Stelplicht & Bewijslast, commentaar op art. 6:99 BW:Alternatieve veroorzaking
Archief
Stelplicht & Bewijslast, commentaar op art. 6:99 BW
Alternatieve veroorzaking
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Documentgegevens:
mr. F.J.P. Lock, actueel t/m 22-12-2025
Actueel t/m
22-12-2025
Tijdvak
01-01-1992 tot: -
Auteur
mr. F.J.P. Lock
Vindplaats
Stelplicht & Bewijslast, commentaar op art. 6:99 BW
Als aan alle vereisten van art. 6:99 BW is voldaan, is het aan de aangesprokene te stellen en te bewijzen dat de schade niet een gevolg is van een gebeurtenis waarvoor hijzelf aansprakelijk is, aldus het slot van art. 6:99 BW. Art. 6:99 BW houdt een wettelijke omkering van de bewijslast in3 die daardoor op de aangesprokene komt te rusten. Bij het door de aangesprokene te leveren bewijs gaat het daarom niet om tegenbewijs in de zin van bewijs ter ontzenuwing; de aangesprokene zal bewijs moeten leveren van het tegendeel om aan aansprakelijkheid te ontkomen.
Stelplicht & Bewijslast, commentaar op art. 6:99 BW
Alternatieve veroorzaking
mr. F.J.P. Lock, actueel t/m 22-12-2025
22-12-2025
01-01-1992 tot: -
mr. F.J.P. Lock
Stelplicht & Bewijslast, commentaar op art. 6:99 BW
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Burgerlijk procesrecht / Bewijs
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Burgerlijk Wetboek Boek 6 artikel 99
Omkering bewijslast
In afwijking van de hoofdregel dat de stelplicht en de bewijslast van het condicio sine qua non-verband op de benadeelde rust, legt art. 6:99 BW onder de in die bepaling genoemde voorwaarden een verplichting tot schadevergoeding op de mogelijke veroorzakers, behoudens tegenbewijs. Aangezien de benadeelde die zich op die bepaling beroept het rechtsgevolg daarvan inroept, te weten het ontstaan van een verplichting tot schadevergoeding, rusten stelplicht en bewijslast volgens de hoofdregel van art. 150 Rv op de benadeelde.1 De benadeelde zal feiten en omstandigheden moeten stellen en bij betwisting bewijzen waaruit blijkt dat aan alle voorwaarden van art. 6:99 BW voor het ontstaan van een verplichting tot schadevergoeding is voldaan. Dat zal erop neerkomen dat hij in de eerste plaats moet stellen en bewijzen dat de schade die hij heeft geleden veroorzaakt kan zijn door verschillende (twee of meer) gebeurtenissen en wel zo dat de gehele schade door elk van die gebeurtenissen afzonderlijk kan zijn veroorzaakt, en verder dat voor deze gebeurtenissen verschillende personen aansprakelijk zijn. De stelplicht en de bewijslast hebben in dit verband in beginsel ook daarop betrekking dat ten aanzien van deze personen, afgezien van het c.s.q.n.-verband, aan alle vereisten voor aansprakelijkheid is voldaan. Ten slotte zal de benadeelde moeten stellen en zo nodig bewijzen dat zijn schade door ten minste ƩƩn van deze gebeurtenissen is veroorzaakt zonder dat duidelijk is door welke.
De benadeelde is niet verplicht alle mogelijke veroorzakers in een procedure te betrekken. Hij kan volstaan met dagvaarding van ƩƩn of enkelen. Dat doet echter niet af aan zijn hiervoor bedoelde stelplicht en bewijslast ook voor zover die betrekking heeft op gebeurtenissen waarvoor personen die niet zijn gedagvaard aansprakelijk zijn. De stelplicht en bewijslast ten aanzien van die niet gedagvaarde mogelijke veroorzakers gaat echter niet zo ver dat de benadeelde moet duidelijk maken wie die mogelijke veroorzakers zijn.2 Dat die mogelijke veroorzakers onbekend zijn gebleven staat niet aan aansprakelijkheid van de gedaagden in de weg, mits maar wel komt vast te staan dat de schade het gevolg kan zijn van gebeurtenissen waarvoor aansprakelijkheid bestaat.
Als aan alle vereisten van art. 6:99 BW is voldaan, is het aan de aangesprokene te stellen en te bewijzen dat de schade niet een gevolg is van een gebeurtenis waarvoor hijzelf aansprakelijk is, aldus het slot van art. 6:99 BW. Art. 6:99 BW houdt een wettelijke omkering van de bewijslast in3 die daardoor op de aangesprokene komt te rusten. Bij het door de aangesprokene te leveren bewijs gaat het daarom niet om tegenbewijs in de zin van bewijs ter ontzenuwing; de aangesprokene zal bewijs moeten leveren van het tegendeel om aan aansprakelijkheid te ontkomen.
Voetnoten
1.
HR 9 oktober 1992, ECLI:NL:HR:1992:ZC0706, NJ 1994/535 m.nt. Brunner (Des) en verder: Boonekamp, GS Schadevergoeding, art. 6:99 BW, aant. 9.
2.
HR 9 oktober 1992, ECLI:NL:HR:1992:ZC0706, NJ 1994/535 m.nt. Brunner (Des).
3.
Parl. Gesch. BW Boek 6 1981, blz. 346.