Procestaal: Spaans.
HvJ EU, 15-11-2016, nr. C-258/15
ECLI:EU:C:2016:873
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Unie
- Datum
15-11-2016
- Magistraten
K. Lenaerts, A. Tizzano, L. Bay Larsen, J.L. da Cruz Vilaça, E. Juhász, M. Berger, A. Prechal, A. Rosas, C. Toader, D. Šváby, E. Jarašiūnas, C.G. Fernlund, C. Vajda
- Zaaknummer
C-258/15
- Conclusie
P. Mengozzi
- Roepnaam
Salaberria Sorondo
- Vakgebied(en)
EU-recht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:EU:C:2016:873, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Unie, 15‑11‑2016
ECLI:EU:C:2016:588, Conclusie, Hof van Justitie van de Europese Unie, 21‑07‑2016
Uitspraak 15‑11‑2016
K. Lenaerts, A. Tizzano, L. Bay Larsen, J.L. da Cruz Vilaça, E. Juhász, M. Berger, A. Prechal, A. Rosas, C. Toader, D. Šváby, E. Jarašiūnas, C.G. Fernlund, C. Vajda
Partij(en)
In zaak C-258/15,*
betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 267 VWEU, ingediend door de Tribunal Superior de Justicia de la Comunidad Autónoma del País Vasco (hoogste rechter van de autonome regio Baskenland, Spanje) bij beslissing van 20 mei 2015, ingekomen bij het Hof op 1 juni 2015, in de procedure
Gorka Salaberria Sorondo
tegen
Academia Vasca de Policía y Emergencias,
wijst
HET HOF (Grote kamer),
samengesteld als volgt: K. Lenaerts, president, A. Tizzano, vicepresident, L. Bay Larsen, J. L. da Cruz Vilaça (rapporteur), E. Juhász, M. Berger en A. Prechal, kamerpresidenten, A. Rosas, C. Toader, D. Šváby, E. Jarašiūnas, C. G. Fernlund en C. Vajda, rechters,
advocaat-generaal: P. Mengozzi,
griffier: L. Carrasco Marco, administrateur,
gezien de stukken en na de terechtzitting op 30 mei 2016,
gelet op de opmerkingen van:
- —
Salaberria Sorondo, vertegenwoordigd door I. Jiménez Echevarría, procuradora, en J.-C. Pérez Cuesta, F.-J. González Madariaga en A. Martínez Gutierrez, abogados,
- —
de Academia Vasca de Policía y Emergencias, vertegenwoordigd door J. L. Iparragirre Mujika en A. Saiz Garitaonandia, abogados,
- —
de Spaanse regering, vertegenwoordigd door J. García-Valdecasas Dorrego, V. Ester Casas en L. Banciella Rodríguez-Miñón als gemachtigden,
- —
Ierland, vertegenwoordigd door E. Creedon, L. Williams en T. Joyce als gemachtigden, bijgestaan door D. Fennelly, BL,
- —
de Franse regering, vertegenwoordigd door D. Colas en R. Coesme als gemachtigden,
- —
de Italiaanse regering, vertegenwoordigd door G. Palmieri als gemachtigde, bijgestaan door G. M. De Socio en E. De Bonis, avvocati dello Stato,
- —
de Europese Commissie, vertegenwoordigd door N. Ruiz García en D. Martin als gemachtigden,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 21 juli 2016,
het navolgende
Arrest
1
Het verzoek om een prejudiciële beslissing betreft de uitlegging van artikel 2, lid 2, artikel 4, lid 1, en artikel 6, lid 1, onder c), van richtlijn 2000/78/EG van de Raad van 27 november 2000 tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep (PB 2000, L 303, blz. 16).
2
Dit verzoek is ingediend in het kader van een geding tussen Gorka Salaberria Sorondo en de Academia Vasca de Policía y Emergencias (Baskische politie- en nooddienstacademie, Spanje; hierna: ‘academie’) over het besluit van de academie om een aankondiging van een selectieprocedure te publiceren met daarin de eis dat kandidaat-agenten van de politie van de autonome regio Baskenland de leeftijd van 35 jaar nog niet hebben bereikt.
Toepasselijke bepalingen
Unierecht
3
De overwegingen 18, 23 en 25 van richtlijn 2000/78 luiden als volgt:
- ‘(18)
Deze richtlijn heeft met name niet tot gevolg dat de strijdkrachten, de politie-, het gevangeniswezen of de noodhulpdiensten worden gedwongen om personen in dienst te nemen of te houden die niet de vereiste capaciteiten bezitten om alle taken te kunnen verrichten die zij wellicht zullen moeten vervullen met het oog op de legitieme doelstelling van handhaving van het operationele karakter van deze diensten.
[…]
- (23)
In een zeer beperkt aantal omstandigheden kan een verschil in behandeling gerechtvaardigd zijn wanneer een met […] leeftijd […] verband houdend kenmerk een wezenlijke en bepalende beroepsvereiste vormt, mits het doel legitiem is en het vereiste daaraan evenredig is […].
[…]
- (25)
Het verbod op discriminatie op grond van leeftijd vormt een fundamenteel element om de in de werkgelegenheidsrichtsnoeren gestelde doelen te bereiken en de diversiteit bij de arbeid te bevorderen; niettemin kunnen verschillen in behandeling op grond van leeftijd in bepaalde omstandigheden gerechtvaardigd zijn en derhalve specifieke bepalingen nodig maken die naargelang de situatie in de lidstaten kunnen verschillen; het is derhalve van essentieel belang onderscheid te maken tussen verschillen in behandeling die gerechtvaardigd zijn, met name door legitieme doelstellingen van het beleid op het terrein van de werkgelegenheid, de arbeidsmarkt en de beroepsopleiding, en discriminatie die verboden moet worden.’
4
Volgens artikel 1 van richtlijn 2000/78 heeft deze richtlijn tot doel met betrekking tot arbeid en beroep een algemeen kader te creëren voor de bestrijding van discriminatie op grond van godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid, zodat in de lidstaten het beginsel van gelijke behandeling toegepast kan worden.
5
Artikel 2 van deze richtlijn bepaalt:
- ‘1.
Voor de toepassing van deze richtlijn wordt onder het beginsel van gelijke behandeling verstaan de afwezigheid van elke vorm van directe of indirecte discriminatie op basis van een van de in artikel 1 genoemde gronden.
- 2.
Voor de toepassing van lid 1 is er:
- a)
‘directe discriminatie’, wanneer iemand ongunstiger wordt behandeld dan een ander in een vergelijkbare situatie wordt, is of zou worden behandeld op basis van een van de in artikel 1 genoemde gronden;
[…]’
6
Artikel 3 van de richtlijn bepaalt:
- ‘1.
Binnen de grenzen van de aan de Gemeenschap verleende bevoegdheden, is deze richtlijn zowel in de overheidssector als in de particuliere sector, met inbegrip van overheidsinstanties, op alle personen van toepassing met betrekking tot:
- a)
de voorwaarden voor toegang tot arbeid in loondienst of als zelfstandige en tot een beroep, met inbegrip van de selectie- en aanstellingscriteria, ongeacht de tak van activiteit en op alle niveaus van de beroepshiërarchie, met inbegrip van bevorderingskansen;
[…]’
7
Artikel 4 van richtlijn 2000/78 draagt het opschrift ‘Wezenlijke beroepsvereisten’ en bepaalt in lid 1:
‘Niettegenstaande artikel 2, leden 1 en 2, kunnen de lidstaten bepalen dat een verschil in behandeling dat op een kenmerk in verband met een van de in artikel 1 genoemde gronden berust, geen discriminatie vormt, indien een dergelijk kenmerk, vanwege de aard van de betrokken specifieke beroepsactiviteiten of de context waarin deze worden uitgevoerd, een wezenlijke en bepalende beroepsvereiste vormt, mits het doel legitiem en het vereiste evenredig aan dat doel is.’
8
Artikel 6 van richtlijn 2000/78 draagt het opschrift ‘Rechtvaardiging van verschillen in behandeling op grond van leeftijd’ en luidt als volgt:
- ‘1.
Niettegenstaande artikel 2, lid 2, kunnen de lidstaten bepalen dat verschillen in behandeling op grond van leeftijd geen discriminatie vormen indien zij in het kader van de nationale wetgeving objectief en redelijk worden gerechtvaardigd door een legitiem doel, met inbegrip van legitieme doelstellingen van het beleid op het terrein van de werkgelegenheid, de arbeidsmarkt of de beroepsopleiding, en de middelen voor het bereiken van dat doel passend en noodzakelijk zijn.
Dergelijke verschillen in behandeling kunnen onder meer omvatten:
[…]
- c)
de vaststelling van een maximumleeftijd voor aanwerving, gebaseerd op de opleidingseisen voor de betrokken functie of op de noodzaak van een aan pensionering voorafgaand redelijk aantal arbeidsjaren.
[…]’
Spaans recht
9
Ley Orgánica 2/1986 de Fuerzas y Cuerpos de Seguridad (organieke wet 2/1986 inzake politie- en veiligheidsdiensten) van 13 maart 1986 (BOE nr. 63 van 14 maart 1986) omschrijft de taken die zijn opgedragen aan de politie- en veiligheidsdiensten van de Staat, aan de politiekorpsen van de autonome regio's en aan de plaatselijke politiekorpsen.
10
Wat de politiekorpsen van de autonome regio's betreft, is in artikel 38, leden 1 tot en met 3, van deze wet sprake van de volgende taken:
- ‘1.
In het kader van de eigen taken:
- a)
toezien op de inachtneming van de voorschriften en individuele bevelen van de instanties van de autonome regio;
- b)
toezicht houden op en bescherming bieden aan personen, instellingen, gebouwen, vestigingen en kantoren van de autonome regio en haar bestuur door het normale functioneren van de installaties en de veiligheid van de gebruikers van de diensten van de autonome regio te verzekeren;
- c)
de aan regulering door de autonome regio onderworpen activiteiten inspecteren en optreden tegen elke onrechtmatige activiteit;
- d)
gebruikmaken van dwang met het oog op de gedwongen tenuitvoerlegging van handelingen of bepalingen die door de autonome regio zijn vastgesteld.
- 2.
In samenwerking met de politie- en veiligheidsdiensten van de Staat:
- a)
toezien op de naleving van de wetten en andere voorschriften van de Staat en het functioneren van de essentiële openbare diensten waarborgen;
- b)
deelnemen aan de taken van de gerechtelijke politie volgens het bepaalde in artikel 29, lid 2, van deze wet;
- c)
toezicht houden op openbare ruimten, bescherming bieden bij manifestaties en de orde handhaven bij grote bijeenkomsten.
Deze taak wordt in eerste instantie uitgeoefend door de politiekorpsen van de autonome regio's, onverminderd het optreden van de politie- en veiligheidsdiensten van de Staat indien de bevoegde nationale instanties, hetzij op verzoek van de autonome regio hetzij op eigen initiatief, dit noodzakelijk achten.
