Einde inhoudsopgave
Bundeling van omgevingsrecht (R&P nr. SB5) 2012/5.3.3
5.3.3 Samenhangcriterium
Mr. J.H.G. van den Broek, datum 01-12-2012
- Datum
01-12-2012
- Auteur
Mr. J.H.G. van den Broek
- JCDI
JCDI:ADS362270:1
- Vakgebied(en)
Ruimtelijk bestuursrecht (V)
Milieurecht (V)
Omgevingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Uitbreiding en wijziging van de Wet algemene bepalingen milieuhygiëne en daarmee samenhangende wijzigingen van andere wetten (vergunningen en algemene regels voor inrichtingen; procedures voor vergunningen en ontheffingen; handhaving), Kamerstukken II 1989/90, 21 087, nr. 7, art. OOOO, p. 18.
Nationaal Milieubeleidsplan-plus, Kamerstukken II 1993-1994, 23 560, nr. 1-2.
Uitbreiding en wijziging van de Wet algemene bepalingen milieuhygiëne en daarmee samenhangende wijzigingen van andere wetten (vergunningen en algemene regels voor inrichtingen; procedures voor vergunningen en ontheffingen; handhaving), Kamerstukken II 1989/90, 21 087, nr. 7, art. OOOO, p. 30.
Kamerstukken II 2005/06, 30 600, nr. 3, p. 19.
Kamerstukken II 2005/06, 30 600, nr. 3, p. 22.
Kamerstukken II 2005/06, 30 600, nr. 3, p. 22.
Kamerstukken II 2005/06, 30 600, nr. 3, p. 17 en 22.
Kamerstukken II 2005/06, 30 600, nr. 3, p. 22.
Art. 1 lid 1 Wms.
Kamerstukken II 2005/06, 30 600, nr. 3, p. 22.
Art. 1.1 lid 1 aanhef en onder 1 Wm.
Desoxyribonucleïnezuur en ribonucleïnezuur.
Kamerstukken II 2005/06, 30 600, nr. 3, p. 22.
Kamerstukken II 2005/06, 30 600, nr. 3, p.23.
Art. 1.1 lid 2 onder a Wm.
Art. 1.1 lid 2 onder b Wm.
Art. 1.1 lid 2 onder c Wm.
Par. 3.3.
EG-richtlijn ecologisch ontwerp energiegerelateerde producten: richtlijn nr. 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 21 oktober 2009 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het vaststellen van eisen inzake ecologisch ontwerp voor energiegerelateerde producten (herschikking) (PbEU 2009 L 285/10); (art. 9.4.1 lid 1 Wm).
Par. 3.4.6.
Hoofdstuk 9Stoffen en produkten is in de Wet milieubeheer gekomen op 1 januari 1993. Uit de memorie van toelichting leid ik af dat de regering destijds geen precies omlijnd idee voor ogen lijkt te hebben gehad over wat de inhoud van hoofdstuk 9 Wm zou moeten zijn.
Het hoofdstuk was oorspronkelijk niet opgenomen in het wetsvoorstel Vergunningen en algemene regels (VAR), maar werd daaraan toegevoegd bij nota van wijziging.1 Ter toelichting vermeldt de regering slechts dat de wijziging van de hoofdstukindeling van de Wet milieubeheer al is aangekondigd in het NMP-plus.2 Voorts wordt opgemerkt dat die indeling niet als een absoluut eindbeeld van de Wet milieubeheer moet worden beschouwd. Daarvoor zijn de onzekerheden ten aanzien van de verdere ontwikkeling van het instrumentarium voor het milieubeheer nog te groot. Zo kan niet worden uitgesloten dat zich in de toekomst nieuwe onderwerpen voor regeling in de wet aandienen. Ook is denkbaar dat ten aanzien van een bepaald onderwerp waarvoor nu ruimte wordt gereserveerd, uiteindelijk wordt geconcludeerd dat aan regeling ervan geen behoefte bestaat.3
Duidelijk is echter wel dat de wetgever hoofdstuk 9 Wm heeft bestemd voor bepalingen ten aanzien van stoffen en producten.
