NJ 2024/235
Niet-ontvankelijkverklaring in hoger beroep na verleend verstek. Het hof had nu niet is vastgesteld dat verdachte van de zitting wist onderzoek moeten schorsen en de oproeping alsnog aan verdachte moeten laten sturen.
HR 11-06-2024, ECLI:NL:HR:2024:842, m.nt. J.M. Reijntjes
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
11 juni 2024
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, A.L.J. van Strien, T.B. Trotman
- Zaaknummer
23/00833
- Conclusie
A-G mr. D.J.M.W. Paridaens
- Noot
J.M. Reijntjes
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS976713:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Internationaal strafrecht / Justitiële en politionele samenwerking
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:842, Uitspraak, Hoge Raad, 11‑06‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:362, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 02‑04‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 20‑02‑2024
- Wetingang
Art. 36c, 36e Sv; art. 5 lid 1 en 2 EU-Rechtshulpovereenkomst; art. 6 lid 3 aanhef en onder a en b EVRM; art. 8 lid 1-4 Richtlijn (EU) 2016/343 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende de versterking van bepaalde aspecten van het vermoeden van onschuld en van het recht om in strafprocedures bij de terechtzitting aanwezig te zijn
Essentie
Het hof verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in hoger beroep na verstek te hebben verleend. Oordeel dat de dagvaarding rechtsgeldig is betekend — door verzending naar het laatst bekende adres van de verdachte in België — is juist. Nu de dagvaarding als onbestelbaar retour is gekomen en het hof niet heeft vastgesteld dat verdachte op de hoogte was van de terechtzitting had de oproeping voor die zitting conform art. 5 lid 2 EU rechtshulpovereenkomst door bemiddeling van de Belgische autoriteiten moeten worden toegezonden. Het hof had het onderzoek terechtzitting moeten schorsen in plaats van verstek te verlenen.
Samenvatting
In ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.