Einde inhoudsopgave
Het dwangakkoord buiten surseance en faillissement (O&R nr. 118) 2020/6.3
6.3 Rechterlijke toetsing van de klassenindeling
mr. A.M. Mennens, datum 01-01-2020
- Datum
01-01-2020
- Auteur
mr. A.M. Mennens
- JCDI
JCDI:ADS192740:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. bijvoorbeeld Re APCOA Parking Holdings GmbH and Others [2014] EWHC 997 (Ch), nr. 16; Re Global Garden Products Italy SpA [2016] EWHC 1884 (Ch), nr. 43-44. In het Company Law Review rapport werd aanbevolen dat de rechter wel gebonden zou moeten kunnen worden aan een vroegtijdige beslissing inzake de klassenindeling, maar dat dat overlet zou laten dat de rechter op basis van zijn ‘discretion’ de homologatie zou kunnen weigeren. Vgl. Company Law Review Report 2000, §13.6 en Payne 2014, p. 37-38.
Zie hierover nr. 294. In de distribution scheme die door de administrators van Lehman Brothers International (Europe) werd aangeboden, werd tijdens de eerste zitting bezwaar gemaakt tegen de voorgestelde klassenindeling. Hoewel deze crediteuren uiteindelijk voor de scheme stemden en in de homologatiefase dus ook geen bezwaar maakten tegen de klassenindeling, ging Justice Hildyard nogmaals uitgebreid na of de klassen correct waren ingedeeld. Zie Re Lehman Brothers International (Europe) (in administration) [2018] EWHC 1980 (Ch).
Vgl. O’Dea, Long & Smyth 2012, §4.50; Re Hawk Insurance Co Ltd [2001] EWCA Civ 241 [2002] B.C.C. 300, nr. 20-21.
Vgl. §1129(a)(1) BC.
Zie daarover nr. 233.
Zo volgt uit de toelichting van het ‘advisory committee’ over deze regels: “This rule does not change the standards; rather it recognizes that it may be desirable or necessary to establish proper classification before a plan can be formulated. It provides for a court hearing on such notice as the court may direct.”
Norton Bankruptcy Law & Practice 2019, §149:6.
Vgl. ook art. 10 lid 2 sub b Herstructureringsrichtlijn, dat voorschrijft dat een voorwaarde voor homologatie is dat schuldeisers met voldoende gedeelde belangen in dezelfde categorie gelijk worden behandeld en op een wijze die in verhouding staat tot hun vordering. Op grond van art. 10 lid 2 sub a Herstructureringsrichtlijn kan een akkoord slechts gehomologeerd worden wanneer het is goedgekeurd overeenkomstig art. 9. Het criterium voor klassenindeling is opgenomen in lid 4 van die bepaling.
Art. 9 lid 5 tweede alinea Herstructureringsrichtlijn.
Het is niet duidelijk in hoeverre de Europese wetgever met de formulering van de laatste zin van considerans 46 beoogt uit te sluiten dat een crediteur of aandeelhouder om een vroegtijdige beslissing of advies omtrent de klassenindeling verzoekt.
Bouts & Broeders merken op dat het niet ondenkbaar is dat een rechter bij de (ex nunc) beoordeling van het homologatieverzoek gewijzigde feiten en omstandigheden meeweegt en eventueel tot een andere conclusie komt. In HR 25 april 2008, NJ 2008/553 m.nt. Snijders overweegt de Hoge Raad dat uit de eisen van een goede procesorde meebrengen dat de rechter een eindbeslissing kan heroverwegen teneinde te voorkomen dat hij op ondeugdelijke grondslag een einduitspraak doet. Zie Bouts & Broeders 2019, p. 28.
336. In de vier vergeleken regelingen vindt het toezicht op de klassenindeling op uiteenlopende wijze plaats. Toezicht op de klassenindeling valt uiteen in twee met elkaar samenhangende aspecten. Ten eerste moet in abstracto worden bekeken of de klassen die de aanbieder in het akkoordvoorstel heeft ontworpen, voldoen aan de in de wet vervatte norm voor klassenindeling. Vervolgens dient te worden bezien of de individuele vorderingen of aandelenbelangen op de juiste wijze in één van die klassen zijn ingedeeld. Onder ‘toezicht op de klassenindeling’ versta ik dus niet de mogelijkheid dat de rechter bepaalde reeds uitgebrachte stemmen vanwege belangenconflicten buiten beschouwing laat. Deze correctiebevoegdheid speelt een rol ná de stemming en komt daarom aan bod in hoofdstuk 8.
