Voor risico van de ondernemer (O&R nr. 142) 2023/Bijlage I
Bijlage I Methodologie rechtspraakanalyse
mr. T.E. de Wijkerslooth-van der Linden, datum 01-06-2023
- Datum
01-06-2023
- Auteur
mr. T.E. de Wijkerslooth-van der Linden
- JCDI
JCDI:ADS713153:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Naves & Sicking & Van der Wees (NJB 2021/3258, p. 3620) schrijven dat ongeveer 4% van alle uitspraken op de website van de Rechtspraak wordt gepubliceerd. Volgens Weusten & Weij (Weusten & Weij, NJB 2021/3259, p. 3625) ging het in 2020 om 5,7% van de ‘relevante’ uitspraken. Zie in het algemeen ook: Van Opijnen 2014.
Naves & Sicking & Van der Wees, NJB 2021/3258, p. 3620-3623.
Besluit selectiecriteria uitsprakendatabank Rechtspraak.nl (online, laatst geraadpleegd 2 mei 2022).
Wijntjens 2021, p. 31.
Zie over deze methode ook: Wolters 2021, p. 56-58.
Selectie en verzameling van de lagere rechtspraak
De eerste fase van het onderzoek betrof de selectie en verzameling van lagere rechtspraak. De zaken die zijn geanalyseerd ten behoeve van hoofdstuk 8, zijn geselecteerd via www.rechtspraak.nl. Deze website bevat een database van alle gepubliceerde uitspraken van de rechtbanken, gerechtshoven en bijzondere colleges. De selectie heb ik op verschillende momenten gedurende het promotietraject uitgevoerd. Op 29 april 2022 heb ik (voor het laatst) gezocht op de zoekterm ‘6:162’. Vonnissen van na deze datum zijn niet meegenomen in de analyse. Ik heb de zoekopdracht beperkt door de volgende termen buiten de zoekopdracht te laten: ‘overheidsaansprakelijkheid’, ‘onrechtmatige overheidsdaad’, ‘185 WVW’, ‘6:166’, ‘burenrecht’, ‘burengeschil’, ‘burenruzie’, ‘ontslag’, ‘mishandeling’, ‘bestuurdersaansprakelijkheid’, ‘handelsnaamrecht’, ‘aanrijding’, ‘verkeersongeval’, ‘aanvaring’. Vervolgens heb ik de uitspraken gefilterd op ‘civiel recht’ en ‘uitspraken’. Ik kwam uit op 3993 resultaten. Omdat dit aantal te groot was om mee te nemen in de analyse, heb ik op basis van de ‘inhoudsindicatie’ een nadere selectie gemaakt. De zaken die de selectie niet gehaald hebben, gingen bijvoorbeeld over: de niet-ontvankelijkheid van de eiser, IPR-kwesties, procesrecht, merkenrecht, overheidsaansprakelijkheid, een geschil tussen twee particulieren (zoals de ongelukkige samenloop van omstandigheden), burenruzies, verkeersongevallen, bestuurdersaansprakelijkheid, intellectueel eigendomsrecht, beroepsaansprakelijkheid, omgewaaide bomen, rectificatie en verjaring. Ook heb ik ervoor gekozen om het bereik te beperken tot de periode 2012-2022. Ik kwam uit op een selectie van 541 zaken. Deze 541 zaken heb ik nader bestudeerd. De zaken waarin geen sprake was van een onrechtmatigheids- of toerekenbaarheidstoetsing heb ik buiten beschouwing gelaten. Ik kwam uit op 184 zaken.
Daarnaast heb ik op 2 mei 2022 (voor het laatst) gezocht op de zoekterm ‘onrechtmatige daad’ en ‘-6:162’. Ik heb de zoekopdracht vervolgens beperkt en gefilterd op grond van bovengenoemde termen. Daarnaast heb ik nog de zoekopdracht beperkt met een paar aanvullende termen: ‘aansprakelijkheid makelaar’, ‘slaafse nabootsing’. Ik kwam uit op een aantal hits van 10.620. Om dit aantal terug te brengen heb ik ervoor gekozen om het bereik te beperken tot de periode 2017-2022. Ik heb wederom op basis van de ‘inhoudsindicatie’ een nadere selectie gemaakt. Het geselecteerde aantal uitspraken kwam uit op 394 zaken. Vervolgens zijn deze zaken nader bestudeerd. De zaken waarin geen sprake was van een onrechtmatigheids- of toerekenbaarheidstoetsing zijn buiten beschouwing gelaten. Ik kwam uit op 4 zaken.
Bij de selectie en verzameling van de rechtspraak spelen verschillende validiteitskwesties. Ten eerste wordt slechts een beperkt deel van de gerechtelijke uitspraken gepubliceerd op de website van de Rechtspraak.1 De Rechtspraak heeft door middel van het programma ‘Meer én verantwoord publiceren’ de ambitie geuit om de komende 10 jaar alle uitspraken te publiceren, tenzij er zwaarwegende redenen zijn om de uitspraak niet openbaar te maken.2 Dit programma heeft echter geen effect voor de selectie van de uitspraken in dit proefschrift. De selectie van de uitspraken die voor publicatie in aanmerking komen, geschiedt op grond van het ‘Besluit selectiecriteria uitsprakendatabank Rechtspraak.nl’.3 Er is een kans dat de door mij gevonden uitspraken geen goede weerspiegeling vormen van de rechtspraak. Het is denkbaar dat, indien alle uitspraken worden gepubliceerd onder de vlag van het programma ‘Meer én verantwoord publiceren’, een andere onderzoeker tot andere resultaten komt. Ten tijde van het doen van onderhavig onderzoek was het echter niet haalbaar om archief- en dossieronderzoek te doen bij de rechtbanken.
