Het vertrouwensbeginsel bij de interstatelijke samenwerking in strafzaken
Einde inhoudsopgave
Het vertrouwensbeginsel bij de interstatelijke samenwerking in strafzaken (SteR nr. 31) 2016/17.3:17.3 De chronologie van het vertrouwen: retrospectief en prospectief
Het vertrouwensbeginsel bij de interstatelijke samenwerking in strafzaken (SteR nr. 31) 2016/17.3
17.3 De chronologie van het vertrouwen: retrospectief en prospectief
Documentgegevens:
Thomas Kraniotis, datum 01-08-2016
- Datum
01-08-2016
- Auteur
Thomas Kraniotis
- JCDI
JCDI:ADS458220:1
- Vakgebied(en)
Bestuursprocesrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Waar het gaat om de chronologie van het vertrouwen – ziet het vertrouwen op een gebeurtenis in het verleden of op een toekomstige gebeurtenis – zal de verandering in die dimensie vooral schuilen in een versterking of verzwakking van het te hanteren vertrouwen binnen elk van de twee onderdelen van deze dimensie. Of het vertrouwen gericht is op iets in het verleden of iets in de toekomst, verandert immers niet snel in verband met de overgang van het klassiek-verdragsrechtelijke kader naar het EU-kader. Er is met andere woorden niet zo zeer sprake van een verschuiving van retrospectief vertrouwen naar prospectief vertrouwen of omgekeerd. Eerder gaat het om een versterking of verzwakking van het uit deze dimensie voortvloeiende, door de betrokken autoriteiten gehanteerde normatief-beperkende vertrouwen. Bij prospectief vertrouwen is bijvoorbeeld denkbaar dat op de toekomstige naleving van verplichtingen (waar het meestal om gaat) sterker toezicht wordt of kan worden uitgeoefend, zodat een sterker vertrouwen op die toekomstige naleving gerechtvaardigd kan zijn. De naleving van bijvoorbeeld bepaalde procedurele waarborgen, zoals de toegang tot een advocaat, staat onder toezicht van de nationale rechter in de uitvaardigende staat na overlevering. Die treedt op als Unierechter en dient in voorkomende gevallen te rade te gaan bij het Hof van Justitie. De naleving in het algemeen van de richtlijn die toegang tot een advocaat garandeert wordt door de Commissie geëvalueerd en als een lidstaat daarin te kort schiet kan een inbreukprocedure aan de orde zijn. Veel minder dan bij verdragsrechtelijke samenwerking is de verdachte na de samenwerking in figuurlijke zin ‘overgeleverd’ aan de andere staat. Bij retrospectief vertrouwen is toetsing principieel mogelijk, omdat hetgeen moet worden getoetst al is voorgevallen, maar kan het praktisch complex zijn. Dergelijke praktische complicaties kunnen afnemen binnen een nauwer samenwerkingsverband als de Europese Unie, in het bijzonder wanneer daar permanente instellingen bestaan als Europol of Eurojust die nadere toetsing kunnen faciliteren en bijvoorbeeld informatie kunnen verschaffen als dat nodig is voor de toetsing. Tegelijkertijd kan gedacht worden aan een sterker retrospectief vertrouwen omdat terugblikkende toetsing steeds minder noodzakelijk wordt, gegeven bijvoorbeeld een sterker gegarandeerde toegang tot de rechter in de andere lidstaat.
17.3.1 Retrospectief17.3.2 Prospectief