Einde inhoudsopgave
Gewogen rechtsmacht in het IPR (R&P nr. 148) 2006/7.1
7.1 Inleiding
mr. F. Ibili, datum 28-11-2006
- Datum
28-11-2006
- Auteur
mr. F. Ibili
- JCDI
JCDI:ADS434216:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
De EEX-Verordening wordt ook wel aangeduid als 'Brussel I'. Ik prefereer echter het gebruik van de in de Nederlandse literatuur gangbare term TEX-Verordening'.
Verordening (EG) Nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, PbEG 2001, L 12/1.
Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, Brussel 27 september 1968, Trb. 1969, 101, zoals nadien gewijzigd door diverse Toetredingsverdragen.
Zie echter Besluit van de Raad van 27 april 2006 betreffende de sluiting van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en het Koninkrijk Denemarken betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, PbEU 2006, L120/22. Hiermee zal het toepassingsbereik van de EEX-Verordening uitgebreid worden tot Denemarken.
Considerans, overweging 19, EEX-Verordening.
Zie over de uitlegging van EG-verordeningen: M. Freudenthal & F.J.A. van der Velden, 'Europese rechtsmaatregelen en hun uitlegging door de nationale rechter', IVIPR 2003, p. 117-126.
Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, Lugano 16 september 1988, Trb. 1989, 58.
Over de verenigbaarheid van forum non conveniens met het EEX-Verdrag zijn de volgende studies verschenen: Huber (1994); Niegisch (1996); Erwand (1996).
House of Lords 13 juli 1992, C-314/92, PbEG 1992, C 219/4, Ladenimor/Intercomfinanz; Court of Appeal 5 juli 2002, C-281/02, PbEG 2002, C 233/16, Owusu/Jackson.
C-281/02, Jur. 2005, p. 1-1383.
Zie uitgebreid Burgerlijke Rechtsvordering, Vlas, Verdragen & Verordeningen, EEX-Verordening, Hoofdstuk A-a.
Voor de rechtsmacht in burgerlijke en handelszaken gelden voor Nederland drie belangrijke internationale instrumenten, namelijk het EEX-Verdrag, het EVEX-Verdrag en de EEX-Verordening.1 De EEX-Verordening (hierna ook wel EEX-Vo) is de jongste van de drie regelingen en geldt sinds 1 maart 2002 voor alle lidstaten van de Europese Unie met uitzondering van Denemarken (art. 1 lid 3 EEX-Vo).2 Voor de tien nieuwe lidstaten geldt de EEX-Verordening vanaf hun toetreding tot de Europese Unie op 1 mei 2004. De EEX-Verordening vervangt het tot 1 maart 2002 tussen de lidstaten geldende EEX-Verdrag.3 Het EEX-Verdrag blijft echter van kracht in de relatie tot Denemarken.4 Ter waarborging van de continuïteit behouden de prejudiciële beslissingen gewezen door het HvJ EG over het EEX-Verdrag hun belang voor de uitleg van gelijkluidende bepalingen in de EEX-Verordening.5 De EEXVerordening kent geen officieel toelichtend rapport. Bij de uitleg van de verordening kan wel gebruik worden gemaakt van de Toelichtende Rapporten die behoren bij het EEX-Verdrag.6 Het EVEX-Verdrag, ook wel het Verdrag van Lugano genoemd, loopt parallel aan het EEX-Verdrag en is vanuit Nederland bezien nog van belang in de verhouding tot IJsland, Noorwegen en Zwitserland.7 In het vervolg beperk ik mij tot de EEX-Verordening, tenzij anders is aangegeven. Het geschrevene geldt mutatis mutandis voor het EEX-Verdrag en het EVEX-Verdrag.
In dit hoofdstuk wordt aandacht besteed aan de vraag of en, zo ja, in hoeverre het forum non conveniens-leerstuk toepasbaar is onder de EEX-Verordening.8 Kan de EEX-rechter zich op basis van de EEX-Verordening of op basis van het nationale recht forum non conveniens verklaren, en de behandeling van de zaak overlaten aan het geschikter bevonden gerecht in een andere staat waarmee de zaak voldoende aanknopingspunten heeft? Onder het EEX-Verdrag zijn hierover door Engelse gerechten tot tweemaal toe prejudiciële vragen voorgelegd aan het HvJ EG.9 Op 1 maart 2005 heeft het HvJ EG arrest gewezen in de zaak Owusu/Jackson.10 Met deze prejudiciële beslissing is goeddeels een einde gekomen aan de lange discussie naar de compatibiliteit van het forum non conveniens-leerstuk met het EEX-Verdrag resp. de EEX-Verordening. Alvorens op dit arrest in te gaan, bespreek ik kort de bevoegdheidsregeling in de EEX-Verordening.11