De procesovereenkomst
Einde inhoudsopgave
De procesovereenkomst (BPP nr. XIII) 2012/11.3.8.1:11.3.8.1 Belang
De procesovereenkomst (BPP nr. XIII) 2012/11.3.8.1
11.3.8.1 Belang
Documentgegevens:
M.W. Knigge, datum 24-10-2012
- Datum
24-10-2012
- Auteur
M.W. Knigge
- JCDI
JCDI:ADS383482:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie HR 24 november 1989, NJ 1992, 404, m.nt. DWFV (Interlas/Lincoln-Amerika c.s.), r.o. 4.2.4.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het is denkbaar dat een partij op grond van een bevoegdheidsovereenkomst bij de Nederlandse rechter of bij een scheidsgerecht (in bodemprocedure of in kort geding) vordert dat haar wederpartij wordt verboden om voor een buitenlandse rechter te procederen. Het zal dan gaan om een vordering tot nakoming van een overeenkomst tot bindend advies of tot arbitrage in Nederland of om een overeenkomst tot forumkeuze. De Nederlandse rechter kan een grensoverschrijdend verbod opleggen.1 Het is echter de vraag of ook oplegging van een grensoverschrijdend procedeerverbod mogelijk is. Vaststaat dat dit niet het geval is voor zover dit procedeerverbod de gerechten van een andere EEX-staat betreft (zie paragraaf 11.3.5). Voor het overige is echter onduidelijk of een dergelijk verbod gegeven kan worden.
Wil een vordering tot oplegging van een procedeerverbod slagen, dan zal een partij daar in ieder geval voldoende belang bij dienen te hebben. Een partij kan er ten eerste belang bij hebben dat in Nederland, als aangewezen forum of als land waar de arbitrage plaatsvindt, over de geldigheid van de bevoegdheidsovereenkomst wordt geprocedeerd. Hoe groot dit belang is, zal afhangen van het land waar de wederpartij een procedure aanhangig heeft gemaakt of dreigt te maken. Indien in dit land procedures zeer lang duren en de kosten zeer hoog zijn, zal het belang groot zijn. Dit is ook het geval indien de kans zeer groot is dat het buitenlandse gerecht de geldigheid van de bevoegdheidsovereenkomst anders zal beoordelen dan de Nederlandse rechter, doordat dit gerecht bijvoorbeeld een ander recht toepast, andere procesregels kent, of (in het ergste geval) doordat voor dit gerecht geen eerlijk proces te verwachten is.
Ook indien de procedure in het buitenland wel snel en eerlijk verloopt, kan het zijn dat een partij belang heeft bij een procedeerverbod. Dit is met name het geval indien haar wederpartij een procedure voor een overduidelijk onbevoegd buitenlands gerecht begint. Door middel van een bevel in kort geding kan wellicht snel een einde aan deze procedure worden gemaakt, zodat deze partij de kosten van het zich verweren in een buitenlands bevoegdheidsgeding worden bespaard.