De beursvennootschap, corporate governance en strategie
Einde inhoudsopgave
De beursvennootschap, corporate governance en strategie (IVOR nr. 120) 2020/5.5:5.5 Conclusie
De beursvennootschap, corporate governance en strategie (IVOR nr. 120) 2020/5.5
5.5 Conclusie
Documentgegevens:
mr. S.B. Garcia Nelen, datum 01-08-2020
- Datum
01-08-2020
- Auteur
mr. S.B. Garcia Nelen
- JCDI
JCDI:ADS232634:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de jaren 1970 vond een verschuiving plaats van het richtsnoer voor het handelen van het bestuur en de raad van commissarissen. Zij dienden zich niet langer te richten naar het belang van de vennootschap, maar naar het belang van de vennootschap en haar onderneming. Tegenwoordig dient de leiding van een vennootschap met onderneming zich te richten naar het belang van die onderneming. Dit verlegt de focus van de vennootschap als juridisch samenwerkingsverband naar de onderneming als economisch-maatschappelijk verschijnsel, met belangen bij, én belanghebbenden in de vorm van, veel verschillende betrokkenen.
Het belang van de NV is gericht op het bestendig succesvol maken van de onderneming, waarbij ook andere omstandigheden een rol kunnen spelen, zoals het bestaansdoel (corporate purpose) van de NV. Dit gezamenlijke richtpunt vormt het vennootschappelijk belang. Bij zijn besluitvorming neemt het bestuur dat belang steeds tot uitgangspunt, waarbij tevens zorgvuldig dient te worden omgegaan met de belangen van stakeholders. Deze zorgvuldigheidsplicht geldt voor institutioneel betrokken stakeholders op grond van artikel 2:8, voor contractueel betrokken stakeholders op grond van artikelen 6:2 en 6:248 BW en voor indirect betrokken stakeholders op grond van de artikelen 6:162 en 3:13 BW. Dit vormt een sluitend systeem van uitputtende gedragsnormen die de kring van betrokken belanghebbenden bij de organisatie van de NV en haar onderneming in de wijdste zin beheersen. Daarnaast kunnen andere belangen dan die van de onderneming ook het vennootschappelijk belang kleuren, zodat zij deel gaan uitmaken van het richtsnoer voor het handelen van het bestuur. Om te zorgen dat de onderneming bestendig succesvol wordt, bepaalt het bestuur het beleid, waaronder ook een strategie. Hiertoe formuleert het bestuur in de regel een visie op lange termijn en strategische doelstellingen en een strategisch plan op middellange termijn. De uitvoering van die strategie zal op onderdelen de medewerking van de AV kunnen vereisen.
Waar gewenst kan van de wettelijke verdeling van bevoegdheden afgeweken worden, tenzij dwingendrechtelijke bepalingen zich daartegen verzetten. Een uitbreiding of beperking van bevoegdheden van het bestuur of de AV zal veelal volgen uit de wet of de statuten. Onder omstandigheden kunnen aanvullende bevoegdheden of beperkingen op bevoegdheden volgen uit de artikelen 2:8 en 3:13 BW. Het beperken van de taak van het bestuur kan ook worden geëffectueerd door het verleggen van zijn bevoegdheden, waaronder het bepalen van het beleid en de strategie, naar de AV. De bevoegdheid van het bestuur ten aanzien van die onderwerpen wordt daarmee evenzoveel beperkt. Hierop bestaan twee beperkingen: (1) dit kan niet zien op bevoegdheden die dwingendrechtelijk zijn toegekend aan het bestuur en (2) dit kan niet zover gaan dat de bestuursbevoegdheid volledig bij het bestuur wordt weggenomen.
Bevoegdheden van de AV kunnen ook vergaand worden ingeperkt, onder andere door oligarchische regelingen, tenzij dwingendrechtelijke regelingen zich daartegen verzetten. In algemene zin kan de organisatie van de NV in vrij grote mate oligarchisch worden ingericht, waarbij zelfs ‘kernbevoegdheden’ van de AV aanzienlijk kunnen worden beperkt. Er geldt in beginsel geen beperking van AV-bevoegdheden vanwege het enkele feit dat zij raken aan de strategie van de NV. Met andere woorden, de AV kan haar bevoegdheden in beginsel inzetten, ook om een strategiewijziging te forceren.