Einde inhoudsopgave
Revindicatoire aanspraken op giraal geld (R&P nr. FR3) 2009/4.2.1
4.2.1 Slis-Stroom (NJ 1984, 752)
B. Bierens, datum 23-03-2009
- Datum
23-03-2009
- Auteur
B. Bierens
- JCDI
JCDI:ADS588770:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht (V)
Voetnoten
Voetnoten
HR 3 februari 1984, NJ 1984, 752 m.nt. WMK (`Slis-Stroom', soms ook aangehaald als 'Van Hese-Broos'). Voor een literatuuroverzicht naar aanleiding van of voortbouwend op dit arrest zie hierna paragraaf 3.
R.o. 3.2, laatste alinea.
Over de begrippen bijzondere en algemene kwaliteitsrekening: Steneker (2005) p. 31-34.
Oud KNB-voorzitter mr. W. Jansen in een interview in Notarieel Magazine, nr. 2, februari 2006 (geraadpleegd via
De Boekhoudverordening 1998, die is gebaseerd op de Advocatenwet, verlangt dat een advocaat beschikt over een door een Stichting Derdengelden gehouden rekening. De scheiding van het privé-vermogen van de advocaat wordt dus bewerkstelligd doordat een apart rechtssubject de rekening aanhoudt. Omdat deze stichting geen andere activiteiten mag ontplooien dan het houden van deze rekening, is het risico dat de stichting failleert verwaarloosbaar. Aangezien dus niet de advocaat maar de stichting de rekening-derdengelden aanhoudt, is van een kwaliteitsrekening strikt genomen geen sprake. Over de figuur van de Stichting Derdengelden onder meer Avezaat (2002) p. 53-59 en Steneker (2005) p. 237-252.
Een van de old landmarks van het Nederlandse goederenrecht is het arrest SlisStroom.1 Notaris Slis-Stroom failleerde nadat zij de transportakte had gepasseerd en de koper een onroerende zaak in eigendom had verkregen, maar nog voordat zij de onder haar berustende koopsom had overgemaakt aan de verkoper. De koopsom stond niet op een afzonderlijke rekening. De Hoge Raad oordeelde dat in dit geval de verkoper geen bijzondere aanspraak toekwam op het geld en dus genoegen moest nemen met de positie van concurrent schuldeiser. Dat zou anders zijn geweest indien de weg was gevolgd die de Hoge Raad voorzag in een obiter dictum:
`Beslissend is immers dat het geld, al of niet in de bovenomschreven vorm, deel van het vermogen van de notaris is gaan uitmaken en dat niet de weg is gekozen van storting van het bedrag op een afzonderlijke rekening ten name van de notaris met vermelding van diens hoedanigheid van opdrachtnemer van de betreffende koper en verkoper, noch een — voor wat betreft het afgescheiden blijven van het overgemaakte bedrag van het vermogen van de notaris — daarmee gelijk te stellen weg.'2
De Hoge Raad aanvaardde daarmee de mogelijkheid tot het aanhouden van een kwaliteitsrekening met één begunstigde, doorgaans aangeduid als een bijzondere kwaliteitsrekening.3 Hoewel de Hoge Raad zich rekenschap lijkt te hebben gegeven van de maatschappelijke gevolgen van zijn arrest en een handreiking gaf hoe in de toekomst een vergelijkbare situatie kan worden voorkomen, droeg het arrest de facto niet bij aan het vertrouwen van het publiek in het notariaat Immers, het geld viel in de boedel van de failliete notaris.4 Bovendien liet de Hoge Raad hier de rechtsvraag onbeantwoord of het houden van een algemene kwaliteitsrekening, dus met meerdere begunstigden, mogelijk is. De wetgever wenste daarom iedere onzekerheid weg te nemen en voorzag in een tweetal bijzondere wettelijke regelingen die een algemene kwaliteitsrekening voor notarissen en gerechtsdeurwaarders mogelijk maakte. De advocatuur koos voor een andere oplossing.5