Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/7.1
7.1 Inleiding
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS418047:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Jeantet, CDE 1972, p. 405; Droz, Compétence Judiciaire, p. 117; Rb. Amsterdam 13 mei 1975, NJ 1976, 323; Krings, Preadvies NV1R 1978, p. 107; Ktr. Amsterdam 27 april 2000, Prg. 2000, nr. 5493.
De 111( hanteerde deze voorwaarden onder meer om een beroep op art. 17 EEX af te wijzen in het arrest van 25 april 1997, RvdW 1997, 113, NJ 1998, 665 (Filippijnse Zeelieden).
HvJ EG 1 maart 2005, zaak C-281/02, Owusu/Jackson, Jur. 2005, p. 1-1383, r.o. 26 e.v.
Art. 8 Rv in het Nederlandse commune internationaal privaatrecht en art. 7 WIPR in het Belgische commune internationaal privaatrecht.
HvJ EG 10 februari 1994, zaak C-398/92, Mund & Hatrex, Jur. 1994, p. 1-467, NJ 1994, 385.
OLG Bamberg 23 februari 1979, RIW/AWD 1979, p. 566.
De toepasselijkheid van art. 23 EEX-V°/17 Verdrag en het Haags Forumkeuzeverdrag wordt beperkt door vier grenzen, te weten het materiële toepassingsbereik van EEX-V°/ Verdrag/Haags Forumkeuzeverdrag (art. 1 EEX-V°Nerdrag/Haags Forumkeuzeverdrag, zie hiervoor hoofdstuk 4), het internationaliteitsvereiste (hoofdstuk 5), het temporeel toepassingsbereik (hoofdstuk 6) en ten vierde het formele toepassingsbereik. Het laatste omvat mede het territoriale geldingsbereik. Het formele toepassingsbereik, inclusief het territoriale geldingsbereik, komt in dit hoofdstuk aan de orde.
Deze formele grens is niet bepalend voor de geldigheid van de forumkeuze of een voorwaarde voor totstandkoming, maar slechts een voorwaarde voor de toepasselijkheid van art. 23 EEX-V°/17 Verdrag.1 Buiten het toepassingsbereik van art. 23 EEX-V°/17 Verdrag en het Haags Forumkeuzeverdrag wordt de geldigheid van een forumkeuze getoetst aan het commune internationaal privaatrecht. Art. 23 EEX-V°/17 Verdrag kent twee voorwaarden voor de (formele) toepasselijkheid:
Eén der partijen moet woonplaats hebben in een EG-lidstaat (art. 23 EEX-V°) of verdragsluitende staat (art. 17 Verdrag);
Een gerecht of gerechten van een EG-lidstaat resp. verdragsluitende staat moeten zijn aangewezen.2
Beide voorwaarden komen achtereenvolgens in de par. 7.2 en 7.3 aan bod. Een derde voorwaarde voor het formele toepassingsbereik, inhoudende dat zou moeten worden gederogeerd aan de rechtsmacht van een EG-lidstaat c.q. verdragsluitende staat, wordt besproken in par. 7.4. Overigens concludeer ik in laatstgenoemde paragraaf dat deze voorwaarde voor formele toepasselijkheid niet mag worden gesteld.3 Het formele toepassingsbereik van art. 23 EEX-V°/17 Verdrag heeft tot gevolg dat voor het commune internationaal privaatrecht4 betreffende forumkeuze slechts ruimte bestaat in drie situaties:
Partijen hebben beide woonplaats buiten de EG-lidstaten (EEX-V°) c.q. verdragsluitende staten (Verdrag) en hebben een gerecht van een EG-lidstaat resp. verdragsluitende staat aangewezen. Art. 23 EEX-V°/17 Verdrag is dan in afwijking van de hoofdregel ten dele toch toepasselijk. Indien niet aan het woonplaatsvereiste is voldaan, wordt derogatie toch door art. 23 EEX-V°/17 Verdrag beheerst. Dit onderwerp wordt niet in hoofdstuk 7 behandeld, omdat de prorogatie van de rechter van de EG-lidstaat c.q. verdragsluitende staat niet op basis van art. 23 EEX-V°/17 lid 1, laatste zin Verdrag plaatsvindt. Derogatie ingevolge art. 23 lid 3 EEX-V°/17 lid 1, laatste zin Verdrag komt aan bod in par. 10.6.4.
Eén of meer partijen hebben woonplaats in een EG-lidstaat c.q. verdragsluitende staat en hebben een gerecht buiten de EG-lidstaten (EEX-V°) resp. verdragsluitende staten (Verdrag) aangewezen;
Partijen hebben beide woonplaats buiten de EG-lidstaten (EEX-V°) c.q. verdragsluitende staten (Verdrag) en hebben een gerecht buiten de EG-lidstaten resp. verdragsluitende staten aangewezen.
Slechts in de gevallen (i), (ii) en (iii) zal de aangezochte rechter van een EG-lidstaat c.q. verdragsluitende staat de forumkeuze toetsen aan zijn commuun internationaal privaatrecht. In de eerste situatie kan de rechter geprorogeerd of gederogeerd zijn; in de situaties twee en drie zal de rechter gederogeerd zijn. De nationaliteit van partijen doet niet terzake. Zulks zou een ongeoorloofde discriminatie onder art. 12 EG-Verdrag zijn.5 Het verbod tot discriminatie van niet-onderdanen van de EG vloeit voort uit art. 2 lid 2 EEX-V°Nerdrag dat gelijke behandeling tussen onderdanen en niet-onderdanen voorschrijft.6 Het eerste lid van hetzelfde artikel benadrukt dat nationaliteit geen rol speelt.
Een laatste probleem is de samenloop van het formele toepassingsbereik van de art. 23 c.q. 17 EEX-V°Nerdrag met het toepassingsbereik van een ander artikel dat betrekking heeft op forumkeuze. Bijv.: samenloop van het formele toepassingsbereik van art. 23 EEX-V° met 17 EEX of met het formele toepassingsbereik van art. 17 EVEX. Ook is samenloop denkbaar tussen art. 17 EEX en 17 EVEX. Doordat het formele toepassingsbereik van art. 23 EEX-V°, 17 EEX en 17 EVEX verschilt, kunnen zich conflicten voordoen. Hierover gaat par. 7.5. Ten slotte vergelijk ik het formeel toepassingsbereik van art. 23 EEX-V°/17 Verdrag met het formeel toepassingsbereik van het Haags Forumkeuzeverdrag in par. 7.6. Het Haags Forumkeuzeverdrag heeft een ander uitgangspunt voor het formele toepassingsbereik, omdat slechts de aanwijzing van een gerecht van een verdragsluitende staat is vereist. De woonplaats van partijen is niet relevant, tenzij de partijen woonplaats hebben in dezelfde staat.