- 3.
In het kader van een gelijktijdige interventie, zonder onderscheid, met de politie- en veiligheidsdiensten van de Staat:
- a)
op verzoek bijdragen aan de minnelijke beslechting van particuliere geschillen;
- b)
bijstand verlenen in geval van ongevallen, rampen of algemene calamiteiten door, volgens de wettelijke voorschriften, deel te nemen aan de uitvoering van programma's inzake burgerbescherming;
- c)
toezicht houden op de naleving van voorschriften inzake instandhouding van natuur en milieu, van watervoorraden, alsmede van de jacht-, vis- en bosrijkdommen of van enig ander natuurelement.’
11
Artikel 53 van organieke wet 2/1986, waarin de taken van de plaatselijke politiekorpsen worden genoemd, luidt als volgt:
- ‘1.
De plaatselijke politiekorpsen voeren de volgende taken uit:
- a)
bescherming bieden aan de plaatselijke autoriteiten en toezicht houden op hun gebouwen en installaties;
- b)
binnen de bebouwde kom het verkeer regelen en de bewegwijzering verzorgen overeenkomstig de verkeersvoorschriften;
- c)
proces-verbaal opmaken van verkeersongevallen binnen de bebouwde kom;
- d)
politiële administratieve activiteiten verrichten in verband met hun bevoegdheden behorende gemeentelijke verordeningen, officiële bekendmakingen en andere voorschriften;
- e)
deelnemen aan de taken van de recherche […];
- f)
bijstand verlenen in geval van ongevallen, rampen of algemene calamiteiten door, volgens de wettelijke voorschriften, deel te nemen aan de uitvoering van programma's inzake burgerbescherming;
- g)
preventieve acties ondernemen en alle maatregelen nemen om te voorkomen dat de wet wordt overtreden […];
- h)
op verzoek toezicht houden op openbare ruimten en samenwerken met de politie- en veiligheidsdiensten van de Staat en de politie van de autonome regio's om bescherming te bieden bij manifestaties en de orde te handhaven bij grote bijeenkomsten;
- i)
op verzoek bijdragen aan de beslechting van particuliere geschillen.’
12
Wat toetreding tot het landelijke politiekorps betreft, bepaalt artikel 7, onder b), van Real Decreto 614/1995 por el que se aprueba el Reglamento de los Procesos Selectivos y de Formación del Cuerpo Nacional de Policía (koninklijk besluit 614/1995 tot regeling van de selectie- en opleidingsprocedures bij het landelijke politiekorps) van 21 april 1995 (BOE nr. 118 van 18 mei 1995) dat kandidaten minimaal 18 jaar en nog geen 35 jaar moeten zijn.
13
Artikel 26, lid 1, van Ley 4/1992 de Policía del País Vasco (wet 4/1992 inzake de politie van Baskenland) van 17 juli 1992 (Boletín Oficial del País Vasco nr. 155 van 11 augustus 1992) luidt als volgt:
‘In het kader van de door de autonome regio Baskenland uitgeoefende bevoegdheden heeft de Ertzaintza [autonome Baskische politie] als wezenlijke taak personen en zaken te beschermen, de vrije uitoefening van hun rechten en vrijheden te waarborgen en toezicht te houden op de veiligheid van de burgers op het gehele grondgebied van de autonome regio. Daartoe oefent zij de taken uit die de rechtsorde toekent aan de veiligheidsdiensten van de Staat.’
14
De achtste aanvullende bepaling bij wet 4/1992 draagt aan de Baskische regering de taak op om ‘bij verordening het kader vast te stellen van uitsluitingen op medische gronden met het oog op de toegang tot de rangen en categorieën van de korpsen waaruit de politie van Baskenland bestaat, alsmede de leeftijdsvoorwaarden en lengtevereisten’.
15
Artikel 4, onder b), van Decreto 315/1994 por el que se aprueba el Reglamento de Selección y Formación de la Policía del País Vasco (besluit 315/1994 tot regeling van de selectie en de opleiding van de politie van Baskenland) van 19 juli 1994 (Boletín Oficial del País Vasco nr. 157 van 19 augustus 1994), zoals gewijzigd bij Decreto 120/2010 (besluit 120/2010) van 20 april 2010 (hierna: ‘besluit 315/1994’), bevat de volgende leeftijdseis:
‘Voor aanwerving in de categorie van agent minimaal 18 jaar oud zijn en de leeftijd van 35 jaar nog niet hebben bereikt. Voor aanwerving bij plaatselijke politiekorpsen kan de maximale leeftijdsgrens echter worden aangepast door rekening te houden met bij de plaatselijke overheid, binnen plaatselijke politiekorpsen, verleende diensten.’
Hoofdgeding en prejudiciële vraag
16
Salaberria Sorondo heeft bij de Tribunal Superior de Justicia de la Comunidad Autónoma del País Vasco (hoogste rechter van de autonome regio Baskenland, Spanje) beroep ingesteld tegen het besluit van 1 april 2014 van de Directora General de la Academia Vasca de Policía y Emergencias (directeur-generaal van de Baskische politie- en nooddienstacademie, Spanje) tot aankondiging van een selectieprocedure voor de aanwerving van agenten van de politie van de autonome regio Baskenland en de daarbij geldende specifieke eisen (Boletín Oficial del País Vasco nr. 82 van 1 april 2014).
17
Salaberria Solondo betwist de rechtmatigheid van deel 2, punt 1, onder c), van de aankondiging van de selectieprocedure, waarin is bepaald dat kandidaten die willen deelnemen aan de selectieprocedure de leeftijd van 35 jaar nog niet mogen hebben bereikt. Betrokkene, die ouder is dan 35 jaar, betoogt dat deze eis zich niet verdraagt met richtlijn 2000/78 en de artikelen 20 en 21 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Hij stelt met name dat de gestelde leeftijdsgrens niet is onderbouwd voor zover het recht om toegang te krijgen tot overheidsfuncties wordt beperkt zonder dat daarvoor een redelijke rechtvaardigingsgrond aanwezig is.
18
De verwijzende rechter wijst erop dat hij reeds heeft geoordeeld dat de voor aanwerving van agenten van de politie van de autonome regio Baskenland geldende leeftijdseis dat kandidaten nog geen 32 jaar zijn, voldeed aan de eisen van proportionaliteit die zowel in de Grondwet en de nationale regeling als in richtlijn 2000/78 worden gesteld. Daarbij is, aldus die rechter, rekening gehouden met de omstandigheid dat het Hof in het arrest van 12 januari 2010, Wolf (C-229/08, EU:C:2010:3), voor recht heeft verklaard dat artikel 4, lid 1, van die richtlijn zich niet verzet tegen een nationale regeling waarbij voor aanwerving voor een aanstelling bij het middenkader van de brandweertechnische dienst een leeftijdsgrens van 30 jaar wordt vastgesteld.
19
De verwijzende rechter vermeldt ook het arrest van 13 november 2014, Vital Pérez (C-416/13, EU:C:2014:2371), waarin het Hof van oordeel was dat artikel 2, lid 2, artikel 4, lid 1, en artikel 6, lid 1, onder c), van richtlijn 2000/78 zich verzetten tegen een nationale regeling die een maximumleeftijd van 30 jaar instelt voor het aanwerven van agenten van de plaatselijke politie.
20
De verwijzende rechter merkt in dit verband echter op dat de taken die naar Spaans recht zijn opgedragen aan agenten van de plaatselijke politie, verschillen van de taken van de politie- en veiligheidsdiensten van de Staat. Aangegeven wordt dat laatstgenoemde taken overeenkomen met die welke zijn toebedeeld aan politie met een ‘volledig takenpakket’, die in alle opzichten dient te zorgen voor de handhaving van de openbare orde en de veiligheid van de burgers. Aangezien de taken van agenten van de politie van de autonome regio Baskenland niet overeenkomen met die van de plaatselijke politiekorpsen, maar de taken van de politie- en veiligheidsdiensten van de Staat behelzen, is het arrest van 13 november 2014, Vital Pérez (C-416/13, EU:C:2014:2371), naar oordeel van de verwijzende rechter niet relevant voor de beslechting van het hoofdgeding.
21
De verwijzende rechter overweegt dat, gelet op de hoge eisen die ten aanzien van de taken van de politie- en veiligheidsdiensten van de Staat gelden, het nog niet hebben bereikt van de leeftijd van 35 jaar als maximale leeftijdsgrens voor toetreding tot een politiekorps dat alle taken verricht die nodig zijn voor het bewaken van de openbare orde en de openbare veiligheid, zou kunnen worden aangemerkt als proportionele en redelijke eis en daarmee kunnen worden geacht in overeenstemming te zijn met artikel 2, lid 2, artikel 4, lid 1, en artikel 6, lid 1, onder c), van richtlijn 2000/78.
22
Tegen deze achtergrond heeft de Tribunal Superior de Justicia de la Comunidad Autónoma del País Vasco de behandeling van de zaak geschorst en het Hof de volgende prejudiciële vraag gesteld:
‘Verdraagt de omstandigheid dat als voorwaarde voor deelname aan de selectieprocedure voor agenten van de Baskische autonome politie als maximale leeftijdsgrens het nog niet hebben bereikt van de leeftijd van 35 jaar is gesteld, zich met de aan artikel 2, lid 2, artikel 4, lid 1, en artikel 6, lid 1, onder c), van richtlijn [2000/78] te geven uitlegging?’
Beantwoording van de prejudiciële vraag
23
Met zijn vraag wenst de verwijzende rechter in wezen te vernemen of artikel 2, lid 2, van richtlijn 2000/78, gelezen in samenhang met artikel 4, lid 1, en artikel 6, lid 1, onder c), van die richtlijn, aldus moet worden uitgelegd dat het zich verzet tegen een regeling als in het hoofdgeding, die bepaalt dat kandidaat-agenten van een politiekorps de leeftijd van 35 jaar niet mogen hebben bereikt.
24
Om te beginnen moet worden nagegaan of de in het hoofdgeding aan de orde zijnde regeling binnen de werkingssfeer van richtlijn 2000/78 valt.
25
Artikel 4, onder b), van besluit 315/1994 bepaalt dat toetreding tot het politiekorps van de autonome regio Baskenland niet mogelijk is voor personen die de leeftijd van 35 jaar hebben bereikt en heeft daarmee betrekking op de voor deze werknemers geldende aanstellingseisen. Een dergelijke regeling moet dus worden geacht regels in te voeren met betrekking tot de toegang tot arbeid in overheidsdienst in de zin van artikel 3, lid 1, onder a), van richtlijn 2000/78 (zie in die zin arrest van 13 november 2014, Vital Pérez, C-416/13, EU:C:2014:2371, punt 30).
26
Hieruit volgt dat een situatie als die welke tot het voor de verwijzende rechter aanhangige geding heeft geleid, binnen de werkingssfeer van richtlijn 2000/78 valt.
