Zekerheid voor leverancierskrediet
Einde inhoudsopgave
Zekerheid voor leverancierskrediet (O&R nr. 117) 2019/2.8.2:2.8.2 De nauwe band en het niet-benadelende karakter van de voorrangspositie
Zekerheid voor leverancierskrediet (O&R nr. 117) 2019/2.8.2
2.8.2 De nauwe band en het niet-benadelende karakter van de voorrangspositie
Documentgegevens:
mr. K.W.C. Geurts, datum 01-10-2019
- Datum
01-10-2019
- Auteur
mr. K.W.C. Geurts
- JCDI
JCDI:ADS90774:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Hoofdstuk 2, paragrafen 2.2.3.1, 2.2.2, 2.2.3 (Nederlands recht), 2.3.1 (Duits recht), 2.4.1-2.4.3 (Belgisch recht), 2.5.1-2.5.3 (Amerikaans recht).
Hoofdstuk 2, paragrafen 2.3.2, 2.4.4, 2.5.4. Vgl. Tekstra 2001, p. 158; Verstijlen, TPR 2006/2, p. 1191.
Hoofdstuk 2, paragrafen 2.2.3, 2.3.2, 2.5.1-2.5.2, 2.6.1, 2.7.1.
Hoofdstuk 2, paragraaf 2.5.1.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Naast het hierboven uiteengezette economische argument worden in de rechtsstelsels en modelwetten nog twee argumenten aangevoerd ter rechtvaardiging van de voorrangspositie voor leverancierskrediet.
Ten eerste stellen de wetgevers dat de nauwe samenhang tussen de gesecureerde vordering én het onderpand een rechtvaardiging vormt voor de voorrangspositie voor leverancierskrediet op de geleverde zaak. De leverancier levert de zaak namelijk op krediet aan de koper. Voor de koopprijsvordering die de leverancier op de koper verkrijgt, wil de leverancier zekerheid. Deze zekerheid verkrijgt de leverancier met betrekking tot de geleverde zaak. De leverancier kan zich bijvoorbeeld de eigendom van de geleverde zaak voorbehouden of verkrijgt een zekerheidsrecht met superprioriteit op de geleverde zaak. In beide gevallen verkrijgt de leverancier dus een eerste zekerheidsrecht op de geleverde zaak die hij op krediet heeft geleverd, tot zekerheid van de koopprijsvordering van deze zaak. Andere schuldeisers van de koper willen zich ook verhalen op deze zaak. Zij hebben echter geen krediet verstrekt voor de verwerving van de zaak door de koper of niet specifiek daarvoor. In vergelijking met de koopprijsvordering van de leverancier staan hun gesecureerde vorderingen niet of in een minder nauw verband met de geleverde zaak.1
In het Duitse, Belgische en Amerikaanse recht vormt deze nauwe band tevens een rechtvaardiging voor de verlenging van de voorrangspositie voor leverancierskrediet tot het surrogaat van de geleverde zaak. De voorrangspositie zet zich bijvoorbeeld voort op de vordering uit doorverkoop van de geleverde zaak of de nieuwe zaak die is ontstaan door zaaksvorming.2 Dit geldt eveneens voor de UNCITRAL Model Law on Secured Transactions en de Draft Common Frame of Reference.3 De gedachte is dat de vordering uit doorverkoop of de nieuwe zaak het (gedeeltelijke) surrogaat vormt van de geleverde zaak, omdat de waarde van de geleverde zaak in dit surrogaat besloten ligt.
Ten tweede leidt de voorrangspositie niet tot een benadeling van andere schuldeisers van de koper volgens de wetgevers. De leverancier verkrijgt een eerste zekerheidsrecht op een zaak die hij financiert en nog niet tot het verhaalsvermogen van de koper behoort. De voorrangspositie van de leverancier doet daarom geen afbreuk aan de al gevestigde zekerheidsrechten op de goederen van de koper ten gunste van andere schuldeisers, of verhaalsrechten van ongesecureerde schuldeisers. Het vermogen van de koper wordt juist vergroot doordat hij nieuwe zaken op krediet verwerft. Schuldeisers van de koper kunnen zich (na betaling van de koopprijs) verhalen op deze zaken. Zonder de prestatie van de leverancier was dit niet het geval geweest.4
Zou de leverancier geen voorrang verkrijgen met betrekking tot de geleverde zaken, dan profiteert een andere schuldeiser met een zekerheidsrecht van de levering van de zaak op kosten en voor risico van de leverancier. Dat is onbillijk, omdat de schuldeiser geen nieuw krediet heeft hoeven verstrekken en hiervoor een extra betalingsrisico loopt, maar wel zijn onderpand ziet toenemen en zich met voorrang vóór en ten koste van de leverancier kan verhalen. In de Amerikaanse literatuur wordt de toekenning van de voorrangspositie daarom ook aangeduid als een anti-windfall policy.5