HR, 02-12-2014, nr. 13/05973
ECLI:NL:HR:2014:3487
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
02-12-2014
- Zaaknummer
13/05973
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2014:3487, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 02‑12‑2014; (Artikel 81 RO-zaken, Cassatie)
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2014:2225, Gevolgd
ECLI:NL:PHR:2014:2225, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 07‑10‑2014
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2014:3487, Gevolgd
- Vindplaatsen
Uitspraak 02‑12‑2014
Inhoudsindicatie
HR: art. 81.1 RO.
Partij(en)
2 december 2014
Strafkamer
nr. 13/05973
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 8 november 2013, nummer 23/003258-12, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. G. Spong, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.J. Machielse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer B.C. de Savornin Lohman als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en N. Jörg, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 december 2014.
Conclusie 07‑10‑2014
Inhoudsindicatie
HR: art. 81.1 RO.
Nr. 13/05973
Mr. Machielse
Zitting 7 oktober 2014
Conclusie inzake:
[verdachte]
1. Het Gerechtshof Amsterdam heeft verdachte op 8 november 2013 voor: opzettelijk niet voldoen aan een bevel of vordering, krachtens wettelijk voorschrift gedaan door een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast, veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken.
2. Verdachte heeft cassatie doen instellen en mr. G. Spong, advocaat te Amsterdam, heeft een schriftuur ingezonden, houdende een middel van cassatie.
3.1. Het middel klaagt dat het bewijs van het opzet tekortschiet.
3.2. Het hof heeft ten laste van verdachte bewezenverklaard
"dat hij op 13 mei 2012 te 13:25 uur te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 2.9A van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, door de burgemeester van Amsterdam gegeven bevel, inhoudende – zakelijk weergegeven – om zich uit het dealeroverlastgebied 1.1 Amsterdam, te verwijderen en zich daar gedurende drie maanden niet meer te bevinden."
3.3. Het proces-verbaal van de zitting van de enkelvoudige kamer van het hof van 8 november 2013 houdt onder meer het volgende in:
“De voorzitter deelt mondeling mede de korte inhoud van de stukken van het dossier in deze strafzaak, waaronder:
1. Een de verdachte betreffend uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister d.d. 31 oktober 2013.
2. Een ambtsedig proces-verbaal van de Politie Amsterdam-Amstelland nr 2012127106-2, op 13 mei 2012 in de wettelijke vorm opgemaakt en ondertekend door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1] (doorgenummerde pag. 1-2). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als verklaring van verbalisant:
Op 13 mei 2012 te 13.25 uur heb ik verdachte [verdachte] aangehouden op de Oudezijds Achterburgwal te Amsterdam. Die weg ligt in het dealersoverlastgebied, waar verdachte zich niet mag bevinden.
3. Een geschrift, te weten een kopie van een dealersverblijfsverbod met nummer 2012/1380 van 13 maart 2012, ondertekend door de Burgemeester van Amsterdam (doorgenummerde pag. 12-15).
Dit geschrift houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - :
Gelet op artikel 2.9A van de Algemene Plaatselijke Verordening dient Assen zich uit het dealersoverlastgebied DOG 1.1 te verwijderen en mag hij zich met ingang van 17 maart 2012 00.01 uur gedurende drie maanden (tot en met 16 juni 2012 23.59 uur) niet in dit gebied ophouden.
4. Een proces-verbaal van verhoor verdachte, nr. 2012127106-4 op 13 mei 2012 in de wettelijke vorm opgemaakt en ondertekend door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 2] (doorgenummerde pag. 4 - 5). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van verbalisant en verklaring van verdachte:
V: U bent op 9 mei 2012 ook al aangehouden voor dit verbod, kunt u dat uitleggen?
A: Ja, ik ben toen ook aangehouden.”
3.4. Volgens de steller van het middel volgt uit de onder 4 opgenomen verklaring van verdachte dat hij vier dagen eerder, op 9 mei 2012, ook is aangehouden niet dat verdachte op de hoogte was van de duur van het verbod.
3.5. Het hof heeft klaarblijkelijk het antwoord van verdachte gewaardeerd tegen de achtergrond van de vraag, die verwees naar "dit verbod", waarmee bezwaarlijk een ander verbod kan zijn bedoeld dan het dealersverblijfsverbod zoals omschreven in bewijsmiddel 3. Het hof heeft uit dit antwoord opgemaakt dat verdachte sinds 9 mei 2012 op de hoogte was van "dit verbod" en dus ook van de duur daarvan. Die uitleg acht ik niet onbegrijpelijk.
Het middel faalt.
4. Ambtshalve heb ik geen grond aangetroffen die tot vernietiging aanleiding behoort te geven. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden