De reden voor het mislukken is onduidelijk. Uit de overwegingen ten aanzien van feit 2 is af te leiden dat de verdachte en zijn medeverdachten [medeverdachte 1] daarvoor verantwoordelijk houden.
HR, 14-10-2025, nr. 23/01588
ECLI:NL:HR:2025:1504
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
14-10-2025
- Zaaknummer
23/01588
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2025:1504, Uitspraak, Hoge Raad, 14‑10‑2025; (Artikel 81 RO-zaken, Cassatie)
In cassatie op: ECLI:NL:GHARL:2023:3207
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2025:768
ECLI:NL:PHR:2025:768, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 08‑07‑2025
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2025:1504
- Vindplaatsen
Uitspraak 14‑10‑2025
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/01588
Datum 14 oktober 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 13 april 2023, nummer 21-001216-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1966,
hierna: de verdachte.
1. Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2. Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3. Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van vijf jaren.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
- vermindert deze in die zin dat deze vier jaren en negen maanden beloopt;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 oktober 2025.
Conclusie 08‑07‑2025
Inhoudsindicatie
Conclusie plv. AG. Uitvoer en vervoer van 48kg amfetamine (speed). Klacht over bewezenverklaring van vervoer in Zweden en van het bestanddeel amfetamine op basis van, hoofdzakelijk, EncroChat-berichten die aan o.a. de verdachte worden toegeschreven en waarin gesproken wordt over “speed” en “snelle”. De conclusie strekt tot strafvermindering vanwege overschrijding van de redelijke termijn en tot verwerping van het cassatieberoep voor het overige. Samenhang met 23/01464.
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 23/01588
Zitting 8 juli 2025
CONCLUSIE
V.M.A. Sinnige
In de zaak
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1966,
hierna: de verdachte
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, heeft bij arrest van 13 april 2023 (parketnummer 21-001216-22) met aanvulling van gronden bevestigd het vonnis van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle, van 15 maart 2022 waarbij de verdachte wegens 1. "opzettelijk handelen in strijd met een artikel 2, onder A, van de Opiumwet gegeven verbod” en “opzettelijk handelen in strijd met een artikel 2, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod” en 2. “medeplegen van poging tot afpersing” is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren, met aftrek van voorarrest, en waarin beslissingen zijn genomen omtrent het beslag.
Er bestaat samenhang met de zaak onder parketnummer 23/01464. In die zaak zal ik vandaag ook concluderen.
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo, beiden advocaat in Rotterdam, hebben één middel van cassatie voorgesteld.
Het middel bevat de klacht dat de bewezenverklaring van feit 1 onvoldoende met redenen is omkleed.
Het hof heeft, in navolging van de rechtbank, ten laste van de verdachte onder 1 bewezenverklaard dat:
“hij in de periode van 3 april 2020 tot en met 16 april 2020 in Nederland en/of in Zweden, tezamen en in vereniging met anderen,
- opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht (als bedoeld in artikel 1 lid 5 van de Opiumwet) en
- opzettelijk heeft vervoerd ongeveer 48 kilo amfetamine (speed), zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.”
6. Het door het hof bevestigde (promis)vonnis houdt ten aanzien van het bewijs het volgende in (met weglating van voetnoten):
“4.3.3.2 Parketnummer 08/963631-20
- Feit 1
Op 30 maart 2020 stuurt [medeverdachte 1] een bericht naar een onbekende met de volgende tekst: “Ik heb een klabt voor je man transport nederland zweden 85 snelle in nieuwe kluis. Kun je jouw man vragen of dit kan en wat t kost”.
In een chat van 3 april 2020 tussen [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] vraagt [medeverdachte 3] of [medeverdachte 2] maandag 6 april 2020 de spullen kan afgeven, omdat de spullen woensdag 8 april opgehaald worden. [medeverdachte 2] benadert [verdachte] of hij de spullen kan brengen. [verdachte] bericht vervolgens dat een derde persoon “48 st” heeft en vraagt of hij ze “allemaal zal pakken of die 45 die we besteld hebben”. [medeverdachte 2] bericht: “Allemaal doe maar”. [medeverdachte 2] vraagt aan [verdachte] of de speed dubbel vacuüm zit. [verdachte] bevestigt dat de speed dubbel vacuüm zit en dat hij ze straks kan ophalen. In een volgend gesprek tussen [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] wordt besproken dat [medeverdachte 2] 48 laat afleveren bij [medeverdachte 3] , waarvan 43 voor [medeverdachte 2] en 5 voor [medeverdachte 3] . In een gesprek tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] laat [medeverdachte 1] weten dat de wagen waar het op geladen gaat worden een rit maakt naar Zweden. [medeverdachte 3] vraagt vervolgens of er die maandag weer nieuwe snelle gebracht kan worden naar Zweden.
