Prg. 2024/330
Bij verstek veroordeelde aan wie verstekvonnis niet in persoon is betekend en die niet bekend is met executiemaatregelen dient op grond van artikel 6 EVRM niet een verzet-termijn van veertien dagen maar van vier weken te worden gegund.
HR 30-08-2024, ECLI:NL:HR:2024:1103
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
30 augustus 2024
- Magistraten
Mrs. M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek, S.J. Schaafsma, G.C. Makkink, K. Teuben
- Zaaknummer
23/00877
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Mensenrechten
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Burgerlijk procesrecht / Beslag en executie
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1103, Uitspraak, Hoge Raad, 30‑08‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:99, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 26‑01‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 06‑03‑2023
- Wetingang
Essentie
Procesrecht. Dient aan bij verstek veroordeelde aan wie vonnis niet persoonlijk is betekend op grond van artikel 6 EVRM nadere verzettermijn van twee weken te worden gegund?
Nee. Recht op toegang tot rechter betekent dat nadere termijn van in beginsel vier weken dient te worden gegund.
Samenvatting
Eiser is bij verstekvonnis van 3 april 2019 veroordeeld om een geldbedrag te voldoen. Op 21 september 2020 is op basis daarvan executoriaal derdenbeslag gelegd op hetgeen de notaris onder zich had uit hoofde van de verkoop van een perceel grond. Bij verzetdagvaarding van 25 februari 2021 kwam eiser ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.