27
Verder dient in herinnering te worden geroepen dat volgens artikel 1 van richtlijn 2000/78 deze richtlijn tot doel heeft met betrekking tot arbeid en beroep een algemeen kader te creëren voor de bestrijding van discriminatie onder meer op grond van leeftijd, zodat in de lidstaten het beginsel van gelijke behandeling toegepast kan worden.
28
Volgens artikel 2, lid 1, van richtlijn 2000/78 ‘wordt onder het beginsel van gelijke behandeling verstaan de afwezigheid van elke vorm van directe of indirecte discriminatie op basis van een van de in artikel 1 [van die richtlijn] genoemde gronden’. In artikel 2, lid 2, onder a), van de richtlijn is aangegeven dat er voor de toepassing van artikel 2, lid 1, sprake van directe discriminatie is wanneer iemand op basis van een van de in artikel 1 van de richtlijn genoemde gronden ongunstiger wordt behandeld dan een ander die zich in een vergelijkbare situatie bevindt.
29
In casu heeft de in artikel 4, onder b), van besluit 315/1994 gestelde eis tot gevolg dat ten aanzien van bepaalde personen, uitsluitend omdat zij de leeftijd van 35 jaar hebben bereikt, sprake is van een ongunstigere behandeling dan bij andere personen die zich in een vergelijkbare situatie bevinden.
30
Deze regeling leidt dus tot een direct op leeftijd gegrond verschil in behandeling in de zin van artikel 1 juncto artikel 2, lid 2, onder a), van richtlijn 2000/78 (zie in die zin arrest van 13 november 2014, Vital Pérez, C-416/13, EU:C:2014:2371, punt 33).
31
In dat geval moet ten slotte worden nagegaan of een dergelijk verschil in behandeling wellicht toch geen discriminatie vormt op grond van artikel 4, lid 1, of artikel 6, lid 1, van richtlijn 2000/78.
32
In artikel 4, lid 1, van richtlijn 2000/78 is met name bepaald dat ‘een verschil in behandeling dat op een kenmerk in verband met een van de in artikel 1 [van die richtlijn] genoemde gronden berust, geen discriminatie vormt, indien een dergelijk kenmerk, vanwege de aard van de betrokken specifieke beroepsactiviteiten of de context waarin deze worden uitgevoerd, een wezenlijke en bepalende beroepsvereiste vormt, mits het doel legitiem en het vereiste evenredig aan dat doel is’.
33
Uit deze bepaling blijkt dat niet de grond voor het verschil in behandeling, maar een met die grond verband houdend kenmerk een wezenlijk en bepalend beroepsvereiste moet vormen (arrest van 13 november 2014, Vital Pérez, C-416/13, EU:C:2014:2371, punt 36 en aldaar aangehaalde rechtspraak).
34
Het beschikken over bijzondere fysieke capaciteiten is een leeftijdsgebonden kenmerk en bij de taken met betrekking tot bescherming van personen en zaken, arrestatie en bewaking van daders van strafbare feiten en preventieve patrouilles kan sprake zijn van het gebruik van fysiek geweld (arresten van 12 januari 2010, Wolf, C-229/08, EU:C:2010:3, punt 41; 13 september 2011, Prigge e.a., C-447/09, EU:C:2011:573, punt 67, en 13 november 2014, Vital Pérez, C-416/13, EU:C:2014:2371, punten 37 en 39 en aldaar aangehaalde rechtspraak).
35
Deze taken vergen naar hun aard een uitstekende fysieke geschiktheid aangezien fysieke tekortkomingen tijdens de uitoefening van de taken belangrijke gevolgen kunnen hebben, niet alleen voor de politieagenten zelf en voor derden, maar ook voor de handhaving van de openbare orde (arrest van 13 november 2014, Vital Pérez, C-416/13, EU:C:2014:2371, punt 40).
36
Hieruit volgt dat het beschikken over bijzondere fysieke capaciteiten voor het verrichten van de drie in artikel 26, lid 1, van wet 4/1992 genoemde hoofdtaken van de politie van de autonome regio Baskenland, namelijk het beschermen van personen en zaken, het waarborgen van de vrije uitoefening van ieders rechten en vrijheden en het toezicht houden op de veiligheid van de burgers, voor het in het hoofdgeding aan de orde zijnde beroep kan worden aangemerkt als een wezenlijk en bepalend beroepsvereiste in de zin van artikel 4, lid 1, van richtlijn 2000/78.
37
Aangaande het doel van besluit 315/1994 stellen de academie en de Spaanse regering dat dit besluit, door als maximale leeftijdsgrens voor toetreding tot het politiekorps van de autonome regio Baskenland te eisen dat de leeftijd van 35 jaar nog niet is bereikt, beoogt de inzetbaarheid en de goede werking van dat politiekorps te garanderen door te verzekeren dat de nieuw aangeworven ambtenaren gedurende een relatief lange periode van hun loopbaan in staat zijn de taken te verrichten die fysiek het meest veeleisend zijn.
38
In de punten 43 en 44 van het arrest van 13 november 2014, Vital Pérez (C-416/13, EU:C:2014:2371), heeft het Hof, na te hebben vastgesteld dat volgens overweging 18 van richtlijn 2000/78 deze richtlijn niet tot gevolg heeft dat de politiediensten worden gedwongen om personen in dienst te nemen of te houden die niet de vereiste capaciteiten bezitten om alle taken te kunnen verrichten die zij wellicht zullen moeten vervullen met het oog op de legitieme doelstelling van handhaving van het operationele karakter van deze diensten, geoordeeld dat de wens om de inzetbaarheid en de goede werking van de politiediensten te verzekeren, een legitieme doelstelling in de zin van artikel 4, lid 1, van die richtlijn is.
39
Het is juist dat het Hof in punt 57 van dat arrest heeft verklaard dat een nationale regeling die een maximumleeftijd van 30 jaar instelt voor het aanwerven van agenten van de plaatselijke politie van de Ayuntamiento de Oviedo (gemeente Oviedo, Spanje), een onevenredige, met artikel 4, lid 1, van richtlijn 2000/78 strijdige eis behelst.
40
De door de politiekorpsen van de autonome regio's verrichte taken verschillen evenwel van die van de plaatselijke politie, welke taken aan de orde waren in de zaak die heeft geleid tot het arrest van 13 november 2014, Vital Pérez (C-416/13, EU:C:2014:2371). In dit verband moet eraan worden herinnerd dat de agenten van de plaatselijke politie volgens artikel 53 van organieke wet 2/1986 met name zijn belast met de bescherming van de plaatselijke autoriteiten en het toezicht op hun gebouwen, het regelen van het verkeer binnen de bebouwde kom, het verzorgen van de bewegwijzering en het verrichten van politiële administratieve activiteiten. Blijkens artikel 26, lid 1, van wet 4/1992 heeft de politie van de autonome regio Baskenland echter ‘als wezenlijke taak personen en zaken te beschermen, de vrije uitoefening van hun rechten en vrijheden te waarborgen en toezicht te houden op de veiligheid van de burgers op het gehele grondgebied van de autonome regio’.
41
De academie heeft ter zitting bij het Hof aangegeven dat een agent van de basisrang bij de politie van de autonome regio Baskenland, voor welke rang de in het hoofdgeding aan de orde zijnde selectieprocedure werd georganiseerd, geen administratieve taken uitvoert, maar zich hoofdzakelijk bezighoudt met operationele en uitvoerende taken, waarbij er, zoals ook de advocaat-generaal heeft opgemerkt in punt 35 van zijn conclusie, sprake kan zijn van het gebruik van fysiek geweld en het verrichten van politieoptredens in moeilijke en zelfs extreme omstandigheden. Voor het uitvoeren van de administratieve taken wordt blijkens de door de academie verstrekte gegevens personeel aangeworven middels specifieke selectieprocedures waarbij geen leeftijdsgrens geldt.
42
De academie heeft bij het Hof aangevoerd dat, zoals uit de bij haar schriftelijke opmerkingen gevoegde rapporten volgt, agenten van de politie van de autonome regio Baskenland vanaf de leeftijd van 40 jaar achteruitgaan in hun functioneren, hetgeen tot uiting komt in een verminderd recuperatievermogen na een zware inspanning en het gedurende een bepaalde periode niet in staat zijn om andere even veeleisende taken te verrichten. Voorts kan volgens die rapporten een agent die ouder is dan 55 jaar niet meer worden geacht in het volle bezit te zijn van de capaciteiten die vereist zijn voor adequate uitoefening van zijn beroep zonder risico voor hemzelf en voor derden.
43
Verder heeft de academie erop gewezen dat de agenten van de politie van de autonome regio Baskenland wettelijk recht hebben op een vermindering van de jaarlijkse arbeidstijd vanaf het jaar waarin zij 56 jaar worden, alsmede op vrijstelling van nachtarbeid en vrijstelling van patrouilles buiten de politiebureaus (‘aangepaste actieve dienst’), waarbij degenen die gebruikmaken van deze regeling vrijwillig toezeggen met 60 jaar, of eventueel 59 jaar, met pensioen te gaan.
44
Ten slotte moet worden opgemerkt dat volgens de door de academie verstrekte gegevens het politiekorps van de autonome regio Baskenland in 2009, dus juist voordat de in het hoofdgeding aan de orde zijnde leeftijdsgrens werd opgenomen in besluit 315/1994, uit 8 000 agenten bestond. Destijds waren 59 agenten tussen 60 en 65 jaar oud en waren 1 399 agenten tussen 50 en 59 jaar oud. De academie heeft hieraan toegevoegd dat volgens de in 2009 gemaakte ramingen in 2018 1 135 agenten tussen 60 en 65 jaar oud zullen zijn en 4 660 agenten, dus meer dan de helft van het personeel, tussen 50 en 59 jaar oud zullen zijn. In 2025 zal meer dan 50 % van de agenten van dit politiekorps tussen 55 en 65 jaar oud zijn. Deze gegevens wijzen dus op een massale vergrijzing van het personeel van dat korps.
45
Gelet op die gegevens heeft de academie gewezen op de noodzaak om de oudste agenten middels selectieprocedures geleidelijk te vervangen door jonger personeel dat in staat is om fysiek veeleisende taken op zich te nemen. Ook op dit punt verschilt de onderhavige zaak van de zaak die heeft geleid tot het arrest van 13 november 2014, Vital Pérez (C-416/13, EU:C:2014:2371), waarin, zoals volgt uit punt 56 van dat arrest, niet is aangetoond dat voor de inzetbaarheid en de goede werking van het plaatselijke politiekorps vereist was dat binnen de plaatselijke politie werd vastgehouden aan een bepaalde leeftijdsopbouw en uitsluitend ambtenaren die niet ouder waren dan 30 jaar werden aangeworven.