337. Zoals eerder in dit hoofdstuk werd besproken beoogt het Engelse Practice Statement dat kwesties omtrent de klassenindeling in een scheme in een vroegtijdig stadium naar voren worden gebracht. Tijdens de hearing to convene meetings komt de klassenindeling aan bod, waarna de rechter vergaderingen uitschrijft. Het is niet zo dat de klassenindeling wordt vastgesteld of bevestigd door de rechter. De rechter is tijdens de sanctioning stage niet gebonden aan zijn tijdens de eerste hearing gemaakte overwegingen.1 Hij heeft zijn handen vrij om, indien hij in de sanctioning stage oordeelt dat de klassenindeling niet correct is, te concluderen dat hij geen rechtsmacht heeft de scheme te homologeren.2 In de meeste gevallen zal de rechter aansluiting zoeken bij zijn eerdere oordeel.3
In de Verenigde Staten komt de klassenindeling aan bod tijdens de homologatiefase. Een van de voorwaarden voor homologatie is immers dat de vorderingen en aandelenbelangen conform §1122 BC in klassen zijn ingedeeld.4 Op grond van regel 3013 van de Federal Rules of Bankruptcy Procedure kan de Amerikaanse rechter op verzoek, na het horen van partijen, de klassenindeling goedkeuren. Een dergelijke beslissing kan dus ook in een eerder stadium, voorafgaand aan de stemming gevraagd worden. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren tijdens de hoorzitting over het disclosure statement.5 De gedachte achter deze regel is dat het wenselijk of noodzakelijk kan zijn om de juiste klassenindeling vast te stellen, alvorens het plan wordt geformuleerd.6 Omdat een crediteur het bezwaar ook tijdens de homologatiezitting naar voren kan brengen, wordt regel 3013 niet vaak ingeroepen door crediteuren.7
Ook de Europese wetgever schrijft in art. 9 lid 5 eerste alinea Herstructureringsrichtlijn voor dat de rechter de klassenindeling moet onderzoeken wanneer een herstructureringsplan ter bevestiging wordt ingediend.8 Het staat lidstaten echter vrij te bepalen dat de rechter de klassenindeling in een eerder stadium onderzoekt en bevestigt.9 Hoewel de tekst van art. 9 lid 5 slechts rept van ‘bevestigen’, wordt in de considerans gesproken over ‘geldigverklaring’ van de klassenindeling of om ‘advies’ daaromtrent. In diezelfde considerans wordt vermeld dat lidstaten de vroegtijdige betrokkenheid van de rechter kunnen voorschrijven in die gevallen dat de indiener van het plan daarom vraagt.10
338. De klassenindeling kan op grond van de WHOA op twee manieren worden getoetst. De klassenindeling kan in de eerste plaats in het kader van de homologatie aan bod komen. Op grond van art. 384 lid 2 sub c Fw weigert de rechter homologatie indien de klassenindeling niet voldeed aan de eisen van art. 374 Fw. Daarnaast kan de klassenindeling aan bod komen wanneer de aanbieder van het akkoord gebruik maakt van de facultatieve geschillenprocedure van art. 378 Fw.11 De rechter is in dat geval gehouden de schuldenaar en de herstructureringsdeskundige of observator, zou die zijn aangesteld, te horen. Ook de vermogensverschaffers van wie de belangen rechtstreeks worden geraakt moeten de gelegenheid krijgen hun zienswijze naar voren te brengen.12 Tegen de beslissing die de rechter op grond van deze bepaling neemt staan geen rechtsmiddelen open.13 Op grond van art. 378 lid 9 Fw zijn beslissingen die de rechter in het kader van de geschillenregeling neemt slechts bindend voor vermogensverschaffers die door de rechtbank in de gelegenheid zijn gesteld om een zienswijze te geven.14