In een gesprek tussen [medeverdachte 2] en de gebruiker van het Encrochat-account “ [...] ” geeft [medeverdachte 2] aan dat het transport onderweg is en dat “ [...] ” het vrijdagochtend op kan halen. Hieruit leidt de rechtbank af dat [medeverdachte 2] contact heeft met de ontvangende partij in Zweden.
Op 10 en 11 april 2020 vinden er chats plaats tussen [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] , waarin [medeverdachte 2] aan [medeverdachte 3] vraagt of hij al een tijd weet van het transport, waarna [medeverdachte 3] aangeeft dat er wachttijden zijn bij de boot. Dit meldt [medeverdachte 2] daarna aan de ontvangende partij in Zweden. In de chats op 14 april 2020 is te zien dat [medeverdachte 2] [verdachte] op de hoogte houdt van het transport en dat zij zich zorgen maken over het transport omdat het zo lang duurt. Uit chats in de periode van 14 april 2020 tot 24 april 2020 blijkt dat het ophalen van de drugs is mislukt.
De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte samen met anderen snelle/speed heeft vervoerd vanuit Nederland naar Zweden. Het is de rechtbank ambtshalve bekend dat speed als synoniem voor amfetamine wordt gebruikt. Dat de amfetamine niet in beslag is genomen staat niet in de weg aan een bewezen verklaring. De rechtbank is van oordeel dat de chatberichten en de foto’s die via de chats zijn verstuurd, de wijze waarop verdachte met de anderen chat over de te vervoeren “snelle/speed” en de bedragen die daarbij worden genoemd voldoende zijn om te komen tot de vaststelling dat het hier gaat om export van amfetamine. De rechtbank heeft geen reden om te twijfelen aan de aankomst van de drugs in Zweden en dat daarmee sprake is geweest van het buiten het grondgebied van Nederland brengen van die drugs, zoals aan verdachte ten laste is gelegd.”
7. In het middel worden twee klachten geformuleerd. De eerste klacht houdt in dat de bewezenverklaring onvoldoende met redenen is omkleed omdat uit de bewijsmiddelen niet volgt dat ongeveer 48 kg amfetamine in Zweden is vervoerd. De tweede klacht luidt dat onvoldoende met redenen is omkleed dat het om ongeveer 48 kilogram amfetamine betrof.
8. De gebezigde bewijsmiddelen bestaan hoofdzakelijk uit processen-verbaal die betrekking hebben op acht EncroChat-accounts, waarvan er – mede op basis van de verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep – twee aan de verdachte worden toegeschreven, en de chats die door die accounts zijn gevoerd. In cassatie wordt niet bestreden dat de verdachte de gebruiker was van de accounts die aan hem worden toegeschreven en evenmin dat sprake was van vervoer en uitvoer van “iets”. Het is de stellers van het middel enkel te doen om het bewijs van het vervoer in Zweden en het bestanddeel “amfetamine”, dat ontoereikend zou zijn.
9. Ik begin met de eerste klacht. Uit de bewijsmiddelen die het hof – in navolging van de rechtbank – heeft gebruikt kan het volgende worden afgeleid:
- [medeverdachte 1] had op 30 maart 2020 een klant voor “transport nederland zweden 85 snelle in nieuwe kluis”;
- In de dagen daarna hebben [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en de verdachte contact over het brengen van spullen die op woensdag 8 april worden opgehaald, de speed is dubbel vacuüm en er worden 48 st afgeleverd bij [medeverdachte 3] ;
- [medeverdachte 1] laat [medeverdachte 3] weten dat de wagen waar het op geladen gaat worden een rit maakt naar Zweden;
- [medeverdachte 2] laat de gebruiker van het EncroChat-account ‘ [...] ’ weten dat het transport onderweg is en dat ‘ [...] ’ het vrijdagochtend (10 april) op kan halen;
- Op (vrijdag) 10 april 2020 en (zaterdag) 11 april 2020 zijn er chats tussen [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] , waarin [medeverdachte 2] aan [medeverdachte 3] vraagt of hij al een tijd weet van het transport en [medeverdachte 3] aangeeft dat er wachttijden zijn bij de boot, hetgeen [medeverdachte 2] daarna aan de ontvangende partij in Zweden laat weten;
- In de periode van 14 april 2020 tot 24 april 2020 blijkt dat het transport is mislukt.1.
10. Het hof heeft op basis van het voorgaande (kennelijk) geoordeeld dat hetgeen werd getransporteerd op een wagen is geladen en met een boot onderweg naar Zweden is gegaan, waarbij de normale gang van zaken is dat de boot op enig moment via de territoriale wateren een haven in Zweden bereikt, en dat er geen reden is om te twijfelen aan de aankomst in Zweden. Daarin ligt besloten dat de bewezenverklaarde 48 kilogram amfetamine ook in Zweden is vervoerd, hetzij over water hetzij over land. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk en in het licht van het uitblijven van een verklaring van de verdachte en enig verweer van de verdediging op dit punt, toereikend gemotiveerd.
