De turboliquidatie van de Besloten Vennootschap
Einde inhoudsopgave
De turboliquidatie van de BV (VDHI nr. 131) 2016/9.7:9.7 Samenvatting en conclusie
De turboliquidatie van de BV (VDHI nr. 131) 2016/9.7
9.7 Samenvatting en conclusie
Documentgegevens:
mr. S. Renssen, datum 28-09-2015
- Datum
28-09-2015
- Auteur
mr. S. Renssen
- JCDI
JCDI:ADS385074:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk is de focus gericht op de aansprakelijkheidsrisico’s die bestuurders lopen na de herleving.
Interne bestuurdersaansprakelijkheid:
Allereerst kan een bestuurder op grond van artikel 2:9 BW intern aansprakelijk worden gesteld. Artikel 2:9 BW speelt in geval van een herleefde turbogeliquideerde BVeen opmerkelijke ‘dubbelrol’: het kan worden gezien als enerzijds de oorzaak en anderzijds het gevolg van de herleving van de turbogeliquideerde BV.
Een bestuurder van een BV kan bovendien op grond van artikel 2:216 lid 3 BW aansprakelijk worden gesteld. Omdat deze aansprakelijkheidsgrond van interne aard is en de vordering dus slechts door de BV zelf kan worden ingeroepen, ben ik van mening dat een vordering ex artikel 2:216 lid 3 BW een bate oplevert op grond waarvan een turbogeliquideerde BV kan herleven. De vergoeding voortvloeiend uit deze aansprakelijkheidsgrond valt immers in het vermogen van de BV, dat ter vereffening kan worden aangewend. Artikel 2:216 lid 3 BW speelt dus een ‘dubbelrol’ en kan worden gezien als de oorzaak van de herleving, maar ook als het gevolg van de herleving. Na de herleving zal immers een aansprakelijkheidsstelling op grond van artikel 2:216 lid 3 BW kunnen plaatsvinden.
Externe bestuurdersaansprakelijkheid:
Artikel 6:162 BW speelt in geval van een herleefde turbogeliquideerde BV niet dezelfde opmerkelijke ‘dubbelrol’ als artikel 2:9 en 2:216 BW. Een vordering op grond van artikel 6:162 BW kan geenszins als oorzaak worden gezien van de herleving. Of de vordering kan worden aangemerkt als gevolg van de herleving, is afhankelijk van de vraag welke norm de aansprakelijk gestelde bestuurder heeft overtreden. De afgelopen jaren is in de jurisprudentie een ontwikkeling waarneembaar, waarbij steeds vaker wordt geconcludeerd tot bestuurdersaansprakelijkheid in geval van ten onrechte toegepaste turboliquidaties, hetgeen ten goede komt aan de bestrijding van misbruikconstructies met BV’s.
Fiscale bestuurdersaansprakelijkheid:
De fiscale aansprakelijkheidsgrond neemt een geheel andere positie in wanneer het de herleving van een turbogeliquideerde BV betreft: herleving is geen voorwaarde voor het kunnen inroepen van de fiscale aansprakelijkheidsgrond.
Concernaansprakelijkheid:
Wanneer sprake is van een turbogeliquideerde BV kan sprake zijn van ‘zuivere’ en ‘onzuivere’ concernaansprakelijkheid.