Ambtshalve toepassing van EU-recht
Einde inhoudsopgave
Ambtshalve toepassing van EU-recht (BPP nr. XIV) 2012/3.0:3.0 Introductie
Ambtshalve toepassing van EU-recht (BPP nr. XIV) 2012/3.0
3.0 Introductie
Documentgegevens:
Mr. A.G.F. Ancery, datum 01-08-2012
- Datum
01-08-2012
- Auteur
Mr. A.G.F. Ancery
- JCDI
JCDI:ADS298609:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
76.
In het voorgaande hoofdstuk werd beschreven wat de rechtsstrijd naar Nederlands recht precies omvat. Achter dit begrip gaat een aantal fundamentele basisgedachten schuil. Vanuit dat perspectief is het interessant om te kijken naar buitenlandse rechtsstelsels. Immers, de invulling van het civiele proces in Duitsland, Engeland en Frankrijk berust net zo zeer op deze – vaak op artikel 6 EVRM gebaseerde – fundamentele uitgangspunten. Zo wordt van een rechter in Duitsland ook verwacht dat hij onpartijdig is, moeten partijen in Engeland ook in voldoende mate de kans krijgen om hun standpunt voor het voetlicht te brengen en dient een partij in Frankrijk zich ook in voldoende mate te kunnen verdedigen tegen een vordering van haar wederpartij. Alleen de uitwerking van deze uitgangspunten verschilt nogal eens.
Inzicht in de verschillende wijzen waarop invulling kan worden gegeven aan deze fundamentele uitgangspunten is nuttig, omdat de conclusie van de hierna nog te bespreken invloed van het EU-recht op de Nederlandse rechtsstrijd kan zijn dat bepaalde aspecten van het Nederlandse procesrecht geen stand meer kunnen houden. Als dat het geval is omdat de daaraan ten grondslag liggende fundamentele uitgangspunten niet meer in stand kunnen blijven, tast dat de kern van een civiel proces aan. Meestal zal het echter slechts zo zijn dat de Nederlandse invulling van de aan een civiel proces ten grondslag liggende fundamentele uitgangspunten zich niet goed verdraagt met het EU-recht. Dan zou kunnen worden gekozen voor een andersoortige invulling, waarvoor inspiratie kan worden opgedaan in het procesrecht van de ons omringende landen. Met uitzondering van het hoger beroep en de cassatieprocedure zal voor de in paragraaf 2.13 geïdentificeerde thema’s worden bezien hoe deze zijn uitgewerkt in Duitsland, Engeland en Frankrijk. Het gaat dan om de inzet van de procedure (paragraaf 3.2), de feitelijke grondslag, de aanvulling van rechtsgronden en de rol van de openbare orde daarin (paragraaf 3.3). Er zal echter eerst worden aangegeven waarom gekozen is voor de Duitse, Engelse en Franse rechtsstrijd en wat de uitgangspunten zijn die aan die rechtsstrijd ten grondslag liggen (paragraaf 3.1).