De memorie van toelichting bij de Uitvoeringswet EG-verordening REACH noemt weliswaar niet expliciet een bepaald samenhangcriterium, maar impliciet volgt uit die memorie van toelichting dat de regering de regels inzake stoffen op het oog heeft: 'Bepalingen van de Wms die niet hoeven te vervallen, worden één op één overgeheveld naar de Wet milieubeheer om een overzichtelijk geheel te behouden van de stoffenregelgeving.'4
In hoofdstuk 9 Wm is ervoor gekozen het begrippenkader, zoals dat in de Europese stoffen- en ggo-regelgeving is ontwikkeld over te nemen. Dit begrippenkader wordt ook gehanteerd in de REACH-verordening. De regering beoogt daarmee de eenheid van terminologie te behouden binnen de nationale en internationale stoffen- en ggo-regelgeving.5 Die eenheid van terminologie geldt volgens de regering niet alleen voor Titel 9.3 Wm waarin de REACH-verordening is geïmplementeerd, maar ook voor Titel 9.2 Wm. De reden daarvoor is dat voor de toekomst niet kan worden uitgesloten dat voor het uitoefenen van specifieke bevoegdheden op grond van REACH ook gebruik zal worden gemaakt van de artikelen uit Titel 9.2 Wm.6 Een redden hiervoor kan zijn dat de uitvoeringsregels sterke samenhang vertonen met bestaande nationaal geïnspireerde regels.7 Het begrippenkader inzake stoffen in REACH, Titel 9.2 Wm en Titel 9.3 Wm komt dus overeen. Volgens de regering wordt hiermee ook de bestaande eenheid in terminologie gehandhaafd met andere regelgeving ter implementatie van de Europese stoffenregelgeving, zoals de Warenwet en Arbeidsomstandighedenwet.8
Onder stoffen worden verstaan: chemische elementen en de verbindingen ervan, zoals deze voorkomen in natuurlijke toestand of bij de vervaardiging ontstaan, met inbegrip van alle additieven die nodig zijn voor het behoud van de stabiliteit ervan en alle onzuiverheden ten gevolge van het toegepaste procedé, doch met uitzondering van elk oplosmiddel dat kan worden afgescheiden zonder dat de stabiliteit van de stof wordt aangetast of de samenstelling ervan kan worden gewijzigd. Deze aan REACH ontleende definitie van stoffen is op 1 juni 2007 in artikel 1.1 aanhef en onder 1 Wm geïntroduceerd.
In de Wms werd onder stoffen verstaan: chemische elementen en hun verbindingen, zoals deze voorkomen in de natuur of door toedoen van de mens worden voortgebracht.9 De memorie van toelichting bij de Uitvoeringswet EG-verordening REACH vermeldt echter dat met de integratie van de Wms in de Wet milieubeheer geen verandering van de reikwijdte van het begrip stoffen in de Wms is beoogd.10
Titel 9.2 Wm heeft niet alleen betrekking op stoffen, maar ook op preparaten en ggo's. Onder preparaten worden mengsels of oplossingen van twee of meer stoffen11 verstaan. Het gaat dus nog steeds om stoffen. Dat is ook het geval bij ggo's.
In de Wms werden ggo's niet genoemd als afzonderlijke categorie naast stoffen en preparaten. De reden was dat genetisch materiaal valt onder de definitie van stoffen, aangezien DNA en RNA12 chemische verbindingen zijn. In Titel 9.2 Wm zijn ggo's als stoffen behandeld, maar slechts voor de duidelijkheid afzonderlijk genoemd. De memorie van toelichting geeft aan dat hiermee alleen een verduidelijking is beoogd, die ten opzichte van de Wms niet leidt tot een verandering van de reikwijdte van Titel 9.2 Wm.13
Gelet op hetgeen hiervoor is opgemerkt, worden de wetssystemen van REACH, Titel 9.2 Wm, Titel 9.3 Wm en de Wms dus in ieder geval mede bepaald door het samenhangcriterium stoffen.
