NJB 2014/1862
Bestanddeel bedreiging ‘met enig misdrijf tegen het leven gericht’ art. 285 Sr: voor een bewezenverklaring van bedreiging is onder meer vereist dat het opzet van de verdachte erop is gericht dat de bedreigde daadwerkelijk op de hoogte geraakt van de bedreiging. In casu onbegrijpelijke bewijsmotivering van voorwaarde opzet opdat Wilders op de hoogte zou geraken van de als bedreigend aangemerkte inhoud van de tweet, erop gelet dat de verdachte Wilders niet wilde bedreigen en dat zij niet wist of beoogde dat Wilders het twitterbericht zou lezen
HR 07-10-2014, ECLI:NL:HR:2014:2916
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
7 oktober 2014
- Magistraten
Mrs. W.A.M. van Schendel, B.C. de Savornin Lohman, Y. Buruma
- Zaaknummer
13/01771
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2014:2916, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 07‑10‑2014
ECLI:NL:PHR:2014:1472, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 03‑06‑2014
Beroepschrift, Hoge Raad, 30‑07‑2013
- Wetingang
(Sr art. 285)
Essentie
Bestanddeel bedreiging ‘met enig misdrijf tegen het leven gericht’ art. 285 Sr: voor een bewezenverklaring van bedreiging is onder meer vereist dat het opzet van de verdachte erop is gericht dat de bedreigde daadwerkelijk op de hoogte geraakt van de bedreiging. In casu onbegrijpelijke bewijsmotivering van voorwaarde opzet opdat Wilders op de hoogte zou geraken van de als bedreigend aangemerkte inhoud van de tweet, erop gelet dat de verdachte Wilders niet wilde bedreigen en dat zij niet wist of beoogde dat Wilders het twitterbericht zou lezen
Uitspraak
Inleiding:
Bedreiging van Geert Wilders. Verdachte is veroordeeld wegens – kort gezegd – ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.