Rb. Den Haag, 20-06-2017, nr. 5627213 RL EXPL 17-457
ECLI:NL:RBDHA:2017:7087
- Instantie
Rechtbank Den Haag
- Datum
20-06-2017
- Magistraten
Mr. J.L.M. Luiten
- Zaaknummer
5627213 RL EXPL 17-457
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:RBDHA:2017:7087, Uitspraak, Rechtbank Den Haag, 20‑06‑2017
Uitspraak 20‑06‑2017
Mr. J.L.M. Luiten
Partij(en)
Vonnis van de kantonrechter in de hoofdzaak en het incident ex art. 223 Rv van 25 april 2017 van:
- 1.
[eiser 1],
wonende te [woonplaats],
- 2.
[eiser 2],
wonende te [woonplaats],
- 3.
[eiser 3],
wonende te [woonplaats],
- 4.
de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid
Federatie Nederlandse Vakbeweging,
gevestigd te Utrecht,
eisende partijen in de hoofdzaak,
eisende partijen in het incident ex art. 223 Rv,
gemachtigde: mr. H. de Graaf (PAL Advocatuur),
tegen
de stichting Nationale Stichting tot exploitatie van casinospelen in Nederland,
gevestigd te 's‑Gravenhage,
gedaagde partij in de hoofdzaak,
verwerende partij in het incident ex art. 223 Rv,
gemachtigden: mr. E.J. Henrichs en mr. M. Warmerdam (De Brauw Blackstone Westbroek).
Partijen worden hierna genoemd ‘[eiser 1]’, ‘[eiser 2]’, ‘[eiser 3]’, ‘FNV’ en ‘Holland Casino’. Eisende partijen worden gezamenlijk aangeduid als ‘FNV c.s.’(enkelvoud).
1. De procedure
1.1.
De kantonrechter heeft kennis genomen van de volgende stukken:
- —
de dagvaarding van 29 december 2016, met producties 1 t/m 24;
- —
de conclusie van antwoord, tevens houdende voorwaardelijke ingestelde eis in reconventie, met producties 1 t/m 4;
- —
de incidentele conclusie houdende vordering tot het treffen van een voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv, met producties 25 t/m 27;
- —
de conclusie van antwoord in (voorwaardelijke) reconventie tevens akte houdende wijziging van eis in conventie, met producties 29 en 30;
- —
de brief van de gemachtigde van FNV c.s. van 19 mei 2017, met als bijlagen producties 31 en 32;
- —
de brief van 15 mei 2017 van de gemachtigde van Holland Casino, met als bijlagen 1 en 2;
- —
de brief van 18 mei 2017 van de gemachtigde van Holland Casino, met als bijlage productie 7;
- —
de pleitnota van de gemachtigde van FNV c.s.;
- —
de pleitnota van de gemachtigden van Holland Casino; en
- —
het verkorte proces-verbaal van de comparitie van partijen van 22 mei 2017.
1.2.
Op 22 mei 2017 heeft een comparitie van partijen plaatsgevonden, waarbij zijn verschenen [eiser 2] in persoon, en namens FNV zijn verschenen de heren [betrokkene 1] en [betrokkene 2], beide bestuurder, bijgestaan door de gemachtigde voornoemd. Namens Holland Casino is verschenen de heer [betrokkene 3], directeur human resources en mevrouw [betrokkene 4], general counsel, bijgestaan door de gemachtigden voornoemd. Van het verhandelde ter zitting zijn door de griffier zakelijke aantekeningen gemaakt, die zich in het griffiedossier bevinden. De gemachtigden van partijen hebben pleitnota's overgelegd.
1.3.
Vervolgens is de uitspraak van dit vonnis bepaald op heden.
2. De feiten
2.1.
[eiser 1], [eiser 2] en [eiser 3] zijn werkzaam bij Holland Casino en (kader)lid van de FNV. Op hun arbeidsovereenkomst is de collectieve arbeidsovereenkomst voor werknemers van de Nationale Stichting tot Exploitatie van Casinospelen in Nederland van toepassing.
2.2.
