Einde inhoudsopgave
Verordening (EU) Nr. 1092/2010 betreffende macroprudentieel toezicht van de Europese Unie op het financiële stelsel en tot oprichting van een Europees Comité voor systeemrisico's
Artikel 15 Vergaring en uitwisseling van informatie
Geldend
Geldend vanaf 10-11-2025
- Bronpublicatie:
08-10-2025, PbEU L 2025, 2025/2088 (uitgifte: 21-10-2025, regelingnummer: 2025/2088)
- Inwerkingtreding
10-11-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
08-10-2025, PbEU L 2025, 2025/2088 (uitgifte: 21-10-2025, regelingnummer: 2025/2088)
- Vakgebied(en)
Financiële dienstverlening / Financieel toezicht
1.
Het ESRB voorziet de ESA's van de informatie over risico's die zij nodig hebben voor het vervullen van hun taken.
2.
Overeenkomstig de wetgeving van de Unie werken de ESA's, het Europees Stelsel van centrale banken (ESCB), de Commissie, de nationale toezichthoudende autoriteiten en de nationale statistische autoriteiten nauw met het ESRB samen en verstrekken dit alle nodige informatie voor het vervullen van zijn taken.
3.
Onverminderd artikel 36, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1093/2010, Verordening (EU) nr. 1094/2010 en Verordening (EU) nr. 1095/2010 mag het ESRB de ESA's om informatie vragen, in de regel in samengevatte of geaggregeerde vorm, zodat de individuele financiële instellingen niet kunnen worden geïdentificeerd.
4.
Alvorens overeenkomstig dit artikel om informatie te verzoeken, gaat het ESRB eerst na welke bestaande statistieken reeds door het Europees statistisch systeem en door het ESCB zijn opgesteld, verspreid en ontwikkeld.
5.
Als de gevraagde informatie niet beschikbaar is of als deze niet tijdig beschikbaar wordt gesteld, mag het ESRB de informatie opvragen bij het ESCB, de nationale toezichthoudende autoriteiten of de nationale statistische autoriteiten. Als die informatie niet beschikbaar blijft, kan het ESRB de betrokken lidstaat daarom verzoeken, onverminderd de bevoegdheden van respectievelijk de Raad, de Commissie (Eurostat), de ECB, het Eurostelsel en het ESCB op het gebied van statistiek en gegevensvergaring.
6.
Als het ESRB verzoekt om informatie in niet-samengevatte of niet-geaggregeerde vorm, moet in het met redenen omklede verzoek worden uitgelegd waarom gegevens over de desbetreffende individuele financiële instelling systeemrelevant en noodzakelijk worden geacht in het licht van de bestaande marktsituatie.
7.
Alvorens in te gaan op een verzoek om informatie in niet-samengevatte of niet-geaggregeerde vorm over toezichtskwesties, raadpleegt het ESRB naar behoren de betrokken Europese toezichthoudende autoriteit om zich ervan te vergewissen dat het verzoek gerechtvaardigd en evenredig is. Indien de betrokken Europese toezichthoudende autoriteit het verzoek niet gerechtvaardigd en evenredig acht, stuurt zij het onverwijld aan het ESRB terug en vraagt zij om aanvullende motivering. Nadat het ESRB aan de betrokken Europese toezichthoudende autoriteit de aanvullende motivering heeft verstrekt, zenden de adressaten van het verzoek de gevraagde informatie aan het ESRB toe, mits zij rechtmatige toegang hebben tot de betreffende informatie.
8.
Het ESRB deelt, op regelmatige basis of per geval, informatie die het van een van de andere autoriteiten bij de uitvoering van zijn taken heeft verkregen en die voortvloeit uit de toepassing en uitvoering van het Unierecht, op verzoek met de andere autoriteiten, op voorwaarde dat de verzoekende autoriteit op grond van het Unierecht bevoegd is die informatie van financiële instellingen of de andere autoriteiten te verkrijgen.
9.
In een verzoek tot informatie-uitwisseling op grond van lid 8 van dit artikel staat de rechtsgrondslag in het Unierecht vermeld die de verzoekende autoriteit het recht geeft om de informatie te verkrijgen van financiële instellingen of de andere autoriteiten.
De verzoekende autoriteit en het ESRB zijn onderworpen aan de verplichtingen inzake het beroepsgeheim en inzake gegevensbescherming die zijn vastgelegd in artikel 8 en in sectorale wetgeving, die van toepassing zijn op het delen van informatie tussen de financiële instelling of de andere autoriteiten en de verzoekende autoriteit, alsook tussen de andere autoriteiten en het ESRB.
10.
Indien het ESRB op grond van lid 8 informatie uitwisselt, stelt het elke autoriteit waarvan het de informatie heeft verkregen zonder onnodige vertraging in kennis van de uitwisseling. In geval van herhaaldelijke of periodieke uitwisseling van informatie hoeft het ESRB de autoriteit waarvan het de informatie heeft verkregen, slechts eenmaal in kennis te stellen.
11.
In afwijking van lid 10 hoeft het ESRB de autoriteit niet van de uitwisseling van informatie in kennis te stellen indien aan een van de volgende voorwaarden wordt voldaan:
- a)
de informatie is zodanig geanonimiseerd dat zij niet langer betrekking heeft op een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon en dat de financiële instelling of andere juridische entiteiten niet meer kan of kunnen worden geïdentificeerd, of
- b)
de informatie is gewijzigd, geaggregeerd of behandeld volgens een andere methode voor controle op de openbaarmaking ervan, zodat vertrouwelijke informatie, met inbegrip van bedrijfsgeheimen, beschermd is en persoonsgegevens beschermd zijn door middel van passende technische en organisatorische maatregelen overeenkomstig Verordeningen (EU) 2016/679 (1) en (EU) 2018/1725 (2) van het Europees Parlement en de Raad.