11. Dan de tweede klacht. Idealiter wordt het bewijs van een verboden stof in Opiumwetzaken geleverd door een (positieve) (laboratorium)test. Uit de rechtspraak van de Hoge Raad komt echter naar voren dat het bewijs dat een stof een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I of II betreft ook kan bestaan uit bijvoorbeeld verklaringen van de verdachte of getuigen of andere redengevende feiten en omstandigheden.2.
Het hof heeft – in navolging van de rechtbank – uit de voor het bewijs gebezigde chatberichten een tweetal elementen gedestilleerd waarop het oordeel dat sprake was van amfetamine is gebaseerd. In de eerste plaats is dat de aanduiding van hetgeen vervoerd moest worden, namelijk – zo volgt uit de chatberichten – “speed” dan wel “snelle” . Uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat die benamingen zijn gebruikt om dezelfde lading aan te duiden. In navolging van de rechtbank heeft het hof vervolgens geoordeeld dat het een feit van algemene bekendheid is dat speed een synoniem is voor amfetamine. In de overwegingen ligt besloten dat snelle, een vertaling van het Engelse speed, ook als zodanig wordt gezien. Het hof staat hierin niet alleen. Volgens Jellinek, expert op het gebied van middelengebruik en verslaving, is speed een drug met als actieve stof amfetamine.3.Ook het Trimbos-intituut, onafhankelijk kennisinstituut voor onder meer het gebruik van drugs, ziet speed en amfetamine als synoniemen. Zij schrijven dat speed een verboden harddrug is die op Lijst I van de Opiumwet staat als amfetamine..4.Het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid noemt als andere namen voor amfetamine onder meer speed en snelle.5.En in het Seks & Drugs woordenboek van het BNNVARA programma Spuiten & Slikken staat eveneens dat speed en snelle bijnamen zijn voor amfetamine.6.Het tweede element uit de chatberichten dat het hof van belang heeft geacht, betreft de wijze waarop de snelle dan wel speed verpakt en vervoerd zou worden, waarbij het hof kennelijk het oog heeft gehad op “dubbel vacuüm” verpakt en in een vrachtwagen in een kluis. Daaruit heeft het hof kennelijk afgeleid dat het gaat om de uitvoer van een lading verboden middelen.
Deze omstandigheden in samenhang bezien hebben het hof tot het oordeel gebracht dat sprake was van het vervoer en de uitvoer van amfetamine. In het licht van de vrije selectie en waardering van het bewijsmateriaal door de rechter die over de feiten oordeelt7.en het uitblijven van enige verklaring van de verdachte, acht ik het oordeel van het hof dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het vervoer en de uitvoer van amfetamine op grond van het voorgaande niet onbegrijpelijk en bovendien toereikend gemotiveerd.
12. Het middel faalt in al zijn onderdelen en kan worden afgedaan met een aan art. 81 lid 1 RO ontleende motivering.
13. Ambtshalve merk ik op dat in deze zaak op 21 april 2023 cassatieberoep is ingesteld. Dat betekent dat de behandeltermijn van twee jaren8.in de cassatiefase is overschreden. Dit dient te leiden tot strafvermindering. Andere gronden die ambtshalve tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven heb ik niet aangetroffen.
14. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
plv. AG
Voetnoten
Voetnoten Conclusie 08‑07‑2025
Vgl. bijv. HR 5 juni 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ8803 en HR 1 juli 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD1715. Zie ook de conclusie A-G Jörg (ECLI:NL:PHR:2010:BL8682) voor HR 6 april 2010 (ECLI:NL:HR:2010:BL8682) (HR:81 RO) en de conclusie van A-G Bleichrodt (ECLI:NL:PHR:2017:1076, onder 13) voor HR 13 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1076 (HR: 81 RO).
https://www.jellinek.nl/alcohol-drugs-gedrag/speed-amfetamine/ (geraadpleegd op 4 juli 2025).
https://www.drugsinfo.nl/speed/wat-je-moet-weten-over-speed/ (geraadpleegd op 4 juli 2025).
https://hetccv.nl/themas/georganiseerde-criminaliteit-en-ondermijning/drugscriminaliteit/drugssoorten/ (geraadpleegd op 4 juli 2025).
https://www.bnnvara.nl/spuitenenslikken/catalogus/woordenboek/s/speed (geraadpleegd op 4 juli 2025).
HR 11 april 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU9130.
De verdachte was weliswaar ten tijde van het instellen van beroep in cassatie preventief gedetineerd, maar ten tijde van de betekening van de aanzegging in cassatie op 4 november 2023 niet meer.