Einde inhoudsopgave
De bij dode opgerichte stichting (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2020/6.2.1.2
6.2.1.2 De stichting als legataris
mr. T.F.H. Reijnen, datum 01-09-2020
- Datum
01-09-2020
- Auteur
mr. T.F.H. Reijnen
- JCDI
JCDI:ADS232284:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Erfrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
§ 1939 BGB geeft een omschrijving van een legaat (Vermächtnis). Zie over het Vermächtnis in Duitsland MüKoBGB 2013/Lange § 2307 Rn. 2 e.v.; Boelens 2015, nr. 4.3.5.1.
Zie voor het legaat in Nederland, Boelens 2015; Asser/Perrick 4 2017/154-157; Handboek Erfrecht, F.W.J.M. Schols 2015/VII.2.
Hof in v.Campenhausen/Richter § 6 Rn 20.
Schewe 2004, p. 223.
Als aan de making van de stichting legaten, sublegaten of lasten zijn verbonden, kan dit tot gevolg hebben dat niet wordt voldaan aan de eis van dauernde und nachhaltige Zweckerfüllung, vgl. MüKoBGB 2012/Reuter § 83 Rn 4. Dat aan een making ten gunste van een stichting legaten, sublegaten of lasten verbonden kunnen worden, is onomstreden, zie Werner & Saenger 2008, Rn 634.
Hof in v.Campenhausen/Richter § 6 Rn 90.
In Duitsland is een legaat (Vermächtnis) een vermogensrechtelijke begunstiging die leidt tot een vorderingsrecht op een of meer erfgenamen of legatarissen (§ 1939 BGB in verbinding met § 2147 BGB).1 Het Duitse legaat en het Nederlandse legaat (artikel 4:117 e.v. BW) lijken sterk op elkaar.2 Als een bij dode opgerichte stichting wordt begunstigd met een legaat, verkrijgt deze stichting daardoor een vordering waarvan de omvang vaststaat. Dit komt sterk overeen met de bij leven opgerichte stichting in Duitsland. Bij oprichting onder de levenden gaat de oprichtingsverklaring gepaard met de verklaring van de oprichter dat hij direct na de oprichting een bepaald vermogen ter beschikking van de stichting zal stellen. Deze verklaring van de oprichter verleent de stichting een vorderingsrecht op de oprichter, waarvan de omvang bekend is.3
Vanwege deze gelijkenis tussen de bij leven opgerichte stichting en de bij dode opgerichte stichting die door de erflater/oprichter is begunstigd met een legaat, komt deze in beginsel in aanmerking voor Anerkennung.4 Uiteraard dient voldaan te zijn aan de twee Anerkennungsvorbehalte: de eis van dauernde und nachhaltige Zweckerfüllung (zie ook 2.3.2.5 en 6.2.1)5 en het Gemeinwohlvorbehalt (zie 2.3.2.3 ).
Vanwege de Städel-Paragraph (§ 84 BGB), wordt de bij dode opgerichte stichting die wordt begunstigd door middel van een legaat, geacht dit legaat al te hebben verkregen bij de dood van de erflater, zo bleek in 3.4.2.1.6