RvdW 2013/685:De Bulgaar Emin verblijft sinds 2004 zonder geldige verblijfstitel in Nederland. In 2006 wordt hij ongewenst verklaard wegens een strafrechtelijke veroordeling voor een ernstig misdrijf. Als Emin op 5 april 2007 vrijkomt gelast de Staatssecretaris van Justitie dat hij — met het oog op uitzetting — diezelfde dag in vreemdelingenbewaring wordt gesteld. Emin gaat hiertegen in beroep. Na zijn vrijlating uit de vreemdelingenbewaring op 10 april 2007, zet Emin zijn beroep voort teneinde schadevergoeding te vorderen. De rechtbank oordeelt dat de vreemdelingenbewaring van meet af aan onrechtmatig was, maar kent geen schadevergoeding toe omdat Emin strafrechtelijk veroordeeld is en er bovendien een verwijderingsmaatregel aan hem is opgelegd. De ABRvS verklaart Emins hoger beroep niet-ontvankelijk.