Retentierecht en uitwinning
Einde inhoudsopgave
Retentierecht en uitwinning (O&R nr. 110) 2019/8.3.5.3:8.3.5.3 Nuancering bij voorafgaande opeising door de curator?
Retentierecht en uitwinning (O&R nr. 110) 2019/8.3.5.3
8.3.5.3 Nuancering bij voorafgaande opeising door de curator?
Documentgegevens:
mr. M.A. Heilbron, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. M.A. Heilbron
- JCDI
JCDI:ADS591103:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Te vinden via www.insolad.nl > regelgeving > separatistenregeling.
Zie par. 8.2.4.1.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
412. In het voorgaande ging ik ervan uit dat de curator geheel buiten de afspraak tussen de pand- of hypotheekhouder en de retentor bleef. Het is echter denkbaar dat de curator reeds de zaken onder de retentor heeft opgeëist. Als de curator al moeite heeft gedaan om het retentierecht te doorbreken, heeft hij goede grond om een vergoeding voor zijn werkzaamheden te vereisen, afhankelijk van de mate van inspanning die hij hiervoor heeft geleverd. Het doorbreken van het retentierecht is immers mede in het belang van de pand- of hypotheekhouder. Het enkele feit dat de curator heeft opgeëist, brengt daarentegen nog niet mee, dat de afspraak tussen de pandhouder en retentor niet meer rechtsgeldig kan worden gemaakt. Mijns inziens heeft de curator nu wel recht op een boedelbijdrage. Voor het bepalen van de hoogte van deze bijdrage kan aan- sluiting worden gezocht bij het onderscheid dat in de Separatistenregeling wordt gemaakt tussen materiële en formele verkoopinspanningen.1 Hiervoor heb ik betoogd dat voor opeising mijns inziens niet is vereist dat de zaken uit de macht van de retentor zijn gebracht.2 Het kan dus zijn dat de curator alleen door middel van één e-mail heeft opgeëist. In dat geval is een boedelbijdrage niet op zijn plaats. Heeft de curator er echter voor gezorgd dat de zaken al uit de macht van de retentor zijn gekomen, dan heeft de curator mijns inziens recht op een compensatie. Hij heeft deze kosten immers mede in het belang van de executiebevoegde zekerheidsgerechtigde gemaakt. Het feit dat de zekerheidsgerechtigde daarna zijn eigen weg gaat, moet niet voor rekening van de boedel komen.