De FNV is een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid en stelt zich tot doel de belangen te behartigen van werknemers, waaronder werknemers van Holland Casino.
2.3.
Holland Casino is de exploitant van een veertiental casino's in Nederland. Op grond van de Wet op de Kansspelen heeft Holland Casino een exclusieve vergunning voor het organiseren van kansspelen in Nederland.
2.4.
Het (nu demissionaire) kabinet heeft het voornemen om de kansspel markt te moderniseren en het bestaande gesloten stelsel te vervangen door een beperkt geopend stelsel met een gelimiteerd aantal aanbieders. Holland Casino zou vier van haar veertien vestigingen moeten prijsgeven aan derden en daarna zou(den de aandelen in) Holland Casino (met dan nog tien vestigingen en na omzetting in een naamloze vennootschap) aan een private partij worden verkocht.
2.5.
Holland Casino heeft met vakbonden Vakbond ABC, de Unie en FNV de Collectieve arbeidsovereenkomst voor de werknemers van de Nationale Stichting tot Exploitatie van Casinospelen in Nederland (hierna: ‘de CAO’) gesloten. In het ‘Akkoord Pensioenregeling’ van 24 september 2014 (hierna: ‘het Akkoord’) hebben Holland Casino en de genoemde vakbonden (nieuwe) afspraken gemaakt over de inhoud van de pensioenregeling van de werknemers van Holland Casino. Via artikel 17 lid 3 van de CAO maakt dit Akkoord onderdeel uit van de CAO.
2.6.
De pensioenverplichtingen ten opzichte van huidige, voormalige en gepensioneerde werknemers van Holland Casino zijn ondergebracht bij de Stichting Pensioenfonds Holland Casino (‘SPHC’). SPHC is tevens de uitvoerder van pensioenregeling.
2.7.
Holland Casino heeft het besluit genomen om de uitvoering van de pensioenregeling per 1 juli 2017 over te hevelen van SPHC naar de Stichting Algemeen Pensioenfonds (‘STAP’) (hierna: ‘het Besluit’).
3. Het geschil
in conventie
3.1.
FNV c.s. vordert bij vonnis, na wijzigingen van eis en uitvoerbaar bij voorraad, dat de kantonrechter:
Primair:
1.
voor recht verklaart dat Holland Casino niet zonder toestemming met de vakbonden tot beëindiging van de uitvoeringsovereenkomst met SPHC over kon gaan evenmin als tot het aangaan van een uitvoeringsovereenkomst met STAP;
2.
Holland Casino veroordeelt de uitvoeringsovereenkomst met STAP ongedaan te maken, althans Holland Casino veroordeelt tot het niet nakomen van de uitvoeringsovereenkomst met STAP;
3.
Holland Casino verbiedt om met een pensioenuitvoerder een uitvoeringsovereenkomst aan te gaan zolang hierover geen overeenstemming met de vakbonden is bereikt;
4.
de vorderingen 2 en 3 op verbeurte van een dwangsom van € 25.000, althans een in goede justitie te bepalen bedrag, voor iedere dag of gedeelte van een dag dat Holland Casino in gebreke mocht blijven aan het in dezen te wijzen vonnis te voldoen;
Subsidiair:
1.
voor zover Holland Casino eenzijdig zou kunnen besluiten tot beëindiging van de uitvoeringsovereenkomst waardoor het Akkoord Pensioenregeling met ingang van I januari 2017 is komen te vervallen, Holland Casino veroordeelt tot het uitvoeren van de pensioenregeling zoals die voor werknemers van Holland Casino gold op grond van het op 31 december 2014 luidende artikel 17 van de CAO en het daarin opgenomen Protocol Indexatiebepaling Pensioenregeling van de CAO;
2.
Holland Casino veroordeelt de werknemers van Holland Casino de schade te vergoeden die zij lijden bij toepassing van het hiervoor sub 1 genoemde cao-artikel als gevolg van fiscale maatregelen die de in dat artikel overeengekomen pensioenregeling met ingang van 1 januari 2015 fiscaal onzuiver maakt, welke schade nader opgemaakt dient te worden bij staat;
Primair en subsidiair:
Holland Casino veroordeelt tot de kosten van dit geding, te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis, en — voor het geval voldoening van de proceskosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt — te vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskosten vanaf bedoelde termijn tot voldoening.
