AB 2017/39
Bewijzen: mondelinge toezeggingen van wie? Studerende wordt geacht op de hoogte te zijn van de hoofdlijnen van de WSF 2000.
CRvB 23-12-2015, ECLI:NL:CRVB:2015:4791, m.nt. L.J.A. Damen
- Instantie
Centrale Raad van Beroep
- Datum
23 december 2015
- Magistraten
Mr. J. Brand
- Zaaknummer
14-6339 WSF
- Noot
L.J.A. Damen
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS925350:1
- Vakgebied(en)
Sociale zekerheid kinderen en jongeren / Studiefinanciering
Bestuursrecht algemeen / Algemene beginselen van behoorlijk bestuur
- Brondocumenten
ECLI:NL:CRVB:2015:4791, Uitspraak, Centrale Raad van Beroep, 23‑12‑2015
- Wetingang
Art. 2.13 lid 1 (b), 7.1 lid 2 (c) WSF 2000
Essentie
Bewijzen: mondelinge toezeggingen van wie? Studerende wordt geacht op de hoogte te zijn van de hoofdlijnen van de WSF 2000.
Samenvatting
Voor een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel is in ieder geval vereist dat van de kant van het tot beslissen bevoegde orgaan uitdrukkelijke, ondubbelzinnige en onvoorwaardelijke toezeggingen zijn gedaan, die bij de betrokkene gerechtvaardigde verwachtingen hebben gewekt.
Appellante is er ook in hoger beroep niet in geslaagd om voldoende te onderbouwen en daarmee aannemelijk te maken dat onder verantwoordelijkheid van de minister mondelinge toezeggingen zijn gedaan in de hiervoor bedoelde zin inhoudende dat in strijd met de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.