NJ 1956/266
Nodig hebben van een verhuurd goed ter verwezenlijking van in uitbreidingsplan voorzienen toestand.
HR 16-03-1956, ECLI:NL:HR:1956:84
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
16 maart 1956
- Magistraten
Mrs. Donner, van der Meulen, Hijink, Smits en Boltjes
- Zaaknummer
[16031956/NJ_1956-266]
- Conclusie
Mr. Langemeijer
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Huurrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1956:84, Uitspraak, Hoge Raad, 16‑03‑1956
- Wetingang
(HW art. 18.)
Essentie
Nodig hebben van een verhuurd goed ter verwezenlijking van in uitbreidingsplan voorzienen toestand.
Samenvatting
Indien een gemeente een huur opzegt teneinde te kunnen komen tot de verwezenlijking van een toestand, zoals die in een uitbreidingsplan is voorzien, kan de gemeente gezegd worden in den zin van art. 18 onder e van de Huurwet het goed nodig te hebben teneinde aan een wettelijk voorschrift te kunnen voldoen (In anderen zin: de Adv.-Gen. Langemeijer). De vraag of het betreffende gedeelte van de gemeente voor verwezenlijking van den in het uitbreidingsplan voorzienen toestand in aanmerking komt, staat, als vraag van beleid, ter ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.