3.2.
FNV c.s. legt aan deze vorderingen, naast voormelde feiten, het navolgende ten grondslag. In verband met de primaire vordering betoogt FNV c.s. dat uitgangspunt van de CAO en het Akkoord is dat de pensioenregeling wordt uitgevoerd door SPHC. Uit artikel 17 van de CAO en het Akkoord volgt dat de werknemers van Holland Casino die aan de CAO zijn gebonden, deelnemer worden in het pensioenreglement van SPHC. De overgang naar een andere pensioenuitvoerder behelst dan ook een wijziging van de CAO. Holland Casino mocht daarom niet zonder toestemming van de bij de CAO betrokken vakbonden tot beëindiging van de uitvoeringsovereenkomst met SPHC over gaan en mocht evenmin een uitvoeringsovereenkomst met STAP sluiten.
Aan de subsidiaire vordering legt FNV c.s. ten grondslag dat wanneer de uitvoering van de pensioenregeling bij een andere pensioenuitvoerder — in dit geval STAP — wordt neergelegd, daarmee het Akkoord zijn werking verliest en zal worden teruggevallen op de daarvóór geldende pensioenregeling, te weten artikel 17 van de CAO zoals dat gold per 31 december 2014 en het daarin opgenomen Protocol Indexatiebepaling Pensioenregeling van de CAO. In dat geval dient Holland Casino die pensioenregeling uit te voeren en de werknemers van Holland Casino de schade te vergoeden die zij lijden bij toepassing van de ‘oude’ pensioenregeling.
3.3.
Holland Casino voert gemotiveerd verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover relevant, ingegaan.
in (voorwaardelijke) reconventie
3.4.
Holland Casino vordert — voorwaardelijk, voor het geval in conventie wordt geoordeeld dat Holland Casino niet zonder overeenstemming met de vakbonden tot beëindiging van de uitvoeringsovereenkomst kan overgaan en uitsluitend jegens de FNV — bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, dat de kantonrechter:
- (a)
voor recht verklaart dat Holland Casino in redelijkheid het voorstel heeft mogen doen en het besluit heeft mogen nemen om de uitvoering van de pensioenregeling met ingang van 1 juli 2017, althans met ingang van een nader tussen Holland Casino, SPHC en STAP vast te stellen datum, over te dragen aan STAP, en
- (b)
FNV en de andere vakbonden in redelijkheid hun instemming met dat voorstel (en met dat genomen besluit) niet aan Holland Casino hebben mogen onthouden;
Althans zodanige verklaring voor recht geeft als de kantonrechter in redelijkheid zal vaststellen.
3.5.
Holland Casino legt aan deze vordering het navolgende ten grondslag. In het licht van alle in verband met de overgang naar STAP als pensioenuitvoerder relevante feiten en omstandigheden kan in redelijk van de vakbonden worden gevergd dat zij instemmen met het besluit van Holland Casino de uitvoering van de pensioenregeling over te dragen naar STAP (en daartoe onder meer de uitvoeringsovereenkomst met SPHC op te zeggen en een uitvoeringsovereenkomst met STAP te sluiten).
3.6.
FNV c.s. voert gemotiveerd verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover relevant, ingegaan.
in het incident ex art. 223 Rv
3.7.
FNV c.s. vordert, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, dat de kantonrechter bij wege van voorlopige voorziening voor de duur van het geding zal verbieden uitvoering te geven aan haar besluit om met ingang van 1 juli 2017 van pensioenuitvoerder te wisselen, op verbeurte van een dwangsom van € 25.000. althans een in goede justitie te bepalen bedrag, voor iedere dag of gedeelte van een dag dat Holland Casino in gebreke mocht blijven aan het te dezen te wijzen verbod te voldoen, met veroordeling van Holland Casino in de kosten van het incident.
3.8.
Holland Casino voert gemotiveerd verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover relevant, ingegaan.
