Einde inhoudsopgave
Rechtersregelingen in het burgerlijk (proces)recht (BPP nr. II) 2004/7.4.5.3
7.4.5.3 De ratio decidendi van een uitspraak
K. Teuben, datum 02-12-2004
- Datum
02-12-2004
- Auteur
K. Teuben
- JCDI
JCDI:ADS579481:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie hierover § 7.4.6.
Cross & Harris 1991, p. 72.
Zie MacCormick 1987, p. 170-171.
Walker & Walker 1998, p. 65.
Met name benadrukt door Goodhart 1931, p. 169; zie hierover voorts Cross & Harris 1991, p. 43-15; Dias 1985, p. 136-139.
Qumn v. Leathern [1901] AC 495, 506.
Vgl. voor voorbeelden Dias 1985, p. 137-139; Goodhart 1931, p. 174-179.
Zie daaromtrent Cross & Harris 1991, p. 72-75; Marshall 1997, p. 510-513; Kottenhagen 1986, p. 192-202.
Smith, Baüey & Gunn 2002, p. 481.
Vgl. Cross & Harris 1991, p. 72; Smith, Bailey & Gunn 2002, p. 481; Dias 1985, p. 140-141; Kottenhagen 1986, p. 201.
Cross & Harris 1991, p. 45-17; Dias 1985, p. 139.
In dat geval gaat het om een vorm van 'distinguishing', waarover § 7.4.4.3.
Dias 1985, p. 140-141.
Dit heeft overigens ook zo zijn voordelen: als gevolg hiervan is het bijvoorbeeld mogelijk, een (bindend) precedent zodanig te interpreteren dat het in de voorliggende zaak niet van toepassing blijkt te zijn (zie hierover ook § 7.4.4.3).
Zie voor een uitgebreide behandeling van deze vragen Cross & Harris 1991, p. 84-96.
Zie Cross & Harris 1991, p. 75-76.
Cross & Harris 1991, p. 77-81; Marshall 1997, p. 515-516.
Zie § 7.4.6.
Van cruciale betekenis bij het omgaan met precedenten door Engelse rechters is de vaststelling van de zogeheten ratio decidendi van een eerdere uitspraak. Een 'proposition of law' vormt alleen een bindend precedent wanneer deze tot de ratio decidendi van de eerdere uitspraak behoort. De rechtsoverwegingen die niet tot de ratio decidendi gerekend kunnen worden, worden aangeduid met de term obiter dicta, overwegingen ten overvloede. Obiter dicta zijn niet in de hiervóór weergegeven strikte zin bindend voor latere rechters, maar zij vormen wél persuasive authorities, die een (soms zeer sterke) mate van 'overtuigende' waarde hebben.1
Hoe de ratio decidendi van een uitspraak precies dient te worden vastgesteld is een omstreden kwestie in de Engelse literatuur en rechtspraak. Niettemin zijn wel enige grote lijnen aan te geven, waarbij uitgegaan kan worden van de door Cross en Harris in hun standaardwerk over het precedentenrecht gegeven omschrijving van de raüo decidendi:
"The ratio decidendi of a case is any rule of law expressly or impliedly treated by the judge as a necessary step in reaching his conclusion, having regard to the line of reasoning adopted by him, or a necessary part to his direction to the jury."2
Een eerste belangrijk vereiste is aldus dat een rechtsregel slechts kan gelden als ratio decidendi, indien deze noodzakelijk was voor de uiteindelijk gegeven beslissing. Anders geformuleerd: de uiteindelijke beslissing moet op de desbetreffende rechtsregel berusten, wil deze regel tot de raüo decidendi kunnen behoren.3 Aan deze eis is bijvoorbeeld niet voldaan bij een rechtsregel of rechtsopvatting die is neergelegd in een 'dissenting opinion'.4
Voorts wordt algemeen aangenomen dat de uit een precedent af te leiden ratio decidendi gebaseerd moet zijn op de 'material facts' - de voor de beslissing relevante feiten - van de desbetreffende zaak.5 Zelfs wanneer een uitspraak een in zeer algemene bewoordingen geformuleerde rechtsregel bevat, moet deze steeds worden bezien tegen de achtergrond van de feiten van het concrete geval. Door Lord Halsbury werd een en ander in de zaak Quinn v. Leathern als volgt uitgedrukt:
