WR 2025/2
Huur woonruimte: hebben van hoofdverblijf
Hof Den Haag 20-08-2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:1429, m.nt. R.A. Veldman
- Instantie
Hof Den Haag
- Datum
20 augustus 2024
- Magistraten
Mrs. A.E.A.M. van Waesberghe, M.Y. Bonneur en J.N. de Blécourt
- Zaaknummer
200.309.176/01
- Noot
R.A. Veldman
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS994278:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Huurrecht / Huur van woonruimte
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHDHA:2024:1429, Uitspraak, Hof Den Haag, 20‑08‑2024
- Wetingang
Art. 7:233 en 7:214 BW
Essentie
Huur woonruimte: hebben van hoofdverblijf
Samenvatting
Huurder huurt sinds 2003 een woning van een woningcorporatie. In de huurovereenkomst staat onder meer dat huurder verplicht is in het gehuurde zijn ‘hoofdverblijf’ te hebben. Niet in geschil is dat huurder gedurende lange, aaneengesloten perioden elders verblijft. Huurder is gepensioneerd en verblijft in de warme maanden in zijn caravan op een camping in de buurt van de woning en in de koude maanden gaat huurder in zijn camper naar Zuid-Europa. Hij gebruikt de woning slechts voor korte perioden tussen zijn verblijven elders en verder om post te ontvangen, administratie te doen en ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.