4. De beoordeling in conventie
4.1.
Partijen verschillen van mening over de vraag of Holland Casino de instemming of goedkeuring van de vakbonden nodig heeft voor haar besluit om over te stappen van haar huidige pensioenuitvoerder SPHC naar pensioenuitvoerder STAP.
4.2.
De discussie tussen partijen spitst zich in dit verband toe op artikel 17 van de CAO en het Akkoord. Artikel 17 van de CAO luidt, voor zover relevant, als volgt:
Artikel 17: Pensioenregeling per januari 2006
1.
In het bedrijf van de werkgever bestaat een pensioenregeling. De verplichte deelname aan de pensioenregeling, de omvang en de krachtens die pensioenregeling verzekerde pensioenaanspraken worden geregeld in de pensioenreglementen van de Stichting Pensioenfonds Holland Casino (hierna; het pensioenfonds), geldend op de datum waarop deze collectieve arbeidsovereenkomst van kracht wordt.
(…)
3.
Toekomstige wijzigingen in de werkingssfeer van de pensioenregeling en de omvang of de aard van de krachtens de pensioenregeling te verzekeren pensioenaanspraken komen tot stand op basis van overeenstemming daaromtrent tussen CAO-partijen.
CAO-partijen zullen alsdan de hoofdlijnen van de pensioenregeling vastleggen in de collectieve arbeidsovereenkomst dan wel in een pensioenprotocol dat daarvan deel uitmaakt.
4.3.
Het Akkoord, dat uitsluitend is ondertekend door de vakbonden en Holland Casino en niet door SPHC, vermeldt, voor zover relevant:
Het bestuur van het pensioenfonds is verantwoordelijk voor de uitvoering van de pensioenregeling en is door cao partijen verzocht de haalbaarheid van de afspraken zoals vastgelegd in dit akkoord te beoordelen. Het fonds heeft reeds schriftelijk aangegeven dat de pensioenregeling haalbaar is.
4.4.
FNV c.s. erkent dat een werkgever in verband met zijn verplichting uit hoofde van artikel 23 Pensioenwet tot het onderbrengen van de pensioenregeling in principe vrij is in de keuze van de pensioenuitvoerder, tenzij daarover andere afspraken zijn gemaakt. FNV c.s. stelt zich echter op het standpunt dat Holland Casino deze keuzevrijheid heeft opgegeven door in de CAO op te nemen dat SPHC de pensioenuitvoerder is. In artikel 17 lid 1 van de CAO wordt volgens FNV c.s. SPHC als ‘het pensioenfonds’ gedefinieerd. Uit dat artikellid volgt dat de werknemers van Holland Casino die aan de CAO zijn gebonden deelnemer worden in het pensioenreglement van SPHC. Bovendien is het Akkoord tot stand gekomen binnen het kader dat SPHC kon bieden en is in het Protocol Indexatiebepaling Pensioenregeling (hierna: het protocol; opgenomen achter artikel 17 van de CAO) overeengekomen dat SPHC de bevoegdheid toekwam de premieopbouw vast te stellen wanneer partijen bij de CAO het niet tijdig eens zouden worden over de hoogte van de premie voor de jaren na 2016. Uit al deze omstandigheden blijkt volgens FNV c.s. dat in de CAO SPHC als pensioenuitvoerder is aangewezen en een overstap naar een andere pensioenuitvoerder de instemming behoeft van de vakbonden.
4.5.
Holland Casino is gemotiveerd van oordeel dat uit de CAO niet volgt dat voor de overgang naar STAP de instemming van de vakbonden is vereist.
4.6.
