WR 2026/36
Huur woonruimte: goed huurderschap; gedragingen buiten het gehuurde
HR 05-12-2025, ECLI:NL:HR:2025:1858
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
5 december 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Kroeze, F.J.P. Lock, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons en G.C. Makkink
- Zaaknummer
24/04215
- Noot
Red. Aant.
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD47807:1
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
Huurrecht / Huur van woonruimte
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1858, Uitspraak, Hoge Raad, 05‑12‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:1041, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 26‑09‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 19‑11‑2024
- Wetingang
Art. 7:213 BW
Essentie
Huur woonruimte: goed huurderschap; gedragingen buiten het gehuurde
Samenvatting
Huurder van een woning heeft zich meerdere keren op het kantoor van verhuurder verwond met een scheermesje, met als doel een andere woning te verkrijgen. Het hof had een vordering tot ontruiming toegewezen op de grond dat huurder zich niet als een goed huurder heeft gedragen. In cassatie voert huurder aan dat het oordeel van het hof onjuist en/of onvoldoende gemotiveerd is, omdat zijn gedragingen geen verband houden met het gebruik van de woning. De Hoge Raad overweegt dat de in art. 7:213 BW bedoelde verplichting om zich ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.