Accountantsaansprakelijkheid
Einde inhoudsopgave
Accountantsaansprakelijkheid (R&P nr. CA20) 2019/1.4.2.1:1.4.2.1 Definitie wettelijke controle
Accountantsaansprakelijkheid (R&P nr. CA20) 2019/1.4.2.1
1.4.2.1 Definitie wettelijke controle
Documentgegevens:
mr. J.E. Brink-van der Meer, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. J.E. Brink-van der Meer
- JCDI
JCDI:ADS302915:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Algemeen
Juridische beroepen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie Beckman (2013), p. 556 e.v. en p. 595 e.v. voor een meer uitvoerig overzicht.
NIVRA (1994), p. 91. Wet van 6 mei 1971 (regeling van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid), Stb. 1971, 289.
NIVRA (1994), p. 92.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De Wta definieert een wettelijke controle als: ‘een controle van een financiële verantwoording van een onderneming of instelling ten behoeve van het maatschappelijk verkeer, die verplicht is gesteld bij of krachtens de in de bijlage bij deze wet genoemde wettelijke bepalingen’ (artikel 1 lid 1 sub p Wta).
De Wta maakt overigens een onderscheid tussen een ‘vrijwillige controle’ (artikel 1 lid 1 sub o Wta) en een ‘wettelijke controle’ (artikel 1 lid 1 sub p Wta). Onder een ‘vrijwillige controle’ wordt verstaan ‘een niet bij of krachtens de [Wta] verplichte controle van financiële verantwoordingen van ondernemingen of instellingen die inhoudelijk overeenkomt met een wettelijke controle’.
De definitie van de Wta betreft alle in bijlage 1 bij deze wet opgesomde wettelijke controles, waarbij -naast de controle op grond van 2:393 BW- gedacht kan worden aan wettelijke controles in de zin van de Gemeentewet (artikel 213 lid 2), Provinciewet (artikel 217 lid 2), Mediawet (artikelen 12 lid 2 en 109 e lid 1) en Rijksoctrooiwet 1995 (artikel 23 j lid 2).1 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen vrijwillige controles worden aangewezen waarop deze wet eveneens van toepassing is (artikel 3 Wta). Hier is tot op heden echter geen sprake van.
Een jaarrekening is een financiële verantwoording van een onderneming.2 Onder jaarrekening wordt verstaan: ‘de enkelvoudige jaarrekening die bestaat uit de balans en de winst- en verliesrekening met de toelichting, en de geconsolideerde jaarrekening indien de rechtspersoon een geconsolideerde jaarrekening opstelt’ (artikel 2:361 lid 1 BW). De (vastgestelde) jaarrekening maakt onderdeel uit van de financiële verslaggeving van een rechtspersoon. Hier wordt voorts onder verstaan: het bestuursverslag en de daaraan toe te voegen gegevens als bedoeld in titel 9 van Boek 2 BW.3
In artikel 42 a lid 1 WvK van 1929 was oorspronkelijk een tweeledige taak van de accountant opgenomen: ‘Door de algemene vergadering van aandeelhouders kan, en, voor zoover zulks door de akte van oprichting is voorgeschreven, zal een deskundige worden benoemd, teneinde op de boekhouding regelmatig toezicht te houden, alsmede om aan de algemene vergadering verslag uit te brengen omtrent de door het bestuur ontworpen balans en winst- en verliesrekening met toelichting’. Mede op aandringen van het NIVRA is de tweeledige taakomschrijving van regelmatige controle op de boekhouding en onderzoek jaarrekening in 1971 uit de wet verdwenen.4 De minister gaf daarbij de volgende motivering: ‘Voor het geven van een onafhankelijk oordeel over de jaarrekening is deze controle veelal niet nodig. De beroepsregelen voor de accountants geven aan op welke wijze de accountant tot zijn oordeel mag komen, en daarin kan, beter dan in de onderhavige bepalingen, rekening worden gehouden met moderne ontwikkelingen op administratief gebied’.5
Voor mijn onderzoek zal ik een engere definitie van wettelijke controle hanteren dan de definitie van de Wta. Een wettelijke controle in de zin van mijn onderzoek betreft een controle van een financiële verantwoording van een onderneming (of instelling) ten behoeve van het maatschappelijk verkeer op grond van artikel 2:393 BW. Ik zal me dus uitsluitend richten op de controle op grond van 2:393 BW, en niet op specifieke aspecten van wettelijke controles in de zin van andere wetten. Hierna wordt deze kerntaak van de externe accountant genoemd: ‘werkzaamheden gericht op een wettelijke controle in de zin van artikel 2:393 BW’. De reden voor het hanteren van deze engere definitie is tweeledig. Allereerst ziet dit proefschrift op de privaatrechtelijke rechtspersonen zoals opgesomd in artikel 2:3 BW, waar het merendeel van de jurisprudentie ook op ziet. Ten tweede zijn de in de bijzondere wetten opgenomen wettelijke controles te beschouwen als species van het genus van artikel 2:393 BW.
Er dient met betrekking tot de werkzaamheden gericht op een wettelijke controle in de zin van artikel 2:393 BW een onderscheid te worden gemaakt tussen het door de accountant verrichte onderzoek (artikel 2:393 lid 3 BW), het door de accountant uit te brengen verslag aan de raad van commissarissen en het bestuur omtrent zijn onderzoek (artikel 2:393 lid 4 BW) en de uitslag van het onderzoek, die de accountant weergeeft in een verklaring over de getrouwheid van de jaarrekening, de controleverklaring (artikel 2:393 lid 5 BW). Zowel het onderzoek als het verslag als de controleverklaring maken onderdeel uit van de wettelijke controle in de zin van dit proefschrift.