"every judgement must be read as applicable to the particular facts proved, or assumed to be proved, since the generality of the expressions which may be found there are not intended to be expositions of the whole law but governed and qualified by the particular facts of the case in which such expressions are to be found."6
Het gaat er bij de vaststelling van de ratio decidendi dus om, welke feiten van het concrete geval als 'material' moeten worden beschouwd. De ratio decidendi strekt zich slechts uit tot die latere gevallen waarin zich dezelfde relevante feiten voordoen. Het zal duidelijk zijn dat, hoe minder feiten als 'material' worden aangemerkt, hoe ruimer de strekking van de ratio wordt.7 Een belangrijke vraag is vanuit wiens perspectief dit alles moet worden bezien: gaat het om hetgeen de oorspronkelijke rechter als ratio decidendi van zijn beslissing beschouwde of om wat een latere rechter als ratio uit de uitspraak wil afleiden? Het is met name deze vraag die in Engeland tot de nodige discussie heeft geleid.8
Uiteraard vormt de tekst van de eerdere uitspraak, waarin de opvatting van de oorspronkelijke rechter(s) is neergelegd, het belangrijkste uitgangspunt bij de bepaling van de rado decidendi.9 Deze is echter niet per definitie beslissend. De tegenwoordig heersende leer lijkt te zijn, dat in een precedent niet één objectief bepaalbare, onveranderlijk geldende ratio decidendi besloten ligt.10 Wat precies als ratio uit een uitspraak kan worden afgeleid, kan in de loop der tijd veranderen, bijvoorbeeld onder invloed van beslissingen in latere zaken.11 Doordat meer of minder feiten als relevant worden aangemerkt, kan de rado decidendi een algemenere of juist beperktere reikwijdte krijgen.12 Zelfs is het mogelijk dat een rechtsregel die eerst als ratio werd beschouwd, in een later geval als obiter dictum wordt aangemerkt (waarmee de strikte gebondenheid wegvalt).13 Het omgekeerde kan zich uiteraard eveneens voordoen. De ratio decidendi van een uitspraak is derhalve tot op zekere hoogte een veranderlijke grootheid.14
Naast de zojuist geschetste problemen kunnen zich overigens nog andere complicaties voordoen bij het vaststellen van de ratio decidendi. Te noemen zijn bijvoorbeeld de aanwezigheid van meer dan één ratio in een uitspraak, het ontbreken van een ratio en de vaststelling van de ratio bij uitspraken van meervoudige colleges (waarbij veelal door de rechters afzonderlijke 'opinions' worden gegeven, waarin verschillende rechtsopvattingen neergelegd kunnen zijn).15
Zoals aan het begin van deze paragraaf al is opgemerkt, is het onderscheid tussen ratio decidendi en obiter dicta in zekere zin vrij eenvoudig: alle gedeelten van een uitspraak die niet tot de ratio decidendi behoren, gelden per definitie als obiter dicta.16 Laatstgenoemde categorie bestaat uit diverse varianten, zoals bijvoorbeeld losse opmerkingen die in het geheel niet relevant zijn voor de uiteindelijke beslissing, overwegingen die betrekking hebben op een punt waarop uiteindelijk niet beslist wordt of overwegingen die niet zozeer bedekking hebben op het concrete geschil als wel op andere (toekomstige) gevallen.17 Herhaald zij voorts dat obiter dicta naar Engelse maatstaven niet als 'bindend' worden beschouwd; als 'persuasive authorities' kunnen zij evenwel een bepaalde 'overtuigende waarde' bezitten.18