De kantonrechter zal met inachtneming van de standpunten van partijen (artikel 17 van) de CAO, inclusief het Akkoord, moeten uitleggen. Die uitleg dient te geschieden aan de hand van de zogenoemde cao-norm. Volgens deze norm moet aan een bepaling van een cao een uitleg naar objectieve maatstaven worden gegeven, waarbij in beginsel de bewoordingen van die bepaling, gelezen in het licht van de gehele tekst van de cao, van doorslaggevende betekenis zijn. Het komt derhalve niet aan op de bedoelingen van de partijen die de cao tot stand hebben gebracht, voor zover deze niet uit de daarin opgenomen bepalingen kenbaar zijn, maar op de betekenis die naar objectieve maatstaven volgt uit de bewoordingen waarin de cao is gesteld. Indien de bedoeling van de partijen bij de cao naar objectieve maatstaven volgt uit de cao-bepalingen en de eventueel daarbij behorende schriftelijke toelichting, en dus voor de individuele werknemers en werkgevers die niet bij de totstandkoming van de overeenkomst betrokken zijn geweest, kenbaar is, kan ook daaraan bij de uitleg betekenis worden toegekend. Van een schriftelijke toelichting is in het onderhavige geval evenwel geen sprake.
4.7.
Bij de uitleg kan onder meer acht worden geslagen op de elders in de CAO en het Akkoord gebruikte formuleringen en op de aannemelijkheid van de rechtsgevolgen waartoe de onderscheiden, op zichzelf mogelijke tekstinterpretaties zouden leiden. Bij deze uitleg moet ook worden gekeken naar de aannemelijkheid van de rechtsgevolgen. Bij de uitleg van een schriftelijk contract zijn telkens van beslissende betekenis alle omstandigheden van het concrete geval, gewaardeerd naar hetgeen de maatstaven van redelijkheid en billijkheid meebrengen. Met inachtneming van de cao-norm overweegt de kantonrechter het volgende.
4.8.
De kantonrechter stelt vast dat SPHC (anders dan in de door partijen aangehaalde uitspraak van de Rechtbank Amsterdam van 30 november 2016 (ECL1:NL:RBAMS:2016:7912)) niet is opgenomen onder de definities van artikel 1 van de CAO. Met Holland Casino is de kantonrechter — mede om die reden — van oordeel dat (de definitie van) SPHC slechts in beschrijvende zin (en niet in normerende zin) is opgenomen in artikel 17 lid 1 van de CAO: SPHC wordt slechts genoemd in het kader van de verwijzing naar diens reglementen.
4.9.
Uit artikel 17 lid 1 van de CAO volgt ook niet dat in de CAO is vastgelegd dat de pensioenregeling uitsluitend door SPHC kan en mag worden uitgevoerd zodat bij een overstap naar een andere pensioenuitvoerder instemming van de vakbonden is vereist. Die verplichte deelname aan de pensioenregeling is — zo blijkt uit artikel 17 lid 1 van de CAO — nu juist geregeld in de pensioenreglementen van SPHC, die geen deel uitmaken van de CAO. Anders dan FNV c.s. stelt, blijkt nergens uit de CAO of het daarvan deel uitmakende Akkoord dat normerend is bepaald dat (uitgangspunt van de CAO is dat) de werknemers van Holland Casino verplicht deelnemen aan de pensioenregeling van SPHC. Ook op dat punt gaat de vergelijking met de hiervoor aangehaalde uitspraak van de rechtbank Amsterdam niet op.
4.10.
De vermelding in het Akkoord dat (het bestuur van) SPHC verantwoordelijk is voor de uitvoering van de pensioenregeling (zie onder 4.3), laat zich verklaren door het feit dat SPHC ten tijde van de totstandkoming van het Akkoord de reeds aangewezen pensioenuitvoerder was. Er is, mede gezien de wijze waarop de passage is geformuleerd, dan ook slechts sprake van een beschrijvende bepaling zonder normerende werking.
4.11.
Ook de door FNV c.s. aangevoerde omstandigheid dat het Akkoord tot stand is gekomen binnen het kader dat SPHC kon bieden, brengt de kantonrechter niet tot een ander oordeel. Ook hier geldt dat de enkele omstandigheid dat er een aangewezen pensioenfonds is dat de pensioenregeling feitelijk uitvoert, er niet toe kan leiden dat dat (met name genoemde) pensioenfonds daarmee wordt geacht het uitgangspunt te zijn van de CAO. Dat moet onmiskenbaar blijken uit (de tekst van) de CAO zelf.
4.12.
