V-N 2018/16.6
Hoge Raad heft tekort in rechtsbescherming bij intrekking principaal hoger beroep op
HR 23-03-2018, ECLI:NL:HR:2018:411, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
23 maart 2018
- Magistraten
De Groot, Overgaauw, Fierstra, Groeneveld, Wortel
- Zaaknummer
17/02826
17/02827
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS928590:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Beroepsfase
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2018:411, Uitspraak, Hoge Raad, 23‑03‑2018
Beroepschrift, Hoge Raad, 31‑01‑2018
Beroepschrift, Hoge Raad, 31‑01‑2018
Beroepschrift, Hoge Raad, 31‑01‑2018
ECLI:NL:PHR:2018:127, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 31‑01‑2018
- Wetingang
art. 28 AWR
Essentie
De Hoge Raad oordeelt dat de ene partij cassatieberoep kan instellen tegen een brief waarin het hof meedeelt dat na intrekking van het (principale) hoger beroep van de andere partij geen uitspraak meer zal worden gedaan.
Samenvatting
Belanghebbenden, X1 bv en X2 vof, komen in beroep tegen aan hen opgelegde boeten.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant vermindert de boeten van € 71.555 tot € 47.500. De inspecteur is het niet eens met de vermindering en stelt hoger beroep in. Als hij inziet dat hoger beroep geen succes zal opleveren, besluit de inspecteur het hoger beroep in te trekken. Als belanghebbenden kennis nemen van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.