Afscheiding van bestanddelen
Einde inhoudsopgave
Afscheiding van bestanddelen (O&R nr. 134) 2022/4.2.2:4.2.2 Het eenheidsbeginsel
Afscheiding van bestanddelen (O&R nr. 134) 2022/4.2.2
4.2.2 Het eenheidsbeginsel
Documentgegevens:
mr. J.C.T.F. Lokin, datum 01-03-2022
- Datum
01-03-2022
- Auteur
mr. J.C.T.F. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS645029:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
TM, art. 5.1.5, Parl. Gesch. Boek 5, p. 72.
HR 26 maart 1936, NJ 1936, 757; ECLI:NL:NR:1936:158 (Sleepboot Egbertha). Zie uitvoeriger Hoofdstuk 3, §3.4.3.1.
Van der Steur (2003), p. 131 e.v.; Verheul & Verstijlen (2016), p. 74 e.v.; Tweehuysen (2016), p. 230.
Zie bijvoorbeeld Ploeger, GrOM/1996, p. 15 en p. 21; Chao-Duivis, TBR 2017/154, p. 1037: Asser/Bartels & van Velten 5 2017/69; Hijma, AA 1992/02, p. 286.
Wichers (2002), p.10-11; Spath, AA 2004/02, p. 94.
Van der Steur (2003), p. 133.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Alleen de zaak in haar geheel kan voorwerp zijn van een zakelijk recht, tenzij de wet anders bepaalt. Dit wordt het eenheidsbeginsel genoemd en is gecodificeerd in art. 5:3 BW.
“Voor zover de wet niet anders bepaalt, is de eigenaar van een zaak eigenaar van al haar bestanddelen.”
Het eenheidsbeginsel hangt nauw samen met het individualiseringsbeginsel. Een bestanddeel kan afzonderlijk individualiseerbaar zijn, maar samen met andere bestanddelen een eenheid vormen. Het recht heeft betrekking op die eenheid, niet op de afzonderlijke bestanddelen. In de literatuur wordt aangenomen dat het eenheidsbeginsel ook van toepassing is op beperkte rechten: de beperkte rechten rusten op de gehele zaak en niet op onderdelen van die zaak.1 Wettelijke uitzonderingen op het beginsel bestaan slechts bij onroerende zaken.2 Partijen kunnen zonder zo’n wettelijke basis niet per overeenkomst deze regel opzij zetten. In zijn toelichting verwijst Meijers naar het Sleepboot Egbertha-arrest waarin de Hoge Raad bepaalde dat het eigendomsvoorbehoud op de motor teniet was gegaan, doordat de motor een bestanddeel van de boot was geworden.3
De gedachte achter het beginsel is dat kapitaalvernietiging voorkomen dient te worden.4 Een eenheidszaak is doorgaans meer waard dan de afzonderlijke delen bij elkaar. Het toekennen van afzonderlijke zakelijke rechten op deze delen vormt een bedreiging voor het voortbestaan van deze eenheidszaak. Het eenheidsbeginsel vult het individualiseringsbeginsel aan. Een motor in een schip is “individualiseerbaar”, maar dat wil nog niet zeggen dat het ook een zelfstandige zaak is. Hetzelfde geldt voor de deur in een huis of de schroeven in een bureau. Slechts door afscheiding kunnen de motor, de deur of de schroeven een zaak worden. In bepaalde gevallen kan zo’n afscheiding worden afgedwongen met behulp van de zogenaamde iura tollendi, waardoor de geïndividualiseerde objecten zelfstandige zaken worden. Deze afscheidingsrechten vervullen dezelfde rol als de actio ad exhibendum (als actio ad separandum) in het Romeinse recht en de Wegnahmerechte in het Duitse recht.
Niet alleen ligt ten grondslag aan het eenheidsbeginsel dat het kapitaalvernietiging moet voorkomen, ook moet het complexe eigendomsverhoudingen tegengaan.5 Het dient kortom de rechtszekerheid voor derden waar onder andere het handelsverkeer mee gebaat is. Als iemand een zaak koopt, moet hij kunnen afgaan op de uiterlijke toestand. Wat in het verkeer als één zaak geldt, is juridisch ook één zaak.6 Op die ene zaak rust één eigendomsrecht. Buitenstaanders (derden) komen zo minder snel voor onaangename verrassingen te staan.
“Door hantering van het eenheidsbeginsel is de juridische heerschappij gemakkelijk waarneembaar en wordt het publiciteitsbeginsel van het goederenrecht gediend.”7