Tot slot kan de door FNV c.s. aangevoerde omstandigheid dat volgens het protocol (overigens uitsluitend in verband met het indexatiebeleid) aan SPHC de bevoegdheid toekwam het opbouwpercentage vast te stellen, haar niet baten. SPHC is ook hier slechts genoemd omdat zij ten tijde van de totstandkoming van het protocol de reeds aangewezen pensioenuitvoerder was. Er is ook hier sprake van een beschrijvende bepaling zonder normerende werking.
4.13.
Voorts is van belang dat in artikel 17 van de CAO een specifieke regeling is opgenomen in verband met wijzingen betreffende de pensioenregeling. In artikel 17 lid 3 van de CAO is immers bepaald dat toekomstige wijzigingen in
- 1.)
de werkingssfeer van de pensioenregeling en
- 2.)
de omvang of de aard van de krachtens de pensioenregeling te verzekeren aanspraken overeenstemming met de vakbonden vereist is.
Uit de omstandigheid dat een toekomstige wijziging van de pensioenuitvoerder (waaronder de overgang naar een andere pensioenuitvoerder) niet wordt genoemd in dit artikellid, volgt naar het oordeel van de kantonrechter dat voor een overgang naar een andere pensioenuitvoerder geen overeenstemming met de vakbonden is vereist.
4.14.
Het voorgaande leidt ertoe dat Holland Casino zonder toestemming van de bij de CAO betrokken vakbonden tot beëindiging van de uitvoeringsovereenkomst met SPHC mocht overgaan en tevens een uitvoeringsovereenkomst met STAP mocht sluiten. De primaire vordering van FNV c.s. zal dan ook worden afgewezen.
4.15.
FNV c.s. heeft subsidiair nog aangevoerd dat ten gevolge van een overgang naar pensioenuitvoerder STAP het Akkoord zijn werking verliest, omdat dat Akkoord er vanuit gaat dat de uitvoering van de pensioenregeling wordt verzorgd door SPHC. Anders dan FNV c.s. stelt, blijkt uit (de tekst van) het Akkoord in het geheel niet van een dwingend voorgeschreven uitvoering van de pensioenregeling door SPHC. Zonder nadere toelichting, die FNV c.s. niet heeft gegeven, valt niet in te zien waarom de overstap naar een nieuwe pensioenuitvoerder de werking van het Akkoord zou aantasten. SPHC is niet een van de partijen bij het Akkoord. Bovendien heeft Holland Casino bestreden dat zij het Akkoord heeft opgezegd of wil opzeggen in verband met de overgang naar pensioenuitvoerder STAP.
4.16.
Het voorgaande leidt ertoe dat ook de subsidiaire vordering van FNV c.s. dient te worden afgewezen.
4.17.
FNV c.s. zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure, zowel in conventie als in het incident. De kosten aan de zijde van Holland Casino worden in conventie vastgesteld op € 1.600 aan salaris gemachtigde.
5. De beoordeling in het incident
5.1.
Nu op de vordering in conventie is beslist, heeft FNV c.s. geen belang meer bij de incidentele vordering en zal deze eveneens worden afgewezen. FNV c.s. zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het incident, die aan de zijde van Holland Casino worden vastgesteld op nihil.
6. De beoordeling in (voorwaardelijke) reconventie
6.1.
Nu vanwege de afwijzing van de conventionele vordering niet is voldaan aan de aan de reconventionele vordering ten grondslag gelegde voorwaarde, komt de kantonrechter niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van, en een beslissing op de vordering in reconventie.
7. De beslissing
De kantonrechter:
in conventie
7.1.
wijst de vorderingen af,
7.2.
veroordeelt FNV c.s. in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van Holland Casino vastgesteld op € 1.600,00 als het aan de gemachtigden van Holland Casino toekomende salaris,
7.3.
verklaart dit vonnis voor wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,
in het incident ex artikel 223 Rv
7.4.
wijst de vordering af,
7.5.
veroordeelt FNV c.s. in de kosten van het incident, tot op heden aan de zijde van Holland Casino vastgesteld op nihil.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. J.L.M. Luiten en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 juni 2017.