NJF 2024/329
Het hof ziet geen aanleiding om terug te komen op een bindende eindbeslissing in een tussenbeschikking, omdat geen sprake is van een feitelijke of juridische misslag.
Hof Den Haag 21-02-2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:477
- Instantie
Hof Den Haag
- Datum
21 februari 2024
- Magistraten
Mrs. E.A. Mink, H.J.M. Smid-Verhage, M.A.J. Burgers-Thomassen
- Zaaknummer
200.330.918/01
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHDHA:2024:477, Uitspraak, Hof Den Haag, 21‑02‑2024
ECLI:NL:GHDHA:2023:2294, Uitspraak, Hof Den Haag, 29‑11‑2023
- Wetingang
Art. 22, 290, 424 Rv; art. 4:209 BW
Essentie
Het hof ziet geen aanleiding om terug te komen op een bindende eindbeslissing in een tussenbeschikking, omdat geen sprake is van een feitelijke of juridische misslag.
Redactie: Deze uitspraak brengt het criterium op grond waarvan de rechter kan terugkomen op een bindende eindbeslissing in herinnering.
Samenvatting
Het hof wordt verzocht terug te komen op een bindende eindbeslissing. Het hof stelt bij de beoordeling voorop dat de eisen van een goede procesorde meebrengen dat de rechter, aan wie is gebleken dat een eerder door hem gegeven, maar niet in een einduitspraak vervatte, eindbeslissing berust op een onjuiste juridische of ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.