46
Uit al het voorgaande volgt dat de werkzaamheden van agenten van de basisrang bij de politie van de autonome regio Baskenland fysiek veeleisende taken behelzen. De academie heeft tevens betoogd dat de leeftijd waarop een agent van de politie van de autonome regio Baskenland wordt aangeworven, bepaalt hoelang hij in staat zal zijn deze taken uit te voeren. Een agent die op het moment van aanwerving 34 jaar oud is, zal, gelet op de ook te volgen opleiding van ongeveer twee jaar, gedurende maximaal 19 jaar, namelijk totdat hij de leeftijd van 55 jaar heeft bereikt, voor die taken kunnen worden ingezet. Aanwerving op een leeftijd die hoger ligt, zou dus een negatief effect hebben op de mogelijkheid om voldoende agenten in te zetten voor de fysiek meest veeleisende taken. Voorts zouden bij aanwerving op een hogere leeftijd de aangeworven agenten niet lang genoeg voor die taken kunnen worden ingezet. Ten slotte, zoals de academie heeft aangegeven, vereist een degelijke organisatie van het politiekorps van de autonome regio Baskenland dat er een evenwicht is tussen het aantal fysiek veeleisende posten, waarvoor de oudste agenten niet geschikt zijn, en het aantal in dit opzicht minder veeleisende posten, welke door die agenten kunnen worden ingevuld (zie naar analogie arrest van 12 januari 2010, Wolf, C-229/08, EU:C:2010:3, punt 43).
47
Verder is het zo dat, zoals de advocaat-generaal in punt 38 van zijn conclusie heeft opgemerkt, de te vrezen tekortkomingen in het functioneren van de politiediensten van de autonome regio Baskenland uitsluiten dat bij selectieprocedures de organisatie van fysiek veeleisende testen op basis van rechtstreekse eliminatie een alternatieve minder vergaande maatregel zou kunnen vormen. Het doel om de politiedienst van de autonome regio Baskenland operationeel en goed functionerend te houden, vereist immers dat, wil er weer sprake zijn van een goede leeftijdsopbouw, het beschikken over bijzondere fysieke capaciteiten niet statisch wordt gezien, bij het plaatsvinden van de examens van de selectieprocedure, maar dynamisch, door de dienstjaren in aanmerking te nemen die de agent na zijn aanwerving zal volmaken.
48
Een regeling als in het hoofdgeding, die bepaalt dat kandidaat-agenten van de politie van de autonome regio Baskenland de leeftijd van 35 jaar niet mogen hebben bereikt, valt, mits de verwijzende rechter zich vergewist van de juistheid van de verschillende aanwijzingen die volgen uit de door de academie bij het Hof ingediende opmerkingen en aan het Hof overgelegde stukken en die eerder zijn vermeld, dus aan te merken als een regeling die geschikt is voor het beoogde doel om de inzetbaarheid en de goede werking van de betrokken politiedienst te garanderen en die tevens niet verder gaat dan nodig is om dit doel te bereiken.
49
Aangezien het uit die regeling voortvloeiende verschil in behandeling op grond van leeftijd krachtens artikel 4, lid 1, van richtlijn 2000/78 geen discriminatie oplevert, behoeft niet te worden nagegaan of dit verschil in behandeling kan worden gerechtvaardigd onder verwijzing naar artikel 6, lid 1, onder c), van die richtlijn.
50
Gelet op al het voorgaande dient op de gestelde vraag te worden geantwoord dat artikel 2, lid 2, van richtlijn 2000/78, gelezen in samenhang met artikel 4, lid 1, van die richtlijn, aldus moet worden uitgelegd dat het zich niet verzet tegen een regeling als in het hoofdgeding, die bepaalt dat kandidaten voor bij een politiekorps openstaande agentfuncties waarbij sprake is van het verrichten van alle operationele en uitvoerende taken van dat politiekorps, de leeftijd van 35 jaar niet mogen hebben bereikt.
Kosten
51
Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de verwijzende rechter over de kosten heeft te beslissen. De door anderen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakte kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking.
Het Hof (Grote kamer) verklaart voor recht:
Artikel 2, lid 2, van richtlijn 2000/78/EG van de Raad van 27 november 2000 tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep, gelezen in samenhang met artikel 4, lid 1, van die richtlijn, moet aldus worden uitgelegd dat het zich niet verzet tegen een regeling als in het hoofdgeding, die bepaalt dat kandidaten voor bij een politiekorps openstaande agentfuncties waarbij sprake is van het verrichten van alle operationele en uitvoerende taken van dat politiekorps, de leeftijd van 35 jaar niet mogen hebben bereikt.
ondertekeningen
Voetnoten
Voetnoten Uitspraak 15‑11‑2016
Conclusie 21‑07‑2016
P. Mengozzi
Partij(en)
Zaak C-258/151.
Gorka Salaberria Sorondo
tegen
Academia Vasca de Policía y Emergencias
[verzoek van de Tribunal Superior de Justicia de la Comunidad Autónoma del País Vasco (hoogste rechter van de autonome regio Baskenland, Spanje) om een prejudiciële beslissing]
I — Inleiding
1.
Bij besluit van 1 april 20142. heeft de Directora General de la Academia Vasca de Policía y Emergencias (directeur-generaal van de Baskische politie- en nooddienstacademie, Spanje) een aankondiging gepubliceerd van een selectieprocedure voor de aanwerving van politieagenten van de basisrang (‘Escala Básica’) van de Ertzaintza (Baskische politie). Blijkens deel 2, lid 1, onder c), van dat besluit worden kandidaten alleen toegelaten indien zij op het tijdstip van inschrijving tussen 18 en 35 jaar oud zijn.
2.
Gorka Salaberria Sorondo, die ouder is dan 35 jaar, heeft zich opgegeven als kandidaat voor de selectieprocedure. Hij werd eerst uitgesloten, maar kreeg uiteindelijk voorlopig toestemming om deel te nemen, totdat uitspraak zou zijn gedaan op het beroep tot nietigverklaring dat hij had ingesteld tegen deel 2, lid 1, punt c), van het besluit van 1 april 2014 houdende aankondiging van de selectieprocedure.3.
3.
Het politiekorps waarvoor de aanwerving wordt georganiseerd is dat van de autonome regio Baskenland. Ley Orgánica 2/1986 de Fuerzas y Cuerpos de Seguridad del Estado (organieke wet nr. 2/1986 inzake politie- en veiligheidsdiensten) van 13 maart 19864. (hierna: ‘organieke wet nr. 2/1986’) omschrijft de taken die zijn opgedragen aan de politie- en veiligheidsdiensten van de Staat, aan de politiekorpsen van de autonome regio's en aan de plaatselijke politiekorpsen. Wat de autonome regio's betreft, bepaalt artikel 38, lid 1, van organieke wet nr. 2/1986 dat hun politiekorpsen, uit hoofde van hun eigen bevoegdheden ‘[toezien op] de inachtneming van de voorschriften en individuele bevelen van de autonome regio, [toezicht houden op en bescherming bieden aan] personen, instellingen, gebouwen, vestigingen en kantoren van de autonome regio en haar bestuur door de normale functionering van de installaties en de veiligheid van de gebruikers van hun diensten te verzekeren, de aan regulering onderworpen activiteiten van de autonome regio [inspecteren] door op te treden tegen elke onrechtmatige activiteit [en gebruik maken van] dwang met het oog op de gedwongen tenuitvoerlegging van handelingen of bepalingen die door de autonome regio zijn vastgesteld’. De politiekorpsen van de autonome regio's oefenen tevens taken uit in samenwerking met de politie- en veiligheidsdiensten van de Staat en moeten uit dien hoofde met name ‘toezien op de naleving van de wetten en andere voorschriften van de Staat en de functionering van de essentiële openbare diensten waarborgen, […] deelnemen aan de taken van de gerechtelijke politie, […], toezicht uitoefenen op openbare ruimten, bescherming bieden bij manifestaties en de orde handhaven bij grote bijeenkomsten […]’.5. In het kader van een gelijktijdige interventie, zonder onderscheid, met de politie- en veiligheidsdiensten van de Staat, moet de politie van de autonome regio's ‘bijdragen tot de minnelijke beslechting van particuliere geschillen, […] bijstand verlenen in geval van ongevallen, rampen of algemene calamiteiten door, volgens de wettelijke voorschriften, deel te nemen aan de uitvoering van programma's inzake burgerbescherming, […] toezicht houden op de naleving van voorschriften inzake instandhouding van natuur en milieu, van watervoorraden, alsmede van de jacht-, vis- en bosrijkdommen of van enig ander natuurelement’.6.
4.
Ley 4/1992 de Policía del País Vasco (wet 4/1992 inzake de politie van Baskenland) van 17 juli 1992 (hierna: ‘wet 4/1992’)7. bepaalt met betrekking tot de taken van de Baskische politie dat ‘de Baskische politie, in het kader van de door de autonome regio Baskenland uitgeoefende bevoegdheden, als wezenlijke taak heeft personen en zaken te beschermen, de vrije uitoefening van hun rechten en vrijheden te waarborgen en toezicht te houden op de veiligheid van de burgers op het gehele grondgebied van de autonome regio. Daartoe oefent zij de taken uit die de rechtsorde toekent aan de veiligheidsdiensten van de Staat’.8. Uit die wet volgt tevens dat de Baskische politie verschillende rangen heeft. De basisrang (‘Escala Básica’) van het politiekorps van Baskenland — die waarvoor de selectieprocedure is georganiseerd waaraan Salaberria Sorondo wenste deel te nemen — omvat ‘uitvoerende taken waarvoor politieoptreden vereist is en functies die het leidinggeven aan een of meer ambtenaren van de rang in de operationele dienst impliceren’9.. Wet 4/1992 draagt aan de Baskische regering taak op om ‘bij verordening het kader vast te stellen van uitsluitingen op medische gronden met het oog op de toegang tot de rangen en categorieën van de korpsen waaruit de politie van Baskenland bestaat, alsmede de leeftijdsvoorwaarden en lengtevereisten’.10.
5.
Decreto 120/2010 de tercera modificación del decreto 315/1994 (besluit 120/2010 houdende derde wijziging van besluit 315/1994)11. heeft aldus artikel 4, onder b), van Decreto 315/1994 por el que se aprueba el Reglamento de Selección y Formación de la Policía del País Vasco (besluit 315/1994 houdende goedkeuring van de regeling voor de selectie en de opleiding van de politie van Baskenland) van 19 juli 1994, in die zin gewijzigd dat daarin de leeftijdgrens voor kandidaten om te mogen deelnemen op 35 jaar is vastgesteld.12.
6.
Voor de verwijzende rechter brengt Salaberria Sorondo twijfels tot uiting over de verenigbaarheid van artikel 4, onder b), van besluit 315/1994, zoals gewijzigd, met richtlijn 2000/78/EG van de Raad van 27 november 2000 tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep.13.
7.
