NJB 2025/2401:In het openbaar opruien door uitnodigingen via social media te versturen voor een toen vanwege de corona-pandemie illegaal feest, art. 131 lid 1 Sr: bij de beoordeling of uitingen ‘opruiend’ zijn, komt betekenis toe aan de inhoud en de strekking van de gedane uitingen in hun onderlinge samenhang bezien, alsmede de context waarin deze uitingen aan het publiek zijn geopenbaard. Onder ‘in het openbaar’ opruien moet worden verstaan dat de opruiende uitingen zijn gedaan onder zodanige omstandigheden en op zo’n manier dat zij door het publiek kunnen worden vernomen. Niet is vereist dat de opruiende uitingen zijn gedaan op een openbare plaats. In casu kon het hof oordelen dat de verdachte betrokken was bij het organiseren van een illegaal feest en de verdachte door het plaatsen en het delen van een bericht op social media met instructies hoe men zich kon aanmelden en aanwezig kon zijn bij dit feest, heeft aangespoord en dus ‘opgeruid’ tot enig strafbaar feit als bedoeld in art. 131 lid 1 Sr. Dat geldt ook voor het oordeel van het hof dat de verdachte ‘in het openbaar’ heeft opgeruid nu de verdachte zich heeft bediend van en zijn bericht heeft geplaatst op een ‘voor een ieder toegankelijk’ Instagramaccount dat op dat moment ‘enkele duizenden volgers’ had.