WR 2019/8
Insolventie – schadevergoeding: faillissement huurder; opzegging door curator; leegstandschade; bankgarantie: ongerechtvaardigde verrijking verhuurder (vervolg op WR 2017/55)
Hof Den Haag 03-07-2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:1559, m.nt. Mr. J.K. Six-Hummel
- Instantie
Hof Den Haag
- Datum
3 juli 2018
- Magistraten
Mrs. M.J. van der Ven, S. Dijkstra, A.J. Swelheim
- Zaaknummer
200.214.997
- Noot
Mr. J.K. Six-Hummel
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS930295:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Huurrecht / Algemeen
Huurrecht / Bijzondere onderwerpen
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Verbintenissenrecht / Overige verbintenissen
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHDHA:2018:1559, Uitspraak, Hof Den Haag, 03‑07‑2018
- Wetingang
(art. 39 Fw en art. 6:212 BW)
Samenvatting
Vervolg op Hoge Raad 17 februari 2018, ECLI:NL:HR:2017:278. Huurster is failliet gegaan. De curator zegt de huurovereenkomst op grond van art. 39 Fw op. In de huurovereenkomst is geen leegstandschadebeding opgenomen. Verhuurster claimt de leegstandschade onder de bankgarantie. Bij de beantwoording van de vraag of leegstandschade onder de bankgarantie valt, gaat het erom wat de garant heeft gegarandeerd aan de verhuurder. Er is in dit geval een abstracte bankgarantie verstrekt met een duidelijke ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.