Volgens artikel 1 van richtlijn 2000/78 heeft zij tot doel ‘met betrekking tot arbeid en beroep een algemeen kader te creëren voor de bestrijding van discriminatie op grond van godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid zodat in de lidstaten het beginsel van gelijke behandeling toegepast kan worden’.14.
8.
Bovendien is daarin vastgesteld dat er sprake is van ‘‘directe discriminatie’, wanneer iemand ongunstiger wordt behandeld dan een ander in een vergelijkbare situatie wordt, is of zou worden behandeld op basis van een van de in artikel 1 genoemde gronden’.15.
9.
Evenwel bepaalt artikel 4, lid 1, van richtlijn 2000/78 dat ‘de lidstaten [kunnen] bepalen dat een verschil in behandeling dat op een kenmerk in verband met een van de in artikel 1 genoemde gronden berust, geen discriminatie vormt, indien een dergelijk kenmerk, vanwege de aard van de betrokken specifieke beroepsactiviteiten of de context waarin deze worden uitgevoerd, een wezenlijk en bepalend beroepsvereiste vormt, mits het doel legitiem en het vereiste evenredig aan dat doel is’. Voorts bepaalt artikel 6, lid 1, eerste alinea, van richtlijn 2000/78 dat ‘de lidstaten [kunnen] bepalen dat verschillen in behandeling op grond van leeftijd geen discriminatie vormen indien zij in het kader van de nationale wetgeving objectief en redelijk worden gerechtvaardigd door een legitiem doel, met inbegrip van legitieme doelstellingen van het beleid op het terrein van de werkgelegenheid, de arbeidsmarkt of de beroepsopleiding, en de middelen voor het bereiken van dat doel passend en noodzakelijk zijn’. Dergelijke verschillen in behandeling ‘kunnen onder meer omvatten […] de vaststelling van een maximumleeftijd voor aanwerving, gebaseerd op de opleidingseisen voor de betrokken functie of op de noodzaak van een aan pensionering voorafgaand redelijk aantal arbeidsjaren’.16.
10.
Daar hij de aankondiging van de selectieprocedure in strijd achtte met de voorschriften van richtlijn 2000/78, heeft Salaberria Sorondo bij de bestuursrechter beroep ingesteld tegen het besluit van 1 april 2014 houdende organisatie van de selectieprocedure voor aanwerving in de categorie van agent van de basisrang bij de politie van de autonome regio Baskenland.
11.
De verwijzende rechter merkt op dat de nationale rechters zich meermaals hebben uitgesproken over de bij de aanwerving voor de verschillende politiekorpsen geldende leeftijdsgrenzen. De verwijzende rechter zelf heeft reeds geoordeeld dat een leeftijdsgrens van 32 jaar verenigbaar was met richtlijn 2000/78. Het Hof heeft in het arrest Vital Pérez17. evenwel geoordeeld dat deze richtlijn zich verzet tegen de vaststelling van een leeftijdsgrens van 30 jaar voor het aanwerven van lokale politieagenten van de gemeente Oviedo (Spanje). De verwijzende rechter wijst er niettemin op dat de functies van de politie van de autonome regio Baskenland verschillen van die welke het Hof in het kader van het arrest Vital Pérez18. heeft onderzocht, met name vanwege het feit dat de politie van de autonome regio Baskenland eventueel taken moet verrichten die in beginsel zijn opgedragen aan de politie- en veiligheidsdiensten van de Staat19.. Bovendien variëren de leeftijdsgrenzen in de Spaanse regeling naargelang van de korpsen en de taken, maar zijn zij vastgesteld op basis van een beoordeling van de wetgever. De verwijzende rechter merkt tevens op dat internationaal bezien de praktijken zeer sterk uiteenlopen en dat het niet zelden voorkomt dat staten geen enkele leeftijdsgrens stellen.20. De verwijzende rechter lijkt echter op het standpunt te staan dat de politie-activiteit een activiteit is die, rekening gehouden met de specifieke aard ervan, rechtvaardigt dat er een maximumleeftijd wordt vastgesteld voor de eerste toelating tot een functie als agent vanwege het feit dat die agent om het even welke politietaak die kenmerkend is voor ‘politie met een volledig takenpakket’, zoals die van Baskenland, op zich moet kunnen nemen.
II — Prejudiciële vraag en procedure bij het Hof
12.
Geconfronteerd met een probleem inzake de uitlegging van het Unierecht, heeft de Tribunal Superior de Justicia de la Comunidad Autónoma del País Vasco (hoogste rechter van de autonome regio Baskenland, Spanje) de behandeling van de zaak geschorst en het Hof bij beslissing, ingekomen ter griffie van het Hof op 1 juni 2015, verzocht om een prejudiciële beslissing over de volgende vraag:
‘Verdraagt de omstandigheid dat als voorwaarde voor deelname aan de selectieprocedure voor agenten van de Baskische autonome politie een leeftijdsgrens van maximaal 35 jaar is gesteld, zich met de aan artikel 2, lid 2, artikel 4, lid 1, en artikel 6, lid 1, onder c), van richtlijn [2000/78] te geven uitlegging?’
13.
Schriftelijke opmerkingen zijn ingediend door verzoeker in het hoofdgeding, verweerster in het hoofdgeding, de Spaanse regering, Ierland, de Franse en de Italiaanse regering alsmede door de Europese Commissie. Al deze partijen werden tevens gehoord ter terechtzitting van het Hof op 30 mei 2016.
III — Bespreking
14.
In wezen is de door de verwijzende rechter gestelde vraag identiek aan die welke was gesteld in de zaak Vital Pérez21., maar de context waarin deze rijst verschilt in die zin dat het nu niet meer om een politie van een gemeente gaat, maar om de politie van een autonome regio. De taken verschillen aanzienlijk. Voorts was de relevante leeftijdsgrens in het arrest Vital Pérez22. 30 jaar. Salaberria Sorondo wordt met een hogere leeftijdsgrens, 35 jaar, geconfronteerd.
15.
Niettegenstaande de verschillen, waarop ik zal terugkomen, zijn in het arrest Vital Pérez23. reeds een aantal voor de onderhavige zaak relevante preliminaire punten opgelost.
16.
In de eerste plaats heeft een nationale regeling als het gewijzigde besluit 315/1994, waaraan door het besluit van 1 april 2014 houdende aankondiging van de selectieprocedure slechts toepassing wordt gegeven, betrekking op de voor politieagenten geldende aanstellingseisen, doordat daarin is bepaald dat personen die ouder zijn dan 35 jaar, niet kunnen worden aangeworven bij het politiekorps van de autonome regio Baskenland. Bijgevolg is richtlijn 2000/78 van toepassing op een dergelijke situatie.24.
17.
Wat in de tweede plaats het bestaan van een verschil in behandeling op grond van leeftijd betreft, bepaalt artikel 2, lid 2, onder a), van richtlijn 2000/78 dat er directe discriminatie is wanneer iemand ongunstiger wordt behandeld dan een ander die zich in een vergelijkbare situatie bevindt, op basis van, met name, leeftijd. Artikel 4, onder b), van het gewijzigde besluit 315/1994 heeft tot gevolg dat bepaalde personen, uitsluitend omdat zij ouder zijn dan 35 jaar, ongunstiger worden behandeld dan andere personen die zich in een vergelijkbare situatie bevinden. Er is duidelijk sprake van een direct op leeftijd gegrond verschil in behandeling.25.
18.
Dan blijft nog de — meer delicate — vraag of dit verschil in behandeling kan worden gerechtvaardigd in het licht van artikel 4, lid 1, richtlijn 2000/78 of van artikel 6, lid 1, van die richtlijn.
A — Uitlegging van artikel 4, lid 1, van richtlijn 2000/78
19.
Artikel 4, lid 1, van richtlijn 2000/78 bepaalt dat ‘de lidstaten [kunnen] bepalen dat een verschil in behandeling dat op een kenmerk in verband met [leeftijd] berust, geen discriminatie vormt, indien een dergelijk kenmerk, vanwege de aard van de betrokken specifieke beroepsactiviteiten of de context waarin deze worden uitgevoerd, een wezenlijk en bepalend beroepsvereiste vormt, mits het doel legitiem en het vereiste evenredig aan dat doel is’.
20.
De Spaanse regering, Ierland, en de Franse en de Italiaanse regering zijn van mening dat de nationale regeling waarbij de maximumleeftijd voor deelname aan de selectieprocedure voor toegang tot arbeid bij de politie van de autonome regio Baskenland is vastgesteld op 35 jaar, gelet op deze bepaling gerechtvaardigd is, daar voor de door de agenten ervan uitgeoefende taken een bijzonder goede fysieke conditie vereist is, hetgeen een wezenlijk en bepalend beroepsvereiste vormt, en dat deze regeling het legitieme doel nastreeft te verzekeren dat de politiediensten operationeel zijn en goed functioneren, maar wel evenredig is. Verzoeker in het hoofdgeding en de Commissie betwijfelen daarentegen of de betrokken leeftijdsgrens verenigbaar is met artikel 4, lid 1, van richtlijn 2000/78.
21.
Wat de uitlegging van artikel 4, lid 1, van richtlijn 2000/78 betreft, kan, gelet op de gelijkenissen die deze zaak vertoont met die waarin het arrest Vital Pérez26. is gewezen, ook hier op een aantal punten lering worden getrokken uit dat arrest. Vooraf dient in herinnering te worden gebracht dat volgens overweging 23 van richtlijn 2000/78 een verschil in behandeling slechts in een zeer beperkt aantal omstandigheden gerechtvaardigd kan zijn wanneer een met leeftijd verband houdend kenmerk een wezenlijk en bepalend beroepsvereiste vormt, en dat artikel 4, lid 1, van richtlijn 2000/78, aangezien op grond daarvan kan worden afgeweken van het non-discriminatiebeginsel, strikt moet worden uitgelegd.27.
22.
Dit voor ogen houdend, zal ik eerst nagaan of er sprake is van een wezenlijk en bepalend beroepsvereiste en van een legitiem doel, alvorens vervolgens te onderzoeken of de nationale regeling die in het hoofdgeding aan de orde is, het evenredigheidsbeginsel eerbiedigt.
1. Wezenlijk en bepalend beroepsvereiste en nastreven van een legitiem doel
23.
Door de partijen die aan de onderhavige prejudiciële procedure hebben deelgenomen, wordt niet betwist dat het bezitten van bijzondere fysieke capaciteiten kan worden aangemerkt als een ‘wezenlijk en bepalend beroepsvereiste’ in de zin van artikel 4, lid 1, van richtlijn 2000/78 voor de uitoefening van het beroep van politieagent van de autonome regio Baskenland. Het Hof heeft immers reeds geoordeeld dat ‘bij de taken met betrekking tot bescherming van personen en zaken, arrestatie en bewaking van daders van strafbare feiten en preventieve patrouilles sprake kan zijn van het gebruik van fysiek geweld’.28. Deze taken vergen naar hun aard een uitstekende fysieke geschiktheid aangezien fysieke tekortkomingen belangrijke gevolgen kunnen hebben voor de politieagenten, voor de bevolking en voor de handhaving van de openbare orde.29. Voorts is het beschikken over bijzondere fysieke capaciteiten een leeftijdsgebonden kenmerk.30.