12.
De leden 8 tot en met 11 zijn ook van toepassing op informatie die het ESRB van de andere autoriteiten heeft verkregen en waarop het ESRB vervolgens kwaliteitschecks heeft uitgevoerd of die het ESRB anderszins heeft verwerkt.
13.
Om de uitwisseling van informatie als bedoeld in de leden 8 tot en met 12 te vergemakkelijken, kunnen het ESRB en de andere autoriteiten memoranda van overeenstemming sluiten over de regelingen voor dergelijke uitwisselingen. In de memoranda van overeenstemming kunnen ook regelingen worden vastgelegd voor het delen van middelen om gedeelde informatie te verzamelen en te verwerken. De Commissie kan, na raadpleging van het ESRB en de andere autoriteiten, richtsnoeren opstellen over de belangrijkste elementen van dergelijke memoranda van overeenstemming.
14.
De leden 8 tot en met 13 laten de bescherming van intellectuele-eigendomsrechten onverlet en vormen geen beletsel voor of beperking van de uitwisseling van informatie tussen het ESRB en de andere autoriteiten overeenkomstig andere bepalingen van deze verordening of andere Uniewetgeving.
In geval van strijdigheid tussen de leden 8 tot en met 13 en andere bepalingen van deze verordening of andere Uniewetgeving die de uitwisseling van informatie tussen het ESRB en de andere autoriteiten reguleren, hebben die andere bepalingen voorrang.
15.
Het ESRB kan voor onderzoeks- en innovatiedoeleinden, naar eigen goeddunken, toegang verlenen tot bij de uitvoering van zijn taken verkregen informatie voor hergebruik door financiële instellingen, onderzoekers en andere entiteiten die een rechtmatig belang bij die informatie hebben, op voorwaarde dat het ESRB zich ervan vergewist heeft dat aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
- a)
er zijn de nodige maatregelen genomen om de informatie op zodanige wijze te anonimiseren dat individuele financiële instellingen, entiteiten, betrokkenen en lidstaten niet kunnen worden geïdentificeerd;
- b)
de informatie is gewijzigd, geaggregeerd of behandeld volgens een andere methode voor controle op de openbaarmaking ervan, zodat vertrouwelijke informatie, met inbegrip van bedrijfsgeheimen of door intellectuele-eigendomsrechten beschermde inhoud, beschermd is.
Van een autoriteit ontvangen informatie wordt alleen gedeeld op grond van de eerste alinea met de instemming van de autoriteit die die informatie aanvankelijk heeft verkregen.
16.
Uiterlijk op 11 november 2027 brengt het ESRB aan de Commissie verslag uit over alle juridische belemmeringen in sectorale wetgeving die het ESRB op enigerlei wijze verhinderen informatie uit te wisselen met de andere autoriteiten of met andere entiteiten. Het verslag kan ook betrekking heb op niet-materiële, achterhaalde, dubbele of anderszins irrelevante rapportagevereisten. Het kan ook suggesties voor een betere consistentie tussen de rapportagevereisten voor financiële en niet-financiële entiteiten bevatten. Het verslag wordt zo nodig regelmatig geactualiseerd.
Rekening houdend met het in de eerste alinea bedoelde verslag, de bescherming van intellectuele-eigendomsrechten en de verplichtingen inzake het beroepsgeheim en inzake gegevensbescherming, dient de Commissie waar passend bij het Europees Parlement en de Raad een wetgevingsvoorstel in om die juridische belemmeringen in sectorale wetgeving weg te nemen teneinde de uitwisseling van informatie tussen autoriteiten en met andere entiteiten te bevorderen.
17.
Voor de toepassing van dit artikel wordt onder ‘andere autoriteiten’ elke van de volgende autoriteiten verstaan:
- a)
de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit);
- b)
de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen);
- c)
de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten);
- d)
bevoegde autoriteiten zoals gedefinieerd in artikel 4, punt 2, van Verordening (EU) nr. 1093/2010;
- e)
bevoegde autoriteiten zoals gedefinieerd in artikel 4, punt 2, van Verordening (EU) nr. 1094/2010;
- f)
bevoegde autoriteiten zoals gedefinieerd in artikel 4, punt 3, van Verordening (EU) nr. 1095/2010;
- g)
de autoriteiten die deel uitmaken van het gemeenschappelijk toezichtsmechanisme zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 9, van Verordening (EU) nr. 1024/2013;
- h)
de Gemeenschappelijke Afwikkelingsraad, opgericht bij Verordening (EU) nr. 806/2014;
- i)
afwikkelingsautoriteiten zoals die bedoeld in artikel 3, lid 3, van Richtlijn 2014/59/EU;
- j)
de Autoriteit voor de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering, opgericht bij Verordening (EU) 2024/1620 van het Europees Parlement en de Raad (3);
- k)
financiële toezichthouders zoals gedefinieerd in artikel 2, tweede alinea, punt 1, van Richtlijn (EU) 2024/1640 van het Europees Parlement en de Raad (4).
Voetnoten
Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2016/679/oj).
Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1725/oj).
Verordening (EU) 2024/1620 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2024 tot oprichting van de Autoriteit voor de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1093/2010, (EU) nr. 1094/2010 en (EU) nr. 1095/2010 (PB L, 2024/1620, 19.6.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1620/oj).
Richtlijn (EU) 2024/1640 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2024 betreffende de mechanismen die de lidstaten moeten invoeren om het gebruik van het financiële stelsel voor witwassen of terrorismefinanciering te voorkomen, tot wijziging van Richtlijn (EU) 2019/1937, en tot wijziging en intrekking van Richtlijn (EU) 2015/849 (PB L, 2024/1640, 19.6.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2024/1640/oj)..