Einde inhoudsopgave
Milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden 2021/III.3.5
III.3.5 Kwalitatieve bestanddelen
mr. T.R. Bleeker LLM, datum 01-11-2021
- Datum
01-11-2021
- Auteur
mr. T.R. Bleeker LLM
- JCDI
JCDI:ADS460237:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Ik merk op dat het concept van kwalitatieve bestanddelen/kwaliteitsbestanddelen in bestuursrechtelijke kringen weliswaar niet onbekend, maar zeker ook niet gangbaar is. Eerder werd dit concept gehanteerd door o.a. Wladimiroff 2009; Knijff 1999, m.n. p. 287; Blomberg & Koopmans 2015.
In eerdere publicaties gebruikte ik de aanduiding ‘kwaliteitsbestanddeel’. Zie bijvoorbeeld Bleeker 2019a, en Bleeker 2019b. Ik heb ervoor gekozen om van nu af aan te spreken van kwalitatieve bestanddelen, omdat bij de andere bestanddelen ook steeds sprake is van een woordgroep met een bijvoeglijk naamwoord en zelfstandig naamwoord, in plaats van een samenstelling.
Dogmatisch gezien zou je het normadressaatschap kunnen zien als een bestanddeel van het delict. De Hullu 2018, p. 76.
Het uitgangspunt is dat een wettelijk voorschrift voor eenieder geldt. Als geen specifieke adressaat wordt genoemd in een milieuvoorschrift, dan moet in beginsel iedereen – dus ook een leidinggevende – de norm naleven. Sommige normen bevatten echter een kwalitatief bestanddeel.1 Het kwalitatieve bestanddeel (ook wel bekend als ‘kwaliteitsbestanddeel’2) stelt eisen aan de hoedanigheid van de dader. Dat betekent dat de verplichting uit een norm niet geldt voor iedereen, maar alleen voor personen die de hoedanigheid uit het kwalitatieve bestanddeel bezitten. Degene tot wie de norm is gericht, wordt de normadressaat genoemd, waarover in paragraaf III.5.2 meer.3
Het kwalitatieve bestanddeel is pas vervuld wanneer de normadressaat de overtreding heeft gepleegd of op verboden wijze heeft deelgenomen aan de overtreding. Zonder betrokkenheid van de normadressaat bij de verboden gedraging, is er (dus) ook geen sprake van een overtreding van de betreffende norm. Een voorbeeld uit het strafrecht kan dit verduidelijken.
Het bekendste voorbeeld van een kwaliteitsdelict is een ambtsdelict, zoals artikel 365 Sr: ‘de ambtenaar die door misbruik van gezag iemand dwingt iets te doen, niet te doen of te dulden, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie’. Wanneer iemand – die zelf geen ambtenaar is en ook handelt zonder betrokkenheid van een ambtenaar – door misbruik van gezag iemand dwingt iets te doen, niet te doen of te dulden, dan is er geen sprake van een overtreding van artikel 365 Sr: het kwalitatieve bestanddeel blijft dan onvervuld.
Een norm die niet tot eenieder maar tot een bepaalde groep is gericht, wordt ook wel een kwaliteitsdelict genoemd. Veel milieuvoorschriften hebben een specifieke adressaat. In paragraaf II.2.6.3 ga ik in op de adressering van een aantal belangrijke milieuvoorschriften, en beantwoord ik de vraag of een leidinggevende persoonlijk drager is van milieuverplichtingen. De adressering van de belangrijkste categorie milieunormen – inrichtinggerelateerde voorschriften – komt echter hierna aan bod in paragraaf III.5.3-III.5.4.