24.
Derhalve moet, in het licht van de laatste ontwikkelingen in de rechtspraak van het Hof, worden erkend dat het beschikken over bijzonder goede fysieke capaciteiten om de bescherming van personen en zaken te kunnen verzekeren, om de vrije uitoefening van ieders rechten en vrijheden te kunnen waarborgen en om te kunnen toezien op de burgerveiligheid, wat de drie wezenlijke taken van de politie van de autonome regio Baskenland zijn, die — weliswaar op tamelijk vage wijze — zijn omschreven in artikel 26, lid 1, van wet 4/199231., een wezenlijk en bepalend vereiste voor de uitoefening van dat beroep vormt.
25.
Tevens staat tussen partijen vast dat de betrokken nationale regeling een doel nastreeft dat als ‘legitiem’ kan worden aangemerkt. Het beschikken over bijzondere fysieke capaciteiten, wat men tracht te bereiken middels de vaststelling van een leeftijdsgrens voor deelname aan de selectieprocedure voor toetreding tot het politiekorps van de autonome regio Baskenland, is immers vereist teneinde te garanderen dat de politiediensten operationeel zijn en goed functioneren door te verzekeren dat de nieuw aangeworven ambtenaren gedurende een relatief lange periode van hun loopbaan in staat zijn de taken te verrichten die fysiek het meest veeleisend zijn. Het Hof heeft, onder verwijzing naar de inhoud van overweging 18 van richtlijn 2000/7832., reeds geoordeeld dat een dergelijke wens een legitieme doelstelling in de zin van artikel 4, lid 1, van die richtlijn is.33.
26.
De vraag die uiteindelijk nog open blijft is of de nationale regeling die in het hoofdgeding aan de orde is, met de vaststelling van de leeftijdsgrens op 35 jaar, evenredig is, dat wil zeggen of deze leeftijdsgrens geschikt is om het nagestreefde doel te bereiken en niet verder gaat dan nodig is om dit doel te bereiken.
2. Evenredigheid van de nationale regeling
27.
In deze fase van de bespreking moet worden bepaald of de vaststelling van een leeftijdsgrens op 35 jaar voor toetreding tot de politie van de autonome regio Baskenland een noodzakelijke en evenredige maatregel vormt gelet op het legitieme doel om de inzetbaarheid en de goede werking van de politiediensten van die regio te verzekeren.
28.
Bovenop het feit dat uit statistieken objectief de onontkoombare vergrijzing van het autonome politiekorps van Baskenland naar voren komt, dat taken zijn toebedeeld die overeenkomen met ‘politie met een volledig takenpakket’, en dat bij de opmerkingen van de Academia Vasca de Policía y Emergencias rapporten zijn gevoegd met bepaalde gegevens uit de bedrijfsgeneeskunde34., vormt het feit dat de leeftijdsgrens die in het hoofdgeding aan de orde is, vijf jaar hoger ligt, een nieuwe reden om aan te nemen dat het Hof hier een andere oplossing zou moeten geven dan die waarvoor in de context van de zaak Vital Pérez35. was gekozen. De nadruk moet dus op deze elementen worden gelegd, die de situatie van de politieagenten in de autonome regio Baskenland onderscheiden en kenmerken.
29.
Wat de aard van de taken en het verloop van de loopbaan van een agent bij deze politie betreft, volgt uit de stukken en de standpuntuitwisselingen voor het Hof dat de selectieprocedure waaraan verzoeker in het hoofdgeding wilde deelnemen, de enige selectieprocedure voor toegang tot het beroep van agent bij de autonome politie van Baskenland is. De taken van deze agent zijn hoofdzakelijk uitvoerende taken. Aan de agent van de basisrang worden geen administratieve taken opgedragen omdat het zuiver administratieve personeel wordt aangeworven middels een andere selectieprocedure die op geheel andere wijze is georganiseerd dan die waarom het in het hoofdgeding gaat. Op het tijdstip van zijn aanwerving wordt van de agent verwacht dat hij om het even welke voor zijn beroep kenmerkende taak kan verrichten.
30.
Wanneer hij de selectieprocedure heeft doorstaan, vangt een aanvankelijke opleidingsperiode van 27 maanden36. aan. De selectieprocedure is algemeen, de specialisatie komt, in voorkomend geval, pas aan de orde gedurende de loopbaan, dankzij de bijscholing die de agenten wordt geboden. Vooraf kan er dus geen onderscheid worden gemaakt tussen agenten die hun werk hoofdzakelijk in het kader van taken van overwegend fysieke aard zullen gaan verrichten, en agenten die zich zullen gaan richten op fysiek minder veeleisende activiteitengebieden, zoals forensisch deskundigen. Hoe dan ook wordt van politieagenten van de basisrang, tot zij zich eventueel specialiseren, verwacht dat zij in staat zijn de voor hun werk kenmerkende fysieke taken op zich nemen.
31.
Vervolgens is voorzien dat een politieagent van de autonome regio Baskenland, vanwege zijn constante blootstelling aan risico's en aan stress, zodra hij 56 jaar oud is op eigen verzoek in aangepaste actieve dienst kan worden geplaatst. Die aangepaste actieve dienst wordt gekenmerkt door vrijstelling van nachtarbeid, door vrijstelling van patrouilles buiten de politiebureaus en door een vermindering van de wekelijkse arbeidstijd. Als tegenprestatie zegt de politieagent toe met 59 of 60 jaar met pensioen te gaan in plaats van met de normale pensioenleeftijd van 65 jaar. Naar zeggen van de Academia Vasca de Policía y Emergencias verzoeken in de praktijk bijna alle politieagenten van de autonome regio Baskenland die de leeftijd hebben om daarvoor in aanmerking te komen, in aangepaste actieve dienst te worden geplaatst.
32.
Ten slotte is het politiekorps van de autonome regio Baskenland een korps dat objectief wordt geconfronteerd met een massale vergrijzing van het personeel. Blijkens de door de Academia Vasca de Policía y Emergencias aan het Hof verstrekte gegevens bestaat dit korps thans uit 8 000 agenten. In 2009, waren 59 agenten tussen 60 en 65 jaar oud en waren 1 399 tussen 50 en 59 jaar oud. In 2018 zullen 1 135 agenten tussen 60 en 65 jaar oud zijn en zullen 4 660 agenten, dat wil zeggen meer dan de helft van het personeel tussen 50 en 59 jaar oud zijn. De vooruitzichten voor 2025 zijn dat meer dan 50 % van het personeel dan tussen 55 en 65 jaar oud zal zijn.37.
33.
Uit de bij de schriftelijke opmerkingen van de Academia Vasca de Policía y Emergencias gevoegde rapporten volgt tevens er vanaf de leeftijd van 40 jaar een duidelijke achteruitgang van het recuperatievermogen valt te constateren. Een beduidende aantasting van functioneringscapaciteiten wegens veroudering doet zich voor tussen 40 en 50 jaar, en hoe dan ook kan een agent van ouder dan 55 jaar niet worden geacht in het volle bezit te zijn van de fysieke en psychische capaciteiten die vereist zijn voor adequate uitoefening van zijn beroep zonder enig risico voor hemzelf of voor derden.
34.
Daaruit volgt dat een persoon die op het tijdstip van de selectieprocedure 35 jaar is, indien hij die procedure doorstaat, na de aanvankelijke opleiding van 27 maanden, dus in dienst treedt op de leeftijd van 37 jaar. Aangenomen kan worden dat deze persoon 13 dienstjaren met zijn maximale psychische en fysieke capaciteiten zal verrichten, welke aanzienlijk zullen afnemen tot hij definitief in de aangepaste actieve dienst zal overgaan.
35.
Ik breng in herinnering dat de aan de autonome politie van Baskenland opgedragen taken erin bestaan personen en zaken te beschermen, de vrije uitoefening van hun rechten en vrijheden te waarborgen en toezicht te houden op de veiligheid van de burgers op het gehele grondgebied van de autonome regio. De taken van de autonome politie van Baskenland zijn die van politie met een ‘volledig takenpakket’. Anders dan het geval was voor de taken waarom het ging in de zaak Vital Pérez38., lijkt voor de taken die worden verricht door de politie van de autonome regio Baskenland, in hun geheel beschouwd, inderdaad een goede fysieke conditie vereist te zijn om te kunnen reageren op alle op haar gedane beroepen die behoren tot die van een politieagent in de volle uitoefening van zijn beroep. Voor de taken die verband houden met de handhaving van de openbare orde, is vereist dat de personeelskrachten op ieder tijdstip, ook 's nachts of in extreme omstandigheden, adequaat en overeenkomstig het nagestreefde doel — het herstel van de sociale vrede — kunnen optreden en reageren. Buiten het eigenlijke verrichten van de traditioneel aan een politiekorps ‘met een volledig takenpakket’ opgedragen taken, moeten agenten van de politie van de autonome regio Baskenland in staat zijn bijvoorbeeld de specifieke uitrustingen te dragen die hun voor hun veiligheid ter beschikking worden gesteld.
36.
In die omstandigheden, en in het licht van hetgeen het Hof heeft geoordeeld in het arrest Wolf39., neig ik tot het standpunt dat het, teneinde de doeltreffende functionering van de autonome politie van Baskenland te verzekeren, noodzakelijk kan worden geacht dat de meerderheid van de politieagenten in staat is de fysiek meest veeleisende taken te verrichten, die een agent na het bereiken van de leeftijd van 50 jaar minder doeltreffend kan verrichten en die een agent die ouder is dan 55 jaar niet meer in staat is op zich te nemen. Het feit dat in de nabije toekomst, in 2025, te weten over negen jaar, ongeveer de helft van het personeel zal overgaan in aangepaste actieve dienst, vereist dat nu reeds maatregelen worden genomen om een zeker evenwicht tussen de meest en de minder actieve agenten te herstellen. Het handhaven van een leeftijdsopbouw binnen de politie van de autonome regio Baskenland die relatief evenwichtig is, lijkt duidelijk noodzakelijk om de autonome politie van Baskenland operationeel te houden.40. Bij de huidige leeftijdsopbouw en indien zonder leeftijdsgrens of met een hogere leeftijdsgrens zou worden aangeworven, zou dat ertoe kunnen leiden dat een te groot aantal ambtenaren niet kan worden ingezet voor de fysiek meest veeleisende taken.41.
37.
