NJB 2021/917
Intrekking hoger beroep voor de aanvang van het onderzoek ter terechtzitting door middel van een e-mail van de verdachte waarin deze de wens kenbaar heeft gemaakt het hoger beroep in te trekken, art. 453 en 454 Sv: de enkele omstandigheid dat niet is gebleken van een akte van intrekking van het hoger beroep mag niet ten nadele van de verdachte strekken en dan dus als zodanig niet betekenen dat het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet als ingetrokken kan gelden. A-G: anders
HR 16-03-2021, ECLI:NL:HR:2021:369
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
16 maart 2021
- Magistraten
Mrs. J. de Hullu, E.S.G.N.A.I. van de Griend, A.L.J. van Strien, A.E.M. Röttgering, C. Caminada
- Zaaknummer
19/05509
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Rechtsmiddelen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2021:369, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 16‑03‑2021
ECLI:NL:PHR:2020:994, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 17‑11‑2020
Beroepschrift, Hoge Raad, 22‑06‑2020
- Wetingang
Essentie
Intrekking hoger beroep voor de aanvang van het onderzoek ter terechtzitting door middel van een e-mail van de verdachte waarin deze de wens kenbaar heeft gemaakt het hoger beroep in te trekken, art. 453 en 454 Sv: de enkele omstandigheid dat niet is gebleken van een akte van intrekking van het hoger beroep mag niet ten nadele van de verdachte strekken en dan dus als zodanig niet betekenen dat het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet als ingetrokken kan gelden. A-G: anders
Uitspraak
Inleiding
Het cassatiemiddel klaagt dat het hof ten onrechte heeft ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.