Ten tweede is het mogelijk dat in een rechtszaak niet de termen ‘6:162’ of ‘onrechtmatige daad’ voorkomen, terwijl deze zaken wel relevant zijn voor mijn onderzoek. Er bestaat dus een (klein) risico dat sommige zaken ten onrechte niet zijn meegenomen in de analyse.
Een derde validiteitsrisico treedt op bij mijn selectie van de gevonden uitspraken. Zoals hierboven aangegeven heb ik op basis van de zogeheten ‘inhoudsindicatie’ een nadere selectie gemaakt. Het is mogelijk dat op basis van de inhoudsindicatie het beeld ontstaat dat een zaak niet relevant is, terwijl bij nader inzien de uitspraak wel relevante passages bevat. Om dit validiteitsrisico enigszins op te vangen, heb ik ervoor gekozen om een steekproef van 25 zaken te nemen en te onderzoeken of deze zaken toch relevant zijn. Naar aanleiding van deze steekproef is niet gebleken dat het selecteren op basis van de inhoudsindicatie verkeerde resultaten oplevert.
Het coderen aan de hand van een codeerschema
De tweede fase van het onderzoek betrof het lezen van de verzamelde data. De uitspraken heb ik gelezen aan de hand van een codeerschema. Een codeerschema is een schema met verschillende labels die aan passages tekst kunnen worden gekoppeld.4 Dit codeerschema heb ik voorafgaand aan de inhoudsanalyse opgesteld aan de hand van het juridisch-dogmatisch onderzoek dat ik al had uitgevoerd. Het codeerschema heb ik gedurende de inhoudsanalyse aangepast op verscheidene kleine punten. Het codeerschema zag er als volgt uit.
Attribute
Values assigned
A.Basisinformatie
1.Jaartal
B.Eiser
1.Type eiser
Bijv: ondernemer, consument, overheid
C.Grondslag
1.Artikel
6:162, 6:173, 6:174, 6:175, 6:181, 6:185, onbekend
2.Leerstuk
Bijv. financiële aansprakelijkheid, gevaarzetting, kwalitatieve aansprakelijkheid
D.Hoedanigheid van ondernemer besproken in
1.Feiten
Ja of Nee
2.Argumenten eiser
Ja of Nee
3.Argumenten verweerder
Ja of Nee
4.Motivering van rechter
Ja of Nee
5.Hoedanigheid wordt niet besproken
Ja of Nee
E.Waar speelt hoedanigheid een rol bij onrechtmatigheid
1.Hoedanigheid in kader van kennisvereiste
Ja of Nee
2.Categoriale bescherming
Ja of Nee
3.Hoedanigheid als aparte factor in contextuele beoordeling
Ja of Nee
4.Hoedanigheid werkt door via wetgeving
Ja of Nee
5.Hoedanigheid werkt door via fundamentele rechten
Ja of Nee
6.Hoedanigheid werkt door via (private) regelgeving
Ja of Nee
7.Hoedanigheid werkt door via organisatieplicht
Ja of Nee
8.Anders
F.Waar speelt hoedanigheid een rol bij toerekenbaarheid
1.Schuld
Ja of Nee
2.Verkeersopvatting
Ja of Nee
G.Welk gezichtspunt van de gedifferentieerde maatmens-ondernemer speelt een rol?
1.Bedrijfstak
Ja of Nee
2.Specialisatie
Ja of Nee
3.Internationaal karakter
Ja of Nee
4.Omvang
Ja of Nee
5.Financiële draagkracht
Ja of Nee
6.Gevaarlijke aard van de ondernemingsactiviteit
Ja of Nee
7.Nut van de ondernemingsactiviteit
Ja of Nee
8.Aanwezigheid van onderzoeksafdeling
Ja of Nee
9.Machtspositie
Ja of Nee
10.Organisatiestructuur
Ja of Nee
11.Overig
H.Beslissend voor oordeel?
1.Beslissend voor onrechtmatigheidsoordeel?
Ja of Nee
2.Beslissend voor toerekenbaarheid?
Ja of Nee
3.Overig
Bij het coderen van de uitspraken spelen verscheidene validiteitskwesties. Ten eerste is het denkbaar dat het codeerschema niet toereikend is en dat bepaalde relevante omstandigheden niet worden betrokken in de analyse. Deze kwestie heb ik proberen te ondervangen door het codeerschema aan te passen indien dit op basis van de uitspraken nodig bleek te zijn.
Een tweede validiteitskwestie bij het coderen van de uitspraken is de vooringenomenheid van de onderzoeker. Geen enkele onderzoeker is een ‘blanco blad’. Op basis van het juridisch-dogmatische onderzoek had ik (onbewust) reeds verschillende hypothesen ontwikkeld. Zo was ik in de literatuur de hoedanigheid van de ondernemer-laedens voornamelijk tegengekomen in het kader van het kennisvereiste. Op basis daarvan had ik de hypothese geformuleerd dat de hoedanigheid van ondernemer ook met name in dat kader terug zou komen in de rechtspraak. Een oplossing om dit probleem op te vangen was om een tweede codeur aan te stellen. In het kader van dit project had ik echter niet de beschikking over een tweede codeur en was het ook niet mogelijk om dit geautomatiseerd te doen. Om dit probleem op te vangen, zijn de vragen in het codeerschema gesloten geformuleerd. Dit beperkt het risico dat meerdere onderzoekers tot uiteenlopende (interpretatieve) oordelen komen. Voorts zijn het codebook en de verzamelde rechtszaken in dit proefschrift opgenomen, zodat de analyse controleerbaar is.5