Deze toestand maakt duidelijk dat een degelijke organisatie de politie van de autonome regio Baskenland, teneinde te verzekeren dat zij operationeel is en goed functioneert, althans op de lange termijn het herstel vereist van een correlatie tussen de fysiek veeleisende posten, waarvoor de oudste ambtenaren niet geschikt zijn, en de fysiek minst veeleisende posten, waarvoor die ambtenaren wel geschikt zijn42., te meer daar het Hof heeft erkend dat fysieke tekortkomingen tijdens de uitoefening van de taken met name inzake bescherming van personen, arrestatie en bewaking van delinquenten en preventieve patrouilles, belangrijke gevolgen kunnen hebben, niet alleen voor de politieagenten zelf en voor derden, maar ook voor de handhaving van de openbare orde.43. Dit geldt a fortiori voor de extra taken die specifiek zijn voor de politie van de autonome regio's en betrekking hebben op gebruik van dwang met het oog op gedwongen tenuitvoerlegging, de bescherming bij manifestaties en de ordehandhaving tijdens grote bijeenkomsten of de strijd tegen terrorisme.44.
38.
Voorts sluiten de te vrezen tekortkomingen in de functionering van de politiediensten van de autonome regio Baskenland uit dat de organisatie van fysiek veeleisende testen op basis van rechtstreekse eliminatie tijdens de selectieprocedure een alternatieve minder vergaande maatregel zou kunnen vormen. Het doel om het korps van de agenten van de autonome politie van Baskenland operationeel en goed functionerend te houden, vereist dat een bepaalde leeftijdsstructuur wordt hersteld, zodat het beschikken over bijzondere fysieke capaciteiten niet statisch moet worden gezien, louter op tijdstip T van de selectieprocedure, maar integendeel dynamisch, door tevens de dienstjaren die zullen volgen op de selectieprocedure, in aanmerking te nemen.
39.
Ook vanwege de zeer bijzondere situatie van de politie van de autonome regio Baskenland is de vergelijking met de leeftijdsgrenzen voor andere op het nationale grondgebied werkzame politiekorpsen, die door het Hof wel in aanmerking zijn genomen in het kader van de zaak Vital Pérez45., niet langer beslissend.46.
40.
Ik ben dus om alle reeds genoemde redenen van mening dat het Hof niet ongevoelig moet blijven voor de organisatieproblemen — ongeacht of deze actueel of toekomstig zijn — waarmee de politie van de autonome regio Baskenland wordt geconfronteerd en bijgevolg dient vast te stellen dat de nationale regeling die in het hoofdgeding aan de orde is, verenigbaar is met artikel 4, lid 1, van richtlijn 2000/78.
41.
Evenwel ben ik tevens overtuigd dat deze verenigbaarheid slechts moet worden geconstateerd zolang dit strikt noodzakelijk is voor het herstel van een bepaalde leeftijdsstructuur die niet meer van dien aard is dat deze de inzetbaarheid en de goede werking van de politiediensten van de autonome regio Baskenland in gevaar brengt.
42.
Uit het voorgaande volgt dat artikel 4, lid 1, van richtlijn 2000/78 in die zin moet worden uitgelegd dat het zich niet verzet tegen een nationale regeling als aan de orde in het hoofdgeding, waarin de maximumleeftijd voor de aanwerving van agenten van de politie van de autonome regio Baskenland is vastgesteld op 35 jaar, voor zover deze maatregel strikt noodzakelijk is voor het herstel van een leeftijdsstructuur die de inzetbaarheid en de goede werking van de diensten van deze politie niet meer in gevaar brengt.
B — Uitlegging van artikel 6, lid 1, van richtlijn 2000/78
43.
Daar het verschil in behandeling dat is ingevoerd bij de nationale regeling waarbij de leeftijdsgrens voor deelname aan de selectieprocedure voor aanwerving bij de Baskische autonome politie is vastgesteld op 35 jaar, mij gerechtvaardigd lijkt in het licht van artikel 4, lid 1, van richtlijn 2000/78, hoeft niet te worden nagegaan of dat tevens het geval is op grond van artikel 6, lid 1, van deze richtlijn.47. Het is dus slechts uiterst subsidiair dat ik hierover enige opmerkingen maak.
44.
Artikel 6, lid 1, eerste alinea, van richtlijn 2000/78 bepaalt dat ‘de lidstaten [kunnen] bepalen dat verschillen in behandeling op grond van leeftijd geen discriminatie vormen indien zij in het kader van de nationale wetgeving objectief en redelijk worden gerechtvaardigd door een legitiem doel, met inbegrip van legitieme doelstellingen van het beleid op het terrein van de werkgelegenheid, de arbeidsmarkt of de beroepsopleiding, en de middelen voor het bereiken van dat doel passend en noodzakelijk zijn’. Deze verschillen in behandeling ‘kunnen onder meer omvatten […] de vaststelling van een maximumleeftijd voor aanwerving, gebaseerd op de opleidingseisen voor de betrokken functie of op de noodzaak van een aan pensionering voorafgaand redelijk aantal arbeidsjaren’.48.
45.
De memorie van toelichting bij besluit 120/2010 verschaft weinig opheldering over de doelstelling die wordt nagestreefd met de vaststelling van een leeftijdsgrens van 35 jaar voor de selectieprocedure voor toetreding tot politie van de autonome regio Baskenland.49. Daar de partijen die aan de onderhavige prejudiciële procedure hebben deelgenomen, in hun opmerkingen hoofdzakelijk zijn ingegaan op artikel 4, lid 1, van richtlijn 2000/78, bevat het dossier minder gegevens die nuttig zouden kunnen zijn voor de toepassing van artikel 6, lid 1, van die richtlijn.
46.
De Academia Vasca de Policía y Emergencias voert echter het doel aan betreffende het organisatorische en financiële evenwicht van de Baskische politie of ook de noodzaak om tot een evenwichtige leeftijdspiramide te komen. De Spaanse regering wijst op opleidingseisen, de noodzaak van een aan pensionering voorafgaand redelijk aantal arbeidsjaren en overwegingen van werkgelegenheidsbeleid, zonder nadere preciseringen.
47.
De doelstelling die erin bestaat een aan pensionering voorafgaand redelijk aantal arbeidsjaren te verzekeren en de rechtvaardiging van de vaststelling van een leeftijdsgrens gebaseerd op opleidingseisen zijn legitieme doelstellingen die rechtstreeks voortvloeien uit de tekst van artikel 6, lid 1, van richtlijn 2000/78.50.
48.
Ik heb er daarentegen meer voorbehouden bij dat het streven naar en handhaven van het organisatorische en financiële evenwicht van de politie van de autonome regio Baskenland of de noodzaak om tot een evenwichtige leeftijdspiramide te komen legitieme doelstellingen zouden kunnen vormen uit hoofde van artikel 6, lid 1, van richtlijn 2000/78, terwijl deze doelstellingen volgens het Hof ‘doelstellingen zijn van sociaal beleid, zoals die in verband met het beleid op het terrein van de werkgelegenheid, de arbeidsmarkt of de beroepsopleiding’.51.
49.
Hoe dan ook, wanneer eenmaal is vastgesteld wat het legitieme doel is uit hoofde van artikel 6, lid 1, van richtlijn 2000/78, moet nog worden bepaald of de vaststelling van een leeftijdsgrens van 35 jaar niet verder gaat dan passend en noodzakelijk is om dat doel te bereiken.
50.
De lidstaten beschikken in dit verband weliswaar over een ruime beoordelingsvrijheid bij hun keuze van de maatregelen die geschikt zijn ter verwezenlijking van hun doelstellingen op het gebied van sociaal beleid en werkgelegenheidsbeleid, doch deze vrijheid is in die zin beperkt dat zij niet tot gevolg mag hebben dat het beginsel van non-discriminatie wordt uitgehold.52. Wat de doelstelling inzake de opleidingseisen voor de functie van agent bij de politie van de autonome regio Baskenland betreft, lijkt niets in de stukken een dergelijke leeftijdsgrens te rechtvaardigen. Wat voorts de doelstelling betreft om een aan pensionering voorafgaand redelijk aantal arbeidsjaren te verzekeren, is de ‘normale’ pensioenleeftijd voor agenten van dat korps vastgesteld op 65 jaar, zodat, in theorie, zelfs een agent die op de leeftijd van 40 jaar in dienst treedt, daar 25 jaar kan blijven.53.
51.
Bijgevolg vind ik het moeilijk om in te zien dat de leeftijdsgrens van 35 jaar voor toetreding tot de politie van de autonome regio Baskenland gerechtvaardigd zou zijn op grond van artikel 6, lid 1, van richtlijn 2000/78.
IV — Conclusie
52.
Gelet op een en ander geef ik het Hof in overweging de vraag van de Tribunal Superior de Justicia de la Comunidad Autónoma del País Vasco (hoogste rechter van de autonome regio Baskenland, Spanje) als volgt te beantwoorden:
‘Artikel 4, lid 1, van richtlijn 2000/78/EG van de Raad van 27 november 2000 tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep, moet in die zin worden uitgelegd dat het zich niet verzet tegen een nationale regeling als aan de orde in het hoofdgeding, waarin de maximumleeftijd voor de aanwerving van agenten van de politie van de autonome regio Baskenland is vastgesteld op 35 jaar, voor zover deze maatregel strikt noodzakelijk is voor het herstel van een leeftijdsopbouw die de inzetbaarheid en de goede werking van de diensten van deze politie niet meer in gevaar brengt.’
Voetnoten
Voetnoten Conclusie 21‑07‑2016
Oorspronkelijke taal: Frans.
Boletín Oficial del País Vasco nr. 63 van 1 april 2014.
Salaberria Sorondo is niet geslaagd voor het vijfde onderdeel van de selectieprocedure, dat bestond in een persoonlijk onderhoud. Hij heeft tevens beroep ingesteld tegen die uitsluiting, welk beroep nog steeds aanhangig was op het tijdstip van de onderhavige prejudiciële verwijzing.
BOE nr. 63 van 14 maart 1986.
Artikel 38, lid 2, van organieke wet nr. 2/1986.
Artikel 38, lid 3, van organieke wet nr. 2/1986.
BOE nr. 39 van 15 februari 2012.
Artikel 26, lid 1, van wet nr. 4/1992.
Artikel 106, lid 1, van wet nr. 4/1992.
Achtste aanvullende bepaling bij wet nr. 4/1992.
Boletín Oficial del País Vasco nr. 82.
In de aanvankelijke versie was die maximumleeftijd in besluit 315/1994 vastgesteld op 30 jaar, voordat deze een eerste keer werd gewijzigd in 2002 en op 32 jaar werd vastgesteld.
PB 2000, L 303, blz. 16.
Artikel 1 van richtlijn 2000/78.
Artikel 2, lid 2, onder a), van richtlijn 2000/78.
Artikel 6, lid 1, tweede alinea, onder c), van richtlijn 2000/78.
Arrest van 13 november 2014 (C-416/13, EU:C:2014:2371).
Arrest van 13 november 2014 (C-416/13, EU:C:2014:2371).
