Relativiteit, causaliteit en toerekening van schade
Einde inhoudsopgave
Relativiteit, causaliteit en toerekening van schade (R&P nr. CA21) 2019/12.4:12.4 Samenvatting
Relativiteit, causaliteit en toerekening van schade (R&P nr. CA21) 2019/12.4
12.4 Samenvatting
Documentgegevens:
D.A. van der Kooij, datum 01-08-2019
- Datum
01-08-2019
- Auteur
D.A. van der Kooij
- JCDI
JCDI:ADS586247:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
518. In uitzonderlijke gevallen laat zich niet vaststellen dat de schadesituatie in de harde kern van het beschermingsbereik van de geschonden norm of kwalitatieve aansprakelijkheid ligt, terwijl zich evenmin laat vaststellen dat zich een schadesituatie voordoet zoals beschreven in een van de voorgaande vier hoofdstukken (§ 12.1). In een dergelijke situatie kan de methode van Wiarda worden gebruikt om te beoordelen of een toereikend normatief verband bestaat tussen de aansprakelijkheidscheppende gebeurtenis en de daardoor veroorzaakte schade. Men vergelijke dan de voorliggende situatie met, enerzijds, schadesituaties die in de harde kern van het beschermingsbereik van de geschonden norm liggen en, anderzijds, met schadesituaties die rechtmatig veroorzaakt konden worden of waarin om andere reden een schadevergoedingsverplichting ontbreekt (§ 12.2). In de rechtspraak van de Hoge Raad is verder een enkele keer een uitzonderlijke omstandigheid (mogelijk) van belang geoordeeld bij de toerekening van schade. Naar mijn mening komt aan die omstandigheden in het algemeen nauwelijks belang toe (§ 12.3).