JWB 2015/47
Onteigening
HR 30-01-2015, ECLI:NL:HR:2015:183
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
30 januari 2015
- Zaaknummer
13/05265
13/05839
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Burgerlijk procesrecht / Eerste aanleg
Onteigeningsrecht / Onteigening
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2015:2195, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 14‑08‑2015
ECLI:NL:HR:2015:183, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 30‑01‑2015
ECLI:NL:PHR:2014:1905, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 03‑10‑2014
Beroepschrift, Hoge Raad, 23‑10‑2013
- Wetingang
Essentie
Onteigening
Samenvatting
Casus
Hier worden twee cassatieberoepen in dezelfde onteigeningszaak behandeld. Het gaat om een vordering tot vervroegde onteigening van gronden die kadastraal (in mede-eigendom) ten name staan van iemand die overleden is. De vordering is derhalve ingesteld tegen een op de voet van art. 20 lid 1 Onteigeningswet benoemde derde. De rechtbank heeft zowel de weduwe van de overledene als diens gezamenlijke erfgenamen de toegang als partij tot het geding ontzegd.
Rechtsvraag
In cassatie gaat het onder meer om de uitleg van art. 20 leden 2 en 3 Ow en de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.