De civiele zitting centraal: informeren, afstemmen en schikken
Einde inhoudsopgave
De civiele zitting centraal: informeren, afstemmen en schikken (BPP nr. VIII) 2010/:Concluderende opmerkingen
De civiele zitting centraal: informeren, afstemmen en schikken (BPP nr. VIII) 2010/
Concluderende opmerkingen
Documentgegevens:
Janneke van der Linden, datum 14-04-2010
- Datum
14-04-2010
- Auteur
Janneke van der Linden
- JCDI
JCDI:ADS366658:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De zitting is langzamerhand binnen en buiten Nederland een centrale stap in procedures bij rechtbanken geworden. Dit geldt niet alleen voor civiele procedures, maar deze trend is ook zichtbaar in andere procedures. Er is inmiddels veel onderzoek gedaan naar de vraag wat burgers belangrijk vinden in een procedure, de door hen ervaren rechtvaardigheid. Daaruit blijkt dat burgers hun eigen verhaal willen vertellen, respectvol behandeld willen worden en goede informatie willen krijgen over de procedure. Het is belangrijk dat rechters deze aspecten systematisch waarborgen in hun zittingen, omdat dit van invloed is op onder andere de acceptatie van de uitkomst, het vertrouwen in het rechtssysteem en de mate waarin burgers zich aan de wet houden.
Uit mijn onderzoek komt naar voren dat partijen en advocaten in het algemeen te spreken zijn over de ervaren rechtvaardigheid tijdens de zitting (de comparitie na antwoord). Zij blijken minder enthousiast te zijn over de informatie die zij krijgen over de zitting. Partijen en advocaten geven aan, dat zij in ieder geval graag informatie van de rechter zouden willen krijgen over de doelen/bedoeling van de zitting, het moment waarop zij de kans krijgen hun verhaal te doen en de onderwerpen waarover gesproken gaat worden.
Om een goed beeld te krijgen van de huidige zittingspraktijk is in dit onderzoek niet alleen gekeken naar de ervaren rechtvaardigheid, maar ook naar het bereik van enerzijds de doelen die de wetgever voor de zitting heeft geformuleerd en anderzijds de persoonlijke doelen van de verschillende aanwezigen. Daaruit komt naar voren, dat het een stuk beter kan.
Het aantal (door het gedrag van de rechter) ervaren dwangschikkingen is fors. De tevredenheid van partijen met de overeengekomen schikkingen is niet bepaald hoog te noemen. Sommige partijen vinden dat de rechter niet genoeg helpt bij het verkennen van de schikkingsmogelijkheden. Anderen vinden juist dat de rechter te lang doorhamert op een schikking. De boodschap van partijen en advocaten aan rechters is, kortom, goed na te denken over de wijze waarop rechters een schikking faciliteren.
Verder blijkt de effectiviteit van de zitting voor partijen aan de lage kant als we kijken naar de mate waarin de persoonlijke doelen van partijen tijdens de zitting worden bereikt. Dit geldt in het bijzonder voor het doel ‘gelijk krijgen’, wat door 42% van de partijen wordt genoemd. Partijen formuleren, in tegenstelling tot rechters, ook nauwelijks persoonlijke doelen die aansluiten bij de wettelijke doelen. Het is in dit onderzoek niet helder geworden wat partijen precies bedoelen met `gelijk krijgen’: denken zij dat de rechter ter zitting mondeling vonnis zal wijzen? Of zijn zij op zoek naar verbale en non-verbale signalen van de rechter die hun visie bevestigen? Dit zou kunnen worden meegenomen in toekomstig onderzoek.
Er is nog een aantal elementen dat niet is meegenomen in dit onderzoek en dat het beeld van de zitting nog zou kunnen aanvullen. Hierbij denk ik bijvoorbeeld aan de tevredenheid van partijen over de uitkomst van de procedure: Hoe rechtvaardig vinden partijen het vonnis dat zij krijgen (distributieve rechtvaardigheid)? Is de tevredenheid van partijen met een schikking wel zo laag als die tevredenheid vergeleken wordt met de tevredenheid van partijen met een vonnis? Is de ervaren rechtvaardigheid een aantal weken of maanden na de zitting — nadat het vonnis van de rechter bij partijen bekend is — anders dan direct na de zitting? Dit zijn interessante vragen voor vervolgonderzoek.
Ten tweede is het kostenperspectief niet meegenomen in dit onderzoek. Veranderingen kosten tijd en geld, zo ook de voorstellen tot verbetering in dit onderzoek. Bijvoorbeeld, mijn voorstel om partijen voorafgaand aan de zitting zaakspecifieke instructies te geven, betekent waarschijnlijk een verzwaarde voorbereidingslast voor rechters. Daar komt bij dat de rechter het risico loopt dat hij voor niets geïnstrueerd heeft, omdat zittingen regelmatig op het laatste moment niet doorgaan. Aan de andere kant zou deze aanpak ook de nodige tijdsbesparing kunnen opleveren. Partijen en advocaten zijn in staat om beter voorbereid ter zitting te verschijnen en kunnen — in het kader van wat er besproken gaat worden — relevante stukken van tevoren indienen bij de rechtbank. Een extra conclusiewisseling of akteronde zal in een aantal zaken achterwege kunnen blijven. Bovendien kan dit voorstel een besparing van tijd en kosten voor partijen en advocaten opleveren, doordat hun voorbereiding veel gerichter kan zijn.
De voor- en nadelen van de verschillende voorstellen — voor wat betreft de ervaren rechtvaardigheid, doelbereik, uitkomsten, tijd en geld — zouden in nader onderzoek in kaart kunnen worden gebracht, op grond waarvan gefundeerde keuzes gemaakt kunnen worden.
Ten slotte dient de vraag zich aan hoe de resultaten eruit zouden zien als de procesdeelnemers niet alleen de zitting zouden beoordelen, zoals in dit onderzoek, maar als er gevraagd zou worden naar hun ervaringen met de totale civiele procedure (van dagvaarding tot eindvonnis). Zou dat plaatje er negatiever uitzien? De zitting is uiteindelijk het meest interactieve deel van de procedure en vaak het enige moment waarop partijen direct in contact komen met de rechter. Het meten van hun ervaringen met de totale procedure zou een mooi onderwerp voor vervolgonderzoek zijn.