Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/337
Medeplegen opzettelijk aanwezig hebben van hasjiesj en hennep (art. 3 onder C Opiumwet). Post-Keskin. Afwijzing van ttz. in hoger beroep gedaan verzoek tot horen van verbalisanten als getuigen, op de grond dat hof dit niet noodzakelijk achtte. Gebruik voor bewijs van p-v’s van verbalisanten. HR: art. 81 lid 1 RO.
HR 18-02-2025, ECLI:NL:HR:2025:222
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
18 februari 2025
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, A.E.M. Röttgering, M. Kuijer
- Zaaknummer
22/03867
- Conclusie
plv. A-G mr. V.M.A. Sinnige
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:222, Uitspraak, Hoge Raad, 18‑02‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1293, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 10‑12‑2024
Essentie
Medeplegen opzettelijk aanwezig hebben van hasjiesj en hennep (art. 3 onder C Opiumwet). Post-Keskin. Afwijzing van ttz. in hoger beroep gedaan verzoek tot horen van verbalisanten als getuigen, op de grond dat hof dit niet noodzakelijk achtte. Gebruik voor bewijs van p-v’s van verbalisanten. HR: art. 81 lid 1 RO.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/03867
Datum 18 februari 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 12 oktober 2022, nummer 20-000593-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte] , ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.