Exoneraties in (ICT-) contracten tussen professionele partijen
Einde inhoudsopgave
Exoneraties in (ICT-) contracten tussen professionele partijen (R&P nr. 141) 2006/8:8 Mate waarin wederpartij zich van de strekking van het beding bewust is geweest
Exoneraties in (ICT-) contracten tussen professionele partijen (R&P nr. 141) 2006/8
8 Mate waarin wederpartij zich van de strekking van het beding bewust is geweest
Documentgegevens:
Mr. T.J. de Graaf, datum 15-05-2006
- Datum
15-05-2006
- Auteur
Mr. T.J. de Graaf
- JCDI
JCDI:ADS403558:1
- Vakgebied(en)
Informatierecht (V)
Verbintenissenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Over deze omstandigheid kan ik kort zijn. In professionele verhoudingen speelt deze omstandigheid mijns inziens geen rol van betekenis bij de toetsing van exoneraties. Van een professionele afnemer mag worden aangenomen dat hij zich bewust is van de strekking van een exoneratie. Anders gezegd: hij behoort zich daarvan bewust te zijn. Is hij zich niet bewust, dan moet hij er voor zorgen dat hij zich daarvan wel bewust wordt of het risico aanvaarden dat hij aan een exoneratie gebonden is die hij niet begrijpt.
Uit de volgende twee uitspraken kunnen aanwijzingen worden geput dat rechters er ook zo over denken. De Rechtbank Leeuwarden meent dat het een feit van algemene bekendheid (althans een algemene ervaringsregel) is dat een exoneratie veelvuldig in contracten wordt gebruikt en dat op de exonerant (mede) daarom geen verplichting rust de wederpartij specifiek op de betreffende exoneratie te wijzen.1 Ook de Hoge Raad lijkt in die richting te denken. In Gn/Z-arich oordeelt hij dat de motiveringsklacht van GTI (leverancier) slaagt omdat het Hof Arnhem niet duidelijk heeft gemaakt welk gewicht hij heeft toegekend aan het argument van GTI dat GTI de Gemeente Noordoostpolder (afnemer) 'niet eigener beweging op het naar formulering en strekking duidelijke ... verjaringsbeding ... behoefde te wijzen.'2 Strikt genomen valt uit deze overweging niets af te leiden. Het enkele feit dat de Hoge Raad oordeelt dat de motiveringsklacht slaagt, betekent immers nog niet dat de Hoge Raad het eens is met het betreffende argument van GTI. Toch leid ik hieruit af dat ook de Hoge Raad iets in dit argument ziet. Anders had de Hoge Raad wel geoordeeld dat dat argument niet relevant is.
Als je de wederpartij á niet hoeft te wijzen op het bestaan van een exoneratie, dan hoef je hem zeker niet van de inhoud van de exoneratie bewust te maken.
Brunner drukt dat nog provocerender uit: 'De sukkel op de markt wordt niet beschermd, de meest deskundige en alerte ondernemer gaat met de buit strijken.'3