Het gaat in Titel 9.2 Wm en Titel 9.3 Wm voorts om regels omtrent stoffen ter bescherming van mens en milieu. De omschrijving mens en milieu werd gebruikt in de Wms. Het onderdeel mens is in de Wet milieubeheer wel aangepast aan de wijze waarop dit in REACH wordt gebruikt en dus vervangen door de woorden gezondheid van de mens. De reikwijdte van Titels 9.2 Wm en Titel 9.3 Wm is daarmee ruimer dan de reikwijdte van andere onderdelen van de Wet milieubeheer, maar in vergelijking met de Wms is zij gelijk. Dat betekent dat zowel op basis van de Wms als op basis van Titel 9.2 Wm en Titel 9.3 Wm de mogelijkheid bestaat om aan handelingen voorschriften te verbinden uitsluitend in verband met de gezondheid van de mens of de arbeidsveiligheid, zonder dat het milieu verder in het geding is. Te denken valt aan etiketteringsvoorschriften, productiekennisgeving en veiligheidsinformatieblad.14
In de Wet milieubeheer worden onder gevolgen voor het milieu in ieder geval verstaan gevolgen voor het fysieke milieu, gezien vanuit het belang van de bescherming van mensen, dieren, planten en goederen, van water, bodem en lucht en van landschappelijke, natuurwetenschappelijke en cultuurhistorische waarden en van de beheersing van het klimaat, alsmede van de relaties daartussen.15
Onder gevolgen voor het milieu worden mede verstaan gevolgen die verband houden met een doelmatig beheer van afvalstoffen of een doelmatig beheer van afvalwater, gevolgen die verband houden met het verbruik van energie en grondstoffen, alsmede gevolgen die verband houden met het verkeer van personen of goederen van en naar de inrichting.16
Onder bescherming van het milieu wordt mede verstaan de verbetering van het milieu, de zorg voor een doelmatig beheer van afvalstoffen of een doelmatig beheer van afvalwater, de zorg voor een zuinig gebruik van energie en grondstoffen, alsmede de zorg voor de beperking van de nadelige gevolgen voor het milieu van het verkeer van personen of goederen van en naar de inrichting.17
Gelet op het bovenstaande kom ik tot de conclusie dat Titel 9.2 Wm en Titel 9.3 Wm worden bepaald door de samenhangcriteria stoffen met gevolgen voor het milieu of de gezondheid van de mens. In dit hoofdstuk zal ik verder spreken over stoffen.
Het samenhangcriterium stoffen kan worden gekwalificeerd als een op de echte werkelijkheid gebaseerd samenhangcriterium. Dit samenhangcriterium combineert in wezen drie zakelijke samenhangcriteria:18 object (stoffen), fysieke leefomgeving (milieu) en gezondheid. Voor burgers, ondernemers en andere gebruikers van het omgevingsrecht zal aanstonds duidelijk zijn wat wordt bedoeld met stoffen.
Het samenhangcriterium stoffen bepaalt Titel 9.2 Wm en Titel 9.3 Wm. Hoofdstuk 9 Wm wordt echter ook bepaald door het samenhangcriterium producten. Op het moment van bundeling kende hoofdstuk 9 Wm Titel 9.4 met betrekking tot producten. In deze titel is per 24 oktober 2007 de EG-richtlijn ecologisch ontwerp energieverbruikende producten (Ecodesign)19 geïmplementeerd. De regering heeft destijds gekozen voor implementatie van de richtlijn in de Wet milieubeheer vanwege het integrale karakter van die wet waardoor het in de richtlijn bedoelde kader in die wet kon worden neergelegd voor zowel milieu- als energienormering voor producten. Aangezien het zwaartepunt van de richtlijn producteisen op milieugebied betreft, is de richtlijn geïmplementeerd in hoofdstuk 9 Wm dat gereserveerd is voor regels inzake stoffen en producten.
Hoewel de memorie van toelichting bij de Uitvoeringswet EG-verordening REACH. dat niet expliciet vermeldt, leid ik uit het voorgaande af, dat hoofdstuk 9 Wm mede wordt bepaald door het samenhangcriterium producten met gevolgen voor het milieu. Dat betekent dat bepalingen inzake de gevolgen van producten voor het milieu geen koekoekseibepalingen20 zijn. Dat zou wel het geval zijn als hoofdstuk 9 Wm slechts zou zijn bepaald door het samenhangcriterium stoffen.
Dat neemt echter niet weg, dat de vraag kan worden gesteld of de wetgever de kenbaarheid van de bepalingen inzake stoffen en producten wellicht groter had gemaakt als hij die in afzonderlijke hoofdstukken van de Wet milieubeheer zou hebben ondergebracht, te weten een hoofdstuk inzake Stoffen en een hoofdstuk inzake Producten. Het antwoord op die vraag is echter niet van belang voor de vraag die ons in hoofdstuk 5 bezig houdt, te weten of de integratie van de Wms in de Wet milieubeheer verantwoord kan worden genoemd. In het navolgende zal ik me dan ook beperken tot het samenhangcriterium stoffen.