De aan de politie- en veiligheidsdiensten van de Staat opgedragen taken zijn omschreven in artikel 11 van organieke wet nr. 2/1986. Deze bestaan erin toe te zien op de naleving van de wetten en algemene voorschriften middels het uitvoeren van de van de autoriteiten ontvangen bevelen, personen te helpen en te beschermen en te zorgen voor de bewaking en beveiliging van objecten die in gevaar zijn, waar nodig openbare gebouwen en voorzieningen te bewaken en te beveiligen, de bescherming en veiligheid van prominente personen te verzekeren, de openbare orde en veiligheid te handhaven en indien nodig te herstellen, strafbare feiten te onderzoeken en de vermeende daders op te sporen en te arresteren, de instrumenten, opbrengsten en bewijzen van strafbare feiten in bewaring te nemen en deze ter beschikking te stellen aan de bevoegde rechter of rechtbank, alsmede de nodige technische deskundigenrapporten op te stellen, te voorkomen dat de wet wordt overtreden, alle informatie die relevant is voor de openbare orde en veiligheid te verzamelen, in ontvangst te nemen en te onderzoeken, alsmede methoden en technieken ter preventie van criminaliteit te bestuderen, op te zetten en toe te passen alsmede in geval van ernstige risico's, rampen en algemene calamiteiten samen te werken met de civiele bescherming.
De verwijzende rechter noemt in dit verband het voorbeeld van de Verenigde Staten van Amerika, van de Staat Israël, van het Koninkrijk Noorwegen en van Nieuw-Zeeland alsmede, wat betreft de lidstaten van de Europese Unie, het Koninkrijk Denemarken, de Republiek Finland en het Koninkrijk Zweden.
Arrest van 13 november 2014 (C-416/13, EU:C:2014:2371).
Arrest van 13 november 2014 (C-416/13, EU:C:2014:2371).
Arrest van 13 november 2014 (C-416/13, EU:C:2014:2371).
Zie naar analogie arrest van 13 november 2014, Vital Pérez (C-416/13, EU:C:2014:2371, punten 30 en 31). Ik breng in herinnering dat artikel 3, lid 1, onder a), van richtlijn 2000/78 bepaalt dat deze richtlijn zowel in de overheidssector als in de particuliere sector, met inbegrip van overheidsinstanties, op alle personen van toepassing is met betrekking tot met name de voorwaarden voor toegang tot een beroep, met inbegrip van de selectie- en aanstellingscriteria, ongeacht de tak van activiteit en op alle niveaus van de beroepshiërarchie. Tevens breng ik in herinnering dat, hoewel het algemene beginsel van het verbod van discriminatie op grond van leeftijd bovendien in artikel 21 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie is vervat, het Hof een geschil tussen een particulier en een overheidsinstantie dat betrekking heeft op dat beginsel, enkel op basis van richtlijn 2000/78 onderzoekt [zie arresten van 7 juni 2012, Tyrolean Airways Tiroler Luftfahrt Gesellschaft (C-132/11, EU:C:2012:329, punten 21–23) en 13 november 2014, Vital Pérez (C-416/13, EU:C:2014:2371, punt 25)].
Zie naar analogie arrest van 13 november 2014, Vital Pérez (C-416/13, EU:C:2014:2371, punt 33).
Arrest van 13 november 2014 (C-416/13, EU:C:2014:2371).
Zie arrest van 13 november 2014, Vital Pérez (C-416/13, EU:C:2014:2371, punten 46 en 47).
Zie arrest van 13 november 2014, Vital Pérez (C-416/13, EU:C:2014:2371, punt 39).
Zie arrest van 13 november 2014, Vital Pérez (C-416/13, EU:C:2014:2371, punt 40 en aldaar aangehaalde rechtspraak).
Zie arrest van 13 november 2014, Vital Pérez (C-416/13, EU:C:2014:2371, punt 37 en aldaar aangehaalde rechtspraak).
Zie punt 4 van deze conclusie.
Volgens deze overweging heeft deze richtlijn ‘met name niet tot gevolg dat de strijdkrachten, de politie[diensten], het gevangeniswezen of de noodhulpdiensten worden gedwongen om personen in dienst te nemen of te houden die niet de vereiste capaciteiten bezitten om alle taken te kunnen verrichten die zij wellicht zullen moeten vervullen met het oog op de legitieme doelstelling van handhaving van het operationele karakter van deze diensten’ (cursivering van mij).
Zie arrest van 13 november 2014, Vital Pérez (C-416/13, EU:C:2014:2371, punten 42-44 en aldaar aangehaalde rechtspraak).
Evenwel moet worden erkend dat de wetenschappelijke gegevens in deze rapporten relatief beknopt zijn vergeleken met de gegevens die aan het Hof zijn overgelegd in het kader van de zaak Wolf [arrest van 12 januari 2010, Wolf (C-229/08, EU:C:2010:3)].
Arrest van 13 november 2014 (C-416/13, EU:C:2014:2371).
Te weten 9 maanden eigenlijke opleiding en 18 maanden stage.
Dat is met name te wijten aan het feit dat het politiekorps van de autonome regio Baskenland in de jaren tachtig is opgericht, nadat Baskenland in 1979 de status van autonome regio had gekregen.
Arrest van 13 november 2014 (C-416/13, EU:C:2014:2371).
Arrest van 12 januari 2010 (C-229/08, EU:C:2010:3).
In het arrest van 12 januari 2010, Wolf (C-229/08, EU:C:2010:3), heeft het Hof erkend dat het inzetten van oudere ambtenaren voor fysiek minder veeleisende taken het noodzakelijk maakt dat zij worden vervangen door jongere ambtenaren (zie punt 43 van dat arrest).
Zie naar analogie arrest van 12 januari 2010, Wolf (C-229/08, EU:C:2010:3, punt 43).
Idem.
Zie arrest van 13 november 2014, Vital Pérez (C-416/13, EU:C:2014:2371, punt 40 en aldaar aangehaalde rechtspraak).
In dit verband beklemtoont de Spaanse regering dat de terroristische organisatie ETA bestaat uit jonge leden en dat voor een doeltreffende strijd tegen deze organisatie vereist is dat er personeelskrachten zijn met gelijkwaardige middelen qua materieel en mankracht en, met name, met een perfecte fysieke conditie (zie punt 34 van de schriftelijke opmerkingen van de Spaanse regering). Voorts vereist het toezicht op deze organisatie vele nachtelijke missies, waarvan bekend is dat de oudste agenten daarvan zijn vrijgesteld. De Spaanse regering heeft evenwel niet met cijfers aangegeven welk aandeel de strijd tegen terrorisme vertegenwoordigt in de dienst van een agent van de basisrang van de politie van de autonome regio Baskenland.
Arrest van 13 november 2014 (C-416/13, EU:C:2014:2371, punten 50 en 51).
De Spaanse nationale politie telt 65 000 agenten. Op 5 mei 2016 was 34 % van deze agenten tussen 18 en 35 jaar oud en 32 % was tussen 36 en 44 jaar oud. 66 % van de agenten van de nationale politie was dus tussen 18 en 44 jaar oud. De Spaanse regering heeft tevens erkend dat de functies van de nationale politie meer bureau- en administratieve taken omvatten dan die van de politie van de autonome regio's. Deze gegevens zijn door die regering verstrekt in antwoord op door het Hof ter terechtzitting gestelde vragen om meer duidelijkheid te krijgen over de reden waarom de leeftijdsgrens voor toetreding tot het nationale politiekorps was afgeschaft.
Zie arrest van 12 januari 2010, Wolf (C-229/08, EU:C:2010:3, punt 45).
Artikel 6, lid 1, tweede alinea, onder c), van richtlijn 2000/78.
Daarin wordt melding gemaakt van de wil ‘om de mogelijkheden van toetreding tot het politiekorps van Baskenland te verruimen tot een groter aantal mannelijke en vrouwelijke burgers en ervoor te zorgen dat de personen die daarvan deel uitmaken, het maximale potentieel hebben ontwikkeld dat hun arbeid vereist’.
Zie tevens punt 65 van het arrest van 13 november 2014, Vital Pérez (C-416/13, EU:C:2014:2371).
Zie arresten van 5 maart 2009, Age Concern England (C-388/07, EU:C:2009:128, punt 46); 18 juni 2009, Hütter (C-88/08, EU:C:2009:381, punt 41), en 13 september 2011, Prigge e.a. (C-447/09, EU:C:2011:573, punt 81). Inzake het onderscheid tussen doelstellingen van algemeen belang en de in artikel 6, lid 1, van richtlijn 2000/78 bedoelde doelstellingen, zie mijn conclusie in de zaak Vital Pérez (EU:C:2014:2109, punten 42 e.v.). Met betrekking tot de noodzaak om een evenwichtige leeftijdsstructuur tot stand te brengen, heeft het Hof de legitieme aard daarvan met het oog op de toepassing van deze bepaling uitsluitend erkend voor zover daarmee wordt beoogd doelstellingen inzake werkgelegenheid te bevorderen, zoals stimulering van de aanstelling, met name van jonge mensen, voor een betere verdeling van werk tussen de generaties [zie mijn conclusie in de zaak Vital Pérez (EU:C:2014:2109, punten 50–51). Zie tevens arresten van 16 oktober 2007, Palacios de la Villa (C-411/05, EU:C:2007:604, punt 53); 21 juli 2011, Fuchs en Köhler (C-159/10 en C-160/10, EU:C:2011:508, punt 68); 6 november 2012, Commissie/Hongarije (C-286/12, EU:C:2012:687, punt 62), en 13 november 2014, Vital Pérez (C-416/13, EU:C:2014:2371, punt 63)]. Onder het voorbehoud van eventuele latere verificaties door de verwijzende rechter, lijkt de Spaanse regering de doelstelling om een evenwichtige leeftijdspiramide tot stand te brengen niet in verband te hebben gebracht met doelstellingen die tot het werkgelegenheidsbeleid in eigenlijke zin behoren.
Zie arrest van 13 november 2014, Vital Pérez (C-416/13, EU:C:2014:2371, punt 67 en aldaar aangehaalde rechtspraak).
Ook al brengt deze agent niet de volledige 25 jaar in normale daadwerkelijke dienst door wegens de leeftijdsgebonden psycho-fysieke achteruitgang. Voorts kan een argument dat verband houdt met het pensioenrecht van de agenten die laat in dienst zijn getreden bij de politie van de autonome regio Baskenland, niet slagen. Gesteld al dat een dergelijke rechtvaardigingsgrond ontvankelijk zou zijn op basis van artikel 6, lid 1, van richtlijn 2000/78, merk ik op, ten eerste, dat de Spaanse regering een dergelijke rechtvaardiging ter terechtzitting duidelijk van de hand heeft gewezen, en, ten tweede, dat in de huidige sociaaleconomische situatie de loopbaan steeds minder lineair verloopt, zodat op goede gronden kan worden verondersteld dat een agent die met 40 jaar in dienst treedt, voor zijn pensioenrecht zal hebben bijgedragen in het kader van het beroepsleven dat hij leidde vóór hij toetrad tot de politie.