Ontwikkelingen in het civielrechtelijk conservatoir beslag in Nederland
Einde inhoudsopgave
Ontwikkelingen in het civielrechtelijk conservatoir beslag in Nederland (BPP nr. XV) 2013/4.6.2.0:4.6.2.0 Introductie
Ontwikkelingen in het civielrechtelijk conservatoir beslag in Nederland (BPP nr. XV) 2013/4.6.2.0
4.6.2.0 Introductie
Documentgegevens:
mr. M. Meijsen, datum 27-05-2013
- Datum
27-05-2013
- Auteur
mr. M. Meijsen
- JCDI
JCDI:ADS500708:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Deze taken bestaan naast de ‘rechtsbeschermingstaak’ van de Hoge Raad (uitspraak in hoogste instantie in een individuele zaak). Tjittes & Asser 2011, p. 63.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Eerder kwam al aan de orde dat, in de aanloop naar de voorstellen tot het instellen van een Raad voor de rechtspraak in 2002, nog een belangrijke taak bij de totstandkoming en hantering van rechtersregelingen, voor zowel de Raad voor de rechtspraak als de Hoge Raad, was voorzien. Een speciale kamer van de Hoge Raad zou moeten kunnen toetsen of door de Raad voor de rechtspraak (bindend) uitgebrachte richtlijnen en beleidsregels niet te vergaand zouden zijn, met als uiterste consequentie dat de Hoge Raad een rechtersregeling onverbindend zou kunnen verklaren. Tot een dergelijke structuur is het niet gekomen. Dit betekent dat de contouren van de (controlerende en rechtsvormende) taak1 van de Hoge Raad met betrekking tot rechtersregelingen worden bepaald door de algemene wettelijke bevoegdheden van dit hoogste rechtscollege, en de taak die de Hoge Raad hierin voor zichzelf voorziet.2