JONDR 2019/949
Conclusie A-G inzake borgstelling en het toestemmingsvereiste
HR (A-G) 05-07-2019, ECLI:NL:PHR:2019:740
- Instantie
Hoge Raad (Advocaat-Generaal)
- Datum
5 juli 2019
- Zaaknummer
18/02498
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Bijzondere onderwerpen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2019:1729, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 08‑11‑2019
ECLI:NL:PHR:2019:740, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 05‑07‑2019
- Wetingang
Essentie
A is aandeelhouder en bestuurder van Domaine NV (die een bouwbedrijf uitoefent). A heeft zich, in het kader van een bouwproject, in privé borg gesteld voor een schuld die Domaine aan haar zakenpartner heeft. In dit geval is de borgstelling geschied ten behoeve van de normale uitoefening van het bedrijf van de vennootschap waarvan A (indirect) aandeelhouder en bestuurder is. Het ontbreken van toestemming van de echtgenote van A leidt in dit geval dus niet tot vernietigbaarheid van de borgstelling.
Samenvatting
A is aandeelhouder en bestuurder van Domaine NV. Domaine voert samen met B een bouwproject en is ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.