Inhoudsopgave
DD 2025/5:Het ondervragingsrecht in de rechtspraak van de Hoge Raad na het post-Keskin arrest
DD 2025/5
Het ondervragingsrecht in de rechtspraak van de Hoge Raad na het post-Keskin arrest
Documentgegevens:
T.M. de Groot & P. Uijtdewillegen, datum 18-12-2024
- Datum
18-12-2024
- Auteur
T.M. de Groot & P. Uijtdewillegen1
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS993768:1
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Internationaal strafrecht / Europees strafrecht en strafprocesrecht
- Wetingang
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
5.1 HR 20 april 2021, ECLI:NL:HR:2021:576, NJ 2021/173, m.nt. J.M. Reijntjes
“2.9.2
De uitspraak van het EHRM in de zaak Keskin heeft tot gevolg dat in bepaalde gevallen het belang bij het oproepen en horen van een getuige moet worden voorondersteld, zodat van de verdediging geen nadere onderbouwing van dit belang mag worden verlangd. Dat is aan de orde als het verzoek betrekking heeft op een getuige ten aanzien van wie de verdediging het ondervragingsrecht nog niet heeft kunnen uitoefenen, terwijl deze getuige al – in het vooronderzoek of anderszins – een verklaring heeft afgelegd met een belastende strekking. Het gaat dan ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.