift, Hoge Raad, 28‑06‑2022
- Wetingang
Essentie
Arbeidsrecht. Is een duidelijke en ondubbelzinnige verklaring van werkgever vereist om de arbeidsovereenkomst op te zeggen?
Nee. Dit geldt alleen als werknemer arbeidsovereenkomst opzegt.
Samenvatting
Bij brief van 21 december 2018 kondigt werkgever bedrijfssluiting aan, hetgeen impliceert dat de arbeidsovereenkomst van werknemer met onmiddellijke ingang definitief zal worden verbroken. Volgens werknemer is geen sprake van een opzegging, omdat de verklaring in de brief niet aan het duidelijkheid- en ondubbelzinnigheidscriterium voldoet. Werknemer had niet begrepen dat de arbeidsovereenkomst werd opgezegd en vordert loon vanaf oktober 2018. Volgens de kantonrechter had werknemer moeten begrijpen dat werkgever de arbeidsovereenkomst per direct eindigde. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.