Douanewaarde in een globaliserende wereld
Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/5.4:5.4 Transactiewaarde als preferente, primaire methode
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/5.4
5.4 Transactiewaarde als preferente, primaire methode
Documentgegevens:
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258575:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Artikel VII.2(b) GATT.
Conclusie A-G Wahl 24 januari 2019, nr. C-1/18 (Oribalt Rīga tegen Valsts ieņēmumu dienests), ECLI:EU:C:2019:64, r.o. 66.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De grondslag voor de berekening van de douanewaarde van goederen dient zoveel mogelijk de transactiewaarde te zijn van de goederen waarvan de waarde wordt bepaald. Hiermee wordt zo goed mogelijk de werkelijke waarde van de ingevoerde goederen benaderd (onderdelen 2.3.3.1), waaronder wordt verstaan:1
“[…] de prijs waartegen, op een door de wetgeving van het importerende land te bepalen tijd en plaats, de geïmporteerde goederen of overeenkomstige goederen bij normale handelstransacties en bij volledige vrije mededinging worden verkocht of ten verkoop aangeboden. […]”
De alternatieve waarderingsmethoden zijn ‘slechts’ een schatting van de werkelijke waarde van de ingevoerde goederen en worden derhalve alleen toegepast als een verkoop voor uitvoer niet geïdentificeerd kan worden c.q. niet is voldaan aan de voorwaarden voor toepassing van de transactiewaarde van de ingevoerde goederen. De in de CVA geïntroduceerde hiërarchie lijkt als achtergrond te hebben, dat de samenstellers bepaalde alternatieve waarderingsmethoden in een betere schatting van de werkelijke waarde van de ingevoerde goederen vonden resulteren dan anderen.2 De transactiewaarde van de ingevoerde goederen lijkt, gelet op de aangebrachte onderlinge hiërarchie tussen de waarderingsmethoden, het meest geschikt om de douanewaarde gelijk aan de werkelijke waarde van de ingevoerde goederen vast te stellen. Immers, een prijs die overeen wordt gekomen voor in te voeren goederen tussen twee partijen onder volledig vrije mededinging reflecteert de werkelijke waarde van deze goederen. Gelet op de preambule van de CVA, moet de douanewaarde zoveel als mogelijk worden vastgesteld op basis van de transactiewaarde van de ingevoerde goederen. Dat brengt met zich dat moet worden voorzien in bepaalde maatregelen om eventuele aantasting van de werkelijke waarde bij de vaststelling van de douanewaarde overeenkomstig de transactiewaarde van de ingevoerde goederen te voorkomen. Derhalve moeten een aantal prijs en niet-prijs gerelateerde overwegingen in aanmerking worden genomen. Hieronder begrepen zijn bijvoorbeeld de onder voorwaarden in aanmerking te nemen prijsaanpassingen ex artikel 8 CVA. Daarnaast kan, indien de kans bestaat dat de volledig vrije mededinging wordt aangetast door de verbondenheid van partijen, de transactiewaarde van ingevoerde goederen nog toepassing vinden. Echter, alleen voor zover aangetoond kan worden dat de verbondenheid niet heeft geleid tot prijsbeïnvloeding (hoofdstuk 10).