RVR 2025/21
Kwalificatie overeenkomst. Moet een vaststellingsovereenkomst, die de verhuurder sluit met de thuiswonende kinderen na het overlijden van de ouder die als huurder op de huurovereenkomst wordt vermeld, worden aangemerkt als een huurovereenkomst?
HR 31-01-2025, ECLI:NL:HR:2025:167
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
31 januari 2025
- Magistraten
Mrs. T.H. Tanja-van den Broek, H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock, S.J. Schaafsma, K. Teuben
- Zaaknummer
23/04098
- Conclusie
A-G mr. W.L. Valk
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD2901:1
- Vakgebied(en)
Huurrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:167, Uitspraak, Hoge Raad, 31‑01‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:810, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 30‑08‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 05‑01‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 24‑11‑2023
- Wetingang
Art. 7:201, 7:268 lid 2 BW
Essentie
Huurrecht woonruimte. Kwalificatie overeenkomst. Overlijden ouders.
Moet een vaststellingsovereenkomst, die de verhuurder sluit met de thuiswonende kinderen na het overlijden van de ouder die als huurder op de huurovereenkomst wordt vermeld, worden aangemerkt als een huurovereenkomst? Genieten de kinderen als gevolg hiervan huurbescherming?
Samenvatting
Moeder huurt een woning van Portaal. Haar twee volwassen kinderen (geboren in 1979 en 1987) wonen sinds 1992 bij hun moeder, maar zijn geen huurders of medehuurders. Moeder overlijdt in 2019. Portaal heeft met de kinderen een vaststellingsovereenkomst gesloten waarbij ze het recht kregen om nog een